Poëzie in andere verpakking

AMSTERDAM - Soms kan de manier waarop poëzie wordt gepresenteerd de poëzie zelf een ander aanzien geven, of er iets aan toevoegen. Zo verscheen de afgelopen weken werk van de dichters Eva Gerlach, Lucebert en Lucas Hüsgen in een afwijkende vorm: gedichten in subtiele samenspraak met fotografie, warm voorgedragen op cd en koel opgeslagen in een computerdiskette.

ONNO BLOM

Van de drie speciale uitgaven is de dichtbundel van Eva Gerlach de meest ouderwetse. In 'Alles is werkelijk hier' staan haar gedichten keurig afgedrukt naast 21 foto's van de Tsjechische fotograaf Votja Dukát, die zij als uitgangspunt voor de bundel heeft gekozen. Dukát - die in 1968 van Tsjechoslowakije naar Nederland vluchtte - maakte op allerlei plaatsen in de wereld zwartwit-opnamen die wel lijken te stammen uit een verloren tijdperk. Zijn foto's houden de voortschrijdende tijd op afstand. Gerlach is zich daar duidelijk van bewust, als ze bij de foto van een dromerig café schrijft: Hoe je terug blijft gaan / om het opnieuw te laten / gebeuren wat je vergat.

Het mooiste aan de bundel is de manier waarop poëzie en fotografie op elkaar reageren. Gerlachs gedichten sturen als het ware je oog door de beelden en ontleden teder Dukáts melancholische sfeer. In het gedicht bij een stemmige foto uit Rome in 1972 kruipt de poëtische 'ik' in de huid van een zwarte figuur, die met een zwarte hond om de hoek van een straat dreigt te slaan. Door de straat, waar alles 'vreselijk krimpt' en een mager licht gloort aan het eind, wilde ik het zwarte wezen volgen. Dan, door een kier in de werkelijkheid, wordt het zien bijna zijn: En jij dan. Laat jij me niet / kijken naar wat jij ziet / maar uit de foto vandaan / naar jou. Hoe je klaar gaat staan.

Zoals het 'kijken' in deze gedichten van Gerlach de natuurlijke basis is, zo bouwde Lucebert - die overigens ook gezegend was met een profetische blik - veel van zijn poëzie op klank. Op twee cd's in de prachtig vormgegeven cassette 'Oh oor o hoor' valt de voordracht van de jonge Lucebert te beluisteren. De opnamen uit 1951 op de eerste cd werden oorspronkelijk door Luceberts vriend Rudy Kousbroek op een ebonieten 78-toerenplaat gezet. “Ik kende zijn gedichten nog niet zo lang en vond ze vaak bizar en onbegrijpelijk”, schrijft Kousbroek in de begeleidende tekst, “maar toen hoorde ik hoe hij ze voorlas en dat maakte alles anders: van duister en ondoorgrondelijk werden ze toegankelijk en invoelbaar.”

Zo extreem verhelderend als het voor Kousbroek was, zal het niet voor iedereen zijn, maar er gaat ontegenzeggelijk een hypnotiserende werking uit van Luceberts voordracht. De gestorven dichter galmt indrukwekkend boven het kraken van de oude opnamen uit. Of het nu bekende regels betreft, savonds gaat heer horror uit / hij pienkt aan de ladies, hij pienkt aan de poem, of onbekende verzen - op de cd staan ook twee ongepubliceerde gedichten - het beluisteren van zijn stem geeft de poëzie een indrukwekkende lading. Nu eens slepend, dan weer opzwepend of zangerig, klinkt het: Van dauw rinklen de bloemen / en onder zerken van hurkende larven / geprevel gemurmel, in de dorpen zuchtende / in de steden vlezige fluiten / oh oor o hoor.

Luceberts klankverzen echoën duidelijk na in de poëzie van Lucas Hüsgen. In zijn nieuwe bundel, 'Stoa', heeft Hüsgen zelfs een citaat van de meester als motto opgenomen: Neem dan mijn hand leid mij naar lichte landen / waar niets meer geschiedt dan eeuwig louterend branden. Toch is Luceberts motto niet het eerste wat opvalt aan Hüsgens 'Stoa'. Het staat weliswaar op de eerste pagina van zijn bundel, maar die bladzijde zit weer onzichtbaar verpakt in een computerdiskette. 'Stoa' is simpelweg alleen op floppy verkrijgbaar. Pas als de tekstverwerker gaat zoemen, doemen Hüsgens woorden op.

Hüsgens uitgever, Querido, geeft op een bijbehorend foldertje als belangrijkste reden voor deze opmerkelijke poëtische digitalisering een economische: “Bij deze omvang en deze oplage is een diskette veel goedkoper dan een boek. Zelfs wie het beeldscherm geen blik waardig zou willen keuren is stukken goedkoper uit met een volledige uitdraai.” De kosten zijn hier niet voor de baat uitgegaan, en dat is te merken. Voor de lastige poëzie van Hüsgen is het geen overbodige luxe te kunnen bladeren en op het gemak terug te lezen. Het computerscherm biedt die mogelijkheid niet. Een uitdraai van de 308 computervellen waaruit de bundel bestaat, lost dit probleem weliswaar op, maar maakt het lezen vergelijkbaar met het doornemen van een berg oude kranten.

Dat 'de verkenning' door Hüsgens bundel in deze vorm 'zo zijn voordelen heeft', zoals zijn uitgever schrijft, valt dan ook te betwijfelen. De barre tocht door deze ellenlang gerekte zuilengang - wat 'stoa' letterlijk betekent - is al opgave genoeg. Na alle wild verspringende regels, duister theater in dialogen (de tomaten van uw ziel / spreken een andere taal dan de ledematen van mijn licht. doek) en reeksen van één woord per regel op het scherm, snak je naar een heldere opmaak op tastbaar, dik papier. Een afwijkende presentatie komt de poëzie niet altijd ten goede.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden