Poëzie is een redmiddel

Pieter Boskma rouwt - maar zwelgen doet hij nooit

Dat er een nieuwe Pieter Boskma ligt is mede te danken aan zijn vrouw Monique. Zij overleed in 2008, nog geen vijftig jaar oud. Twee jaar na haar dood richtte Boskma met 'Doodsbloei' een majestueus monument in verzen op voor zijn dode geliefde. Ergens aan het slot van dat driehonderd pagina's dikke requiem schreef hij "Het liep niet af, zo simpel is het, / het gaat nog altijd door: het gemis."

Dat gemis leverde onlangs dus de bundel 'Zelf' op, een serie zelfportretten van een man die wel verder móest leven, dat was de plicht die hij had jegens zijn 'omgekomen liefde'. In zeven reeksen schildert Boskma de rouw die hij vijf jaar lang, als was het een jas, gedragen heeft en die hij nu langzaam aan het uittrekken is - iets waarvan ook zijn vorige bundel 'Mensenhand' (2012) al getuigde.

Rouw heeft vele gezichten, zo blijkt. En zoals Rembrandt zichzelf meer dan eens schilderde, op steeds andere leeftijd, steeds in ander licht, zo maakt Boskma verschillende studies van de man als weduwnaar. Die man kan euforisch worden van zonlicht dat de Amsterdamse Herengracht verlicht, hij kan als 'vieze oude man' verlekkerd raken van een zestienjarig meisje in de supermarkt. Zijn gemis lijkt soms gesleten te zijn, 'geen traan meer over', om zich op andere momenten weer ten volle te manifesteren: "Al vijf jaar staat elk uurwerk stil / als een kapot en zinloos ding." Maar als op kerstavond dat verlies bijna onbevattelijk groot wordt, is de dichter de eerste om met een platte grap de angel uit zijn verdriet te halen: "In één ruk door nam de pijn die mij al jaren kwelde / elke kerstgedachte over. 'Vrede op aarde en in de mens / een welbehagen', jaja, kus mijn sneeuwwitte kont."

Exhibitionisme ligt al snel op de loer bij honderd pagina's zelfportret, maar de wijze waarop Boskma de rouw bezingt wordt nooit te intiem. Hij is evengoed hooggestemd en lyrisch als surreëel en spookjesachtig (met vogels in een gouden harnas); er heerst weemoed, er is geilheid, een platte, haast middeleeuwse boertigheid en er schijnt een gorteriaans licht. En dat is dan allemaal in evenwicht. Nooit gekunsteld, wel eerlijk. De dichter heeft niks te verbergen, ook zijn mindere momenten als maker niet: dient zich een 'Nijntje rijm' aan, dan blijft dat gewoon staan. Poëzie is een redmiddel. "Ik zie een dichter door een vers gered, / ik zie het werk zijn maker helen."

Zoals 'Doodsbloei' ontstond ook 'Zelf' al wandelend in de duinen bij Heiloo. Daar kwam de poëzie, daar ervoer de dichter zijn dode geliefde. En het is daar dat hij, opnieuw dankzij een vrouw, uiteindelijk zijn rouw afwerpt:

Toen zij al bijna bij de duinen was

draaide zij zich om en wees naar mij.

Ik denk dat ik op dat moment genas.

Pieter Boskma: Zelf. De Bezige Bij; 112 blz. euro 17,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden