Poetsen! tot het tegendeel bewezen is

De hygiëne-hypothese is een populaire verklaring voor de forse toename van allergische aandoeningen. Al dat gepoets en gestofzuig zou ons immuunsysteem doen indutten, waardoor we niet voldoende afweerstoffen meer aanmaken tegen allergieën. Ga dat eerst maar eens bewijzen, stelt astmadeskundige en hoogleraar huisartsgeneeskunde Onno van Schayck hier sceptisch tegenover, en houd ondertussen het huis vooral wél goed schoon.

door Eveline Brandt

Hij is niet zo'n missionaris, doorgaans. Maar nu heeft hij toch het gevoel dat hij iets moet verkondigen -een boodschap, een waarschuwing. Niet omdat het hem gaat om zijn eigen gelijk, benadrukt hij, maar om de waarheid. Of, iets minder hoogdravend gesteld, om de volksgezondheid.

De missie van prof.dr. O. van Schayck, hoogleraar huisartsgeneeskunde en directeur van het onderzoeksinstituut Caphri van de Universiteit Maastricht, is om te waarschuwen tegen de 'hygiëne-hypothese'. Die is in korte tijd zeer modieus geworden. De hypothese klinkt lekker logisch, en heeft daardoor iets heel aantrekkelijks. ,,Ja'', bevestigt Van Schayck, ,,en daarom gelooft iedereen er ook in. Dat is juist zo zorgelijk.''

De hippe hypothese luidt in het kort dat de forse toename van het aantal allergieën in de afgelopen jaren, verklaard zou kunnen worden door het feit dat wij steeds hygiënischer zijn gaan leven. Daardoor wordt ons immuunsysteem minder gestimuleerd en maken wij minder afweerstoffen aan tegen allergenen. Gevolg: meer astma, meer hooikoorts, meer voedselallergieën.

Het is, zo zegt de term al netjes, slechts een hypothese -een mógelijke verklaring voor de toename van allergieën in het Westen, die door de Wereldgezondheidsorganisatie zelfs 'epidemisch' wordt genoemd. Volgens sommige schattingen lijdt nu al een op de drie Nederlandse kinderen aan een of andere allergische aandoening. Maar dat bescheidene, dat hypothetische -dat is er in de pers en in de volksmond allang van af, tot Van Schaycks verontrusting.

Zo schreef nog vorige maand een grote landelijke krant: 'De hygiëneverklaring voor de toename van allergieën valt niet meer te ontkennen'. Van Schayck: ,,Dat is gewoon onzin. Er is nog steeds geen overtuigend bewijs voor de hygiënehypothese. En ik ben bang dat de lezers van zo'n artikel hierdoor de verkeerde dingen gaan doen.''

De toename aan allergieën, daar wil hij niks aan afdoen. Die is er, en die is verontrustend. ,,Het gaat mij om die ontzettend vage verklaring'', stelt hij. ,,Het woord hygiëne alleen al is vaag. Want wat is nu eigenlijk hygiënisch, en wat is vies? En een beetje vies, wat is dat dan? De term hygiëne-hypothese suggereert dat je je kinderen op een vuile vloer moet laten rondkruipen om ze geen astma te laten krijgen. Geen behandelaar zal dat natuurlijk ooit adviseren. Ondertussen kan wel het gevolg van dit soort berichtgeving zijn dat alleen maar meer patiënten astma krijgen doordat ze slordiger met hygiëne omgaan.''

,,In het algemeen zeggen: je moet niet zo hygiënisch leven -dat is waanzin. Dat is honderd jaar preventieve geneeskunde weggooien. Want de afgelopen eeuw hebben we wereldwijd meer gezondheidswinst geboekt door een verbeterde hygiëne en preventieve zorg, dan door curatieve zorg. Laten we daar in vredesnaam niet te licht over denken en niet het kind met het badwater weggooien.''

De hypothese suggereert ook, redeneert Van Schayck, dat mensen hun kinderen beter niet kunnen laten vaccineren. ,,In de lekenpers lees je die verhalen: zodra je je kinderen laat inenten, kunnen ze die ziekten niet meer oplopen waardoor hun immuunsysteem niet ontwikkeld wordt. Alsof we dus het hele vaccinatieprogramma maar moeten afschaffen! Met als gevaar dat we al die ernstige kinderziekten terugkrijgen. En dat gevaar zie ik absoluut. Er is een enorme lobby om niet meer te vaccineren, en daar ben ik zeer bezorgd over. Gelukkig is het nog maar een klein percentage van de ouders dat vaccineren niet meer vanzelfsprekend vindt, maar dat is groeiend. En elke keer dat die boodschap er weer wordt ingepompt, zal dat percentage verder groeien.''

De meeste observaties uit wetenschappelijk onderzoek die de hygiëne-hypothese lijken te ondersteunen, overtuigen hem niet. Het gaat veelal om zogenaamd dwarsdoorsnede-onderzoek, waarbij op een en hetzelfde moment het vóórkomen van ziekte en de blootstelling aan allergene stoffen wordt gemeten. ,,Zo kun je nooit oorzaak en gevolg vaststellen, want je kijkt niet naar het tijdsverloop'', stelt de wetenschapper. Een ander deel van het 'bewijs' komt uit cohortonderzoek; onderzoek waarbij groepen mensen, veelal kinderen in dit geval, gedurende langere tijd worden gevolgd. ,,Het probleem daarbij is dat het gedrag van de ouders grote invloed kan hebben op de onderzoeksresultaten.''

Een voorbeeld. Kinderen die opgroeien op een boerderij worden meer dan gemiddeld blootgesteld aan allergenen en bacterieën, omdat die op het platteland en in stallen nu eenmaal vaker voorkomen. Moet je zien, zeggen de aanhangers van de hygiëne-hypothese: boerenkinderen hebben minder vaak dan gemiddeld last van allergieën. Het is dus beter om in zo'n omgeving op te groeien omdat je daar meer weerstand opbouwt. ,,Ik heb een heel andere verklaring'', zegt Van Schayck. ,,Uit een groot onderzoek dat wij zelf hebben gedaan onder varkenshouders, bleek dat adolescenten die allergisch zijn, niet kiezen voor het beroep van hun vader. Dat betekent dat er een selectie is: de niet-allergische jongeren worden wel varkensboer, krijgen ook weer niet-allergische kinderen, waardoor het líjkt alsof je geen allergie krijgt als je op een boerderij opgroeit.'' Of neem het probleem van de poes. Een kat in huis is helemaal niet erg, is de nieuwe modieuze redenering, omdat het afweersysteem dan leert zich tegen al die allergenen te weer te stellen. Van Schayck, sceptisch: ,,Maar een andere verklaring luidt, en die is ook door onderzoek bevestigd: ouders die allergisch zijn hebben heel lang de boodschap gehoord dat ze geen kat in huis moeten nemen. Dus doen zij dat niet. Niet-allergische ouders nemen wel een kat. Met als gevolg: daar waar een kat in huis is, zie je minder kinderen met astma. Dat heeft niks te maken met een heilzame blootstelling aan kattenallergenen, maar alles met selectie.''

Borstvoeding. Er is eindeloos op gehamerd dat het gezonder is als vrouwen borstvoeding geven, zeker als ze allergisch zijn. ,,Dus geven de moeders die allergisch zijn, hun baby's borstvoeding. Maar aangezien zij allergisch zijn, hebben hun kinderen ook een grote kans om allergisch te zijn. Dan lijkt het dus net alsof de borstvoeding meer allergieën veroorzaakt dan flesvoeding, waar wel allergene voedingsstoffen in zitten. Terwijl dit gewoon erfelijk bepaald is.''

,,Zo kan ik vele voorbeelden geven'', zegt Van Schayck. Hij pleit voor goed interventie-onderzoek, waarbij het toeval bepaalt of iemand in de ene of de andere onderzoeksgroep komt. ,,Bijvoorbeeld bij huisstofmijt: de ene groep geef je het advies om het huis grondig te saneren, schoon te houden, stof te zuigen; de andere groep niet. Pas dan kun je aantonen of er een verband is tussen hygiëne en astma.'' En hij verwacht dat dat verband gevonden zal worden, maar dan als het exacte tegendeel van de hygiëneverklaring. ,,Er zijn nu vier van dit soort interventieonderzoeken gehouden, en de uitkomsten van ons eigen onderzoek aan de universiteit Maastricht worden binnenkort aangeboden voor publicatie. Geen van allen ondersteunen ze de hygiëne-hypothese. Integendeel: ze tonen aan dat wanneer je voedingsallergenen wegneemt, en wanneer je huisstofmijt zoveel mogelijk verwijdert, dat er dan minder allergie en mogelijk minder astma optreedt.''

Meer goed onderzoek doen, is het pleidooi van Van Schayck. En meer terughoudendheid in het rondbazuinen van onderzoeksresultaten zolang die nog zeer betwistbaar zijn. Dat is zijn advies aan wetenschappers. En aan ons, eenvoudige burgers, allergisch of (nog) niet: poetsen. Houd thuis vooral de boel goed schoon, tot het tegendeel bewezen beter is.

Poetsen!

tot het tegendeel bewezen is

De hygiëne-hypothese is een populaire verklaring voor de forse toename van allergische aandoeningen. Al dat gepoets en gestofzuig zou ons immuunsysteem doen indutten, waardoor we niet voldoende afweerstoffen meer aanmaken tegen allergieën. Ga dat eerst maar eens bewijzen, stelt astmadeskundige en hoogleraar huisartsgeneeskunde Onno van Schayck hier sceptisch tegenover, en houd ondertussen het huis vooral wél goed schoon.

Allergie

Eveline Brandt

Hij is niet zo'n missionaris, doorgaans. Maar nu heeft hij toch het gevoel dat hij iets moet verkondigen -een boodschap, een waarschuwing. Niet omdat het hem gaat om zijn eigen gelijk, benadrukt hij, maar om de waarheid. Of, iets minder hoogdravend gesteld, om de volksgezondheid.

De missie van prof.dr. O. van Schayck, hoogleraar huisartsgeneeskunde en directeur van het onderzoeksinstituut Caphri van de Universiteit Maastricht, is om te waarschuwen tegen de 'hygiëne-hypothese'. Die is in korte tijd zeer modieus geworden. De hypothese klinkt lekker logisch, en heeft daardoor iets heel aantrekkelijks. ,,Ja'', bevestigt Van Schayck, ,,en daarom gelooft iedereen er ook in. Dat is juist zo zorgelijk.''

De hippe hypothese luidt in het kort dat de forse toename van het aantal allergieën in de afgelopen jaren, verklaard zou kunnen worden door het feit dat wij steeds hygiënischer zijn gaan leven. Daardoor wordt ons immuunsysteem minder gestimuleerd en maken wij minder afweerstoffen aan tegen allergenen. Gevolg: meer astma, meer hooikoorts, meer voedselallergieën.

Het is, zo zegt de term al netjes, slechts een hypothese -een mógelijke verklaring voor de toename van allergieën in het Westen, die door de Wereldgezondheidsorganisatie zelfs 'epidemisch' wordt genoemd. Volgens sommige schattingen lijdt nu al een op de drie Nederlandse kinderen aan een of andere allergische aandoening. Maar dat bescheidene, dat hypothetische -dat is er in de pers en in de volksmond allang van af, tot Van Schaycks verontrusting.

Zo schreef nog vorige maand een grote landelijke krant: 'De hygiëneverklaring voor de toename van allergieën valt niet meer te ontkennen'. Van Schayck: ,,Dat is gewoon onzin. Er is nog steeds geen overtuigend bewijs voor de hygiënehypothese. En ik ben bang dat de lezers van zo'n artikel hierdoor de verkeerde dingen gaan doen.''

De toename aan allergieën, daar wil hij niks aan afdoen. Die is er, en die is verontrustend. ,,Het gaat mij om die ontzettend vage verklaring'', stelt hij. ,,Het woord hygiëne alleen al is vaag. Want wat is nu eigenlijk hygiënisch, en wat is vies? En een beetje vies, wat is dat dan? De term hygiëne-hypothese suggereert dat je je kinderen op een vuile vloer moet laten rondkruipen om ze geen astma te laten krijgen. Geen behandelaar zal dat natuurlijk ooit adviseren. Ondertussen kan wel het gevolg van dit soort berichtgeving zijn dat alleen maar meer patiënten astma krijgen doordat ze slordiger met hygiëne omgaan.''

,,In het algemeen zeggen: je moet niet zo hygiënisch leven -dat is waanzin. Dat is honderd jaar preventieve geneeskunde weggooien. Want de afgelopen eeuw hebben we wereldwijd meer gezondheidswinst geboekt door een verbeterde hygiëne en preventieve zorg, dan door curatieve zorg. Laten we daar in vredesnaam niet te licht over denken en niet het kind met het badwater weggooien.''

De hypothese suggereert ook, redeneert Van Schayck, dat mensen hun kinderen beter niet kunnen laten vaccineren. ,,In de lekenpers lees je die verhalen: zodra je je kinderen laat inenten, kunnen ze die ziekten niet meer oplopen waardoor hun immuunsysteem niet ontwikkeld wordt. Alsof we dus het hele vaccinatieprogramma maar moeten afschaffen! Met als gevaar dat we al die ernstige kinderziekten terugkrijgen. En dat gevaar zie ik absoluut. Er is een enorme lobby om niet meer te vaccineren, en daar ben ik zeer bezorgd over. Gelukkig is het nog maar een klein percentage van de ouders dat vaccineren niet meer vanzelfsprekend vindt, maar dat is groeiend. En elke keer dat die boodschap er weer wordt ingepompt, zal dat percentage verder groeien.''

De meeste observaties uit wetenschappelijk onderzoek die de hygiëne-hypothese lijken te ondersteunen, overtuigen hem niet. Het gaat veelal om zogenaamd dwarsdoorsnede-onderzoek, waarbij op een en hetzelfde moment het vóórkomen van ziekte en de blootstelling aan allergene stoffen wordt gemeten. ,,Zo kun je nooit oorzaak en gevolg vaststellen, want je kijkt niet naar het tijdsverloop'', stelt de wetenschapper. Een ander deel van het 'bewijs' komt uit cohortonderzoek; onderzoek waarbij groepen mensen, veelal kinderen in dit geval, gedurende langere tijd worden gevolgd. ,,Het probleem daarbij is dat het gedrag van de ouders grote invloed kan hebben op de onderzoeksresultaten.''

Een voorbeeld. Kinderen die opgroeien op een boerderij worden meer dan gemiddeld blootgesteld aan allergenen en bacterieën, omdat die op het platteland en in stallen nu eenmaal vaker voorkomen. Moet je zien, zeggen de aanhangers van de hygiëne-hypothese: boerenkinderen hebben minder vaak dan gemiddeld last van allergieën. Het is dus beter om in zo'n omgeving op te groeien omdat je daar meer weerstand opbouwt. ,,Ik heb een heel andere verklaring'', zegt Van Schayck. ,,Uit een groot onderzoek dat wij zelf hebben gedaan onder varkenshouders, bleek dat adolescenten die allergisch zijn, niet kiezen voor het beroep van hun vader. Dat betekent dat er een selectie is: de niet-allergische jongeren worden wel varkensboer, krijgen ook weer niet-allergische kinderen, waardoor het líjkt alsof je geen allergie krijgt als je op een boerderij opgroeit.'' Of neem het probleem van de poes. Een kat in huis is helemaal niet erg, is de nieuwe modieuze redenering, omdat het afweersysteem dan leert zich tegen al die allergenen te weer te stellen. Van Schayck, sceptisch: ,,Maar een andere verklaring luidt, en die is ook door onderzoek bevestigd: ouders die allergisch zijn hebben heel lang de boodschap gehoord dat ze geen kat in huis moeten nemen. Dus doen zij dat niet. Niet-allergische ouders nemen wel een kat. Met als gevolg: daar waar een kat in huis is, zie je minder kinderen met astma. Dat heeft niks te maken met een heilzame blootstelling aan kattenallergenen, maar alles met selectie.''

Borstvoeding. Er is eindeloos op gehamerd dat het gezonder is als vrouwen borstvoeding geven, zeker als ze allergisch zijn. ,,Dus geven de moeders die allergisch zijn, hun baby's borstvoeding. Maar aangezien zij allergisch zijn, hebben hun kinderen ook een grote kans om allergisch te zijn. Dan lijkt het dus net alsof de borstvoeding meer allergieën veroorzaakt dan flesvoeding, waar wel allergene voedingsstoffen in zitten. Terwijl dit gewoon erfelijk bepaald is.''

,,Zo kan ik vele voorbeelden geven'', zegt Van Schayck. Hij pleit voor goed interventie-onderzoek, waarbij het toeval bepaalt of iemand in de ene of de andere onderzoeksgroep komt. ,,Bijvoorbeeld bij huisstofmijt: de ene groep geef je het advies om het huis grondig te saneren, schoon te houden, stof te zuigen; de andere groep niet. Pas dan kun je aantonen of er een verband is tussen hygiëne en astma.'' En hij verwacht dat dat verband gevonden zal worden, maar dan als het exacte tegendeel van de hygiëneverklaring. ,,Er zijn nu vier van dit soort interventieonderzoeken gehouden, en de uitkomsten van ons eigen onderzoek aan de universiteit Maastricht worden binnenkort aangeboden voor publicatie. Geen van allen ondersteunen ze de hygiëne-hypothese. Integendeel: ze tonen aan dat wanneer je voedingsallergenen wegneemt, en wanneer je huisstofmijt zoveel mogelijk verwijdert, dat er dan minder allergie en mogelijk minder astma optreedt.''

Meer goed onderzoek doen, is het pleidooi van Van Schayck. En meer terughoudendheid in het rondbazuinen van onderzoeksresultaten zolang die nog zeer betwistbaar zijn. Dat is zijn advies aan wetenschappers. En aan ons, eenvoudige burgers, allergisch of (nog) niet: poetsen. Houd thuis vooral de boel goed schoon, tot het tegendeel bewezen beter is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden