Polarisatie in de Kamer maakt het midden kapot

„Je zult de burgers serieus moeten nemen. Zelfs als hun opvattingen je niet bevallen.” Herman Tjeenk Willink, vicepresident van de Raad van State, die gisteren het jaarverslag presenteerde. „De verhoudingen tussen overheid, markt en samenleving zijn zoekgeraakt.”

’Het is een zonnige dag, maar het zijn sombere tijden”, zegt hij bij wijze van begroeting, daarmee de toon zettend van een gesprek over zijn kijk op de staat van de democratie in Nederland. In het gisteren gepresenteerde jaarverslag van de Raad van State ontpopt vicepresident Tjeenk Willink zich niet louter als een Cassandra, maar daagt hij bestuurders, politici en burgers ook uit om de spoken die de democratie belagen te verjagen.

Een daarvan is volgens hem het neoliberalisme, dat na de val van de Berlijnse Muur in 1989 de politici verleidde achter de vrije markt aan te lopen. De overheid – ’BV Nederland’ – ging zich als bedrijf gedragen. De burger stelde zich op als klant die van de politiek eiste te leveren ’en wel nu meteen’. De verhoudingen tussen overheid, markt en samenleving zijn daardoor lelijk zoekgeraakt en nu zitten we met de gebakken peren.

Eén van zijn harde conclusies: „Je zult de burgers serieus moeten nemen. Zelfs als hun opvattingen je niet bevallen. Want een democratie die haar burgers verliest, houdt op te bestaan. Neem je burgers niet serieus, dan ga je de mist in, zoals met dat referendum over Europa. De Nederlanders zijn helemaal niet tegen Europa, maar ze wilden van de politici wel horen waarom ze vóór Europa moesten stemmen. Dat is ontstellend gebrekkig overgebracht, waardoor de mensen zich niet serieus genomen voelden.”

Tjeenk Willink maakt al lang deel uit van het Haagse circuit, maar hij ziet zijn rol toch vooral als die van kritisch adviseur van het bestuur in de democratische rechtsstaat. Vanuit die positie sloeg hij met gefronst voorhoofd gade hoe de coalitie de afgelopen weken moeizaam tot een crisisakkoord kwam en dat dermate dichtspijkerde dat de oppositie zich buitenspel gezet voelde.

„Onder een andere coalitie was het niet anders gegaan, dus daar zit het niet in. Was het maar waar! Nee, het zit in ons stelsel van gematigd monisme, waarbij de coalitie de zaken volledig aftimmert. Argument: dat dient de stabiliteit van het kabinet. Maar voor de oppositie blijft er weinig anders over dan het opblazen van incidenten en het opendraaien van de volumeknop. Dat komt de media goed uit, want die zijn dol op incidenten en spektakel.”

Vanwege die effecten vraagt hij zich af of de voordelen van deze regeerpraktijk nog wel opwegen tegen de nadelen. „Ik vind ook dat het kabinet niet elke dag het gevoel moet hebben op een schopstoel te zitten. Maar je ziet nu dat het politieke debat, dat in een democratie dient om de tegenstellingen in de samenleving beheersbaar te maken, in zijn tegendeel verkeert. Het tempert niet de tegenstellingen, maar wakkert die juist aan. Door die polarisatie in het parlement worden de centrifugale krachten aangejaagd en wordt het midden niet breder, maar smaller.”

Hij beschouwt deze ontwikkeling als een bedreiging van de democratische rechtsorde die, naar het woord van Montesquieu, in de kern draait om persoonlijke en politieke vrijheid, pluriformiteit en gematigdheid. Met dat laatste bedoelde de Franse denker dat de normen waaraan een samenleving moet voldoen ’nooit mogen worden opgelegd vanuit het grote gelijk van wie dan ook, ook niet dat van de smaakmakende of dominante meerderheid’. Sterker, in een gematigde staatsvorm behoren de posities van meerderheid en minderheid principieel voor elkaar inwisselbaar te zijn.

De monistische regeerpraktijk staat in zijn ogen op gespannen voet met die visie en strijdt ook met het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarin het er om gaat ieder het zijne te geven. „Daarom moet je in het parlementaire debat wel politiseren om de tegenstellingen zichtbaar te maken, maar als aan alle posities aandacht is gegeven is het zaak conclusies te trekken, die iedereen, ook de minderheid, kan aanvaarden. Dat is de essentiële functie van het parlementaire debat. Als je dat uit het oog verliest en het Kamerdebat aangrijpt om tegenstellingen in de samenleving aan te wakkeren, ben je gevaarlijk bezig.”

In deze tijd van crisis vindt hij het niet meer dan logisch dat de politiek druk bezig is met het redden van banken en het stimuleren van de economie. Maar het is niet het hele verhaal, waarschuwt hij. „Juist nu is het één van de grote opgaven voor de politiek om te laten zien waarom de overheid niet op één lijn kan worden gesteld met een bedrijf. De politiek moet beginnen met –opnieuw– te definiëren wat haar eigen functie is. Men moet zich weer realiseren dat het uiteindelijk een politieke keuze is wat het algemeen belang is. En dan gaat het niet alleen om de vraag wat een overheidstaak is en wat niet, maar om álle maatschappelijke ontwikkelingen.”

Twintig jaar heeft de politiek in meerderheid achter de Sirenen van het marktdenken aangelopen. Maar Tjeenk Willink stelt vast dat de idee van de staat als bedrijf en de burger als klant inmiddels failliet is. „In Nederland was die kijk op de staat veel minder ideologisch gegrond dan bijvoorbeeld in Engeland. Bij ons was het óók een uitwijkmogelijkheid voor problemen die we niet konden beheersen. Na het wegvallen van de zuilen stonden we voor de vraag wat te doen met de overheid die daar jarenlang op had gesteund. Dat we de overheid gingen beschouwen als een bedrijf, was in zekere zin een reddingvlot. In de jaren ’80 moest immers flink worden bezuinigd. Dat je daar dan ook een ideologisch verhaal bij kon houden, dat de overheid te groot was, kwam politici gewoon goed uit.”

De politiek moet echter niet denken dat ze vandaag de dag nog met zulke gelegenheidsargumenten wegkomt, waarschuwt Tjeenk Willink. Zeker deze tijd van crisis, waarin mensen worden geconfronteerd met grote onzekerheid over hun werk, hun inkomen, de betaalbaarheid of verkoopbaarheid van hun huis, en de hoogte van hun pensioen, vraagt een heel andere opstelling van politici. „De overheid moet burgers uitleggen hoe de situatie is. Eerlijk zeggen wat we al wel en wat we nog niet weten. Niet zeggen dat het allemaal wel mee zal vallen. En vooral: de zorgen van mensen serieus nemen. Het vraagt van politici dat ze oog houden voor het bredere belang, en hun blikveld niet vernauwen tot de eigen portefeuille.”

„Dus niet zoals minister Ter Horst meteen beginnen over ontslagen bij het rijk of soberdere overheidspensioenen, als het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds met een mix van maatregelen de financiële positie op orde probeert te brengen.” In de redenering van Tjeenk Willink reduceert een minister zich daarmee van een bestuurder tot een onderhandelaar die nog met minister Bos van financiën in de slag moet over haar begroting. „Vanuit het in zichzelf gekeerde Haagse politieke systeem geredeneerd, kan ik de opstelling van Ter Horst nog wel verklaren, analyseren, en zelfs billijken. Maar vanuit die andere taak die de politiek heeft –zorgen dat je voldoende steun krijgt van de bevolking voor de maatregelen die moeten worden genomen– valt het niet te begrijpen.”

Verandert dat politieke systeem ooit nog? Niet uit zichzelf, vreest hij. „De gedachte dat het systeem zichzelf aan zijn haren uit het moeras weet te trekken, is een aantrekkelijke, maar geen realistische. Voor zo’n verandering is druk nodig, moet tegenwicht worden geboden. Door wie? Door de burgers, de samenleving en de uitvoerders van beleid. Functionarissen die dicht bij de burgers staan: politieagenten, leraren, verpleegkundigen.”

„Voor de politici betekent dat een umdenken over besturen. Als bestuurder ben je afhankelijk van wat de uitvoerders presteren en de burgers accepteren. Maar dat is echt wat anders dan het populistische misverstand dat er op neerkomt dat je de bevolking maar klakkeloos moet volgen. Want die wil het ene moment dit en het andere moment dat. Het betekent goed luisteren naar hun zorgen, je verantwoorden, en uitleggen: Ik ben daar mee bezig, we gaan daar naar toe, en dat staat er tegenover. Zoals bij het Europees referendum had moeten gebeuren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden