Poëtisch Land van Altena

Streekdichters bezingen het Land van Altena op 28 paaltjes langs vijf knooppuntroutes.

Masten omhoog, her en der nog een zeil in de aanslag. De jachthaventjes rondom de vesting van Woudrichem liggen propvol, ondanks de sombere mot uit het wolkendek. Overvallen door de natte herfst, de kalender ten spijt, na die uitbundige laatste uitspatting van de zomer, vorige week.

De veerpont spuwt uitgelaten scholieren aan land, terug van Gorinchem, aan de overzijde van de Waal die hier Boven-Merwede heet. Op de fiets gaan ze verder het boerenland tegemoet, de jongens in stoere jacks gehuld, de meisjes met laarzen onder de rokken, die nog kort zijn maar niet frivool.

Dit is Brabants land, maar niet het gemoedelijke uit het lied waarin het leven goed is. Geen zand maar klei, geen kroeg maar kerk, geen bos maar water. Het Land van Altena ademt de nuchtere sfeer van arbeid adelt. Van berusting in wat de Schepping met zich meebrengt. Een mooi vrijstaand boerderijtje met een volle bloementuin heet hier sober ’Onze wens’. De tijd lijkt er te hebben stilgestaan.

’Mooi Altena, omarmd door brede stromen’, zoals de titel luidt van het boekje dat de Stichting Poëzie Altena vorige maand uitbracht, is maar beperkt ontsloten. Ingeklemd tussen Bergsche Maas en Merwede, begrensd door Biesbosch en Afgedamde Maas, bleven de invloeden van buitenaf beperkt. Boeren en vissers leefden er eeuwenlang op zichzelf. Inmiddels is het gebied omgeven door snelwegen, maar wie er wezen wil, moet hoe dan ook over de brug komen.

Werkendam is de grootste gemeente, maar het vestingstadje Woudrichem (Woerkum zeggen de bewoners liefkozend) is de kern: twee jaar geleden op Koninginnedag nog het middelpunt van hoog Oranjebezoek. Geen gekke keuze van majesteit. Binnen de vesting ronddwalen is bepaald geen straf. Het stadje (de rechten werden in 1356 verleend door Willem V, Heer van Altena) staat vol historische panden, waarvan de monumentale Martinuskerk en de Gevangenpoort het meest in het oog springen.

Hier zijn ook de eerste twee gedichten te vinden, waarmee de poëziestichting de schoonheid van Altena onder de aandacht wil brengen. Vanaf 2006 zijn 28 verzen van streekdichters aangebracht op panden en palen in het landschap. Aan de hand van knooppunten uit het in Noord-Brabants wijdvertakte netwerk heeft de stichting daar omheen vijf fietsroutes uitgezet.

In Woerkum draait het om Jan Klaassen, de mythische trompetter in het leger van de prins (Maurits), die in het stadje zou zijn overleden en begraven. Zijn bronzen beeltenis, gemaakt door Jan Ravenswaaij, prijkt onder de Martinitoren. Even verderop, onder de Gevangenpoort door, vinden we op een van de meerpalen van de veerdienst naar Gorinchem (spreek hier uit als ’Gorkum’) heet gedicht ’Hoog Waoter’ van kinderboekenschrijfster Lizzy van Pelt:

’De Maos en de Waol hebbe host, hebben host

en ’t waoter strôômt nie meer d’r in, maor d’r nost.

De golleve beuke de daike âl weke

en niemând die daor nog ’n duîm in kom steke.

Zo, na die eerste strofe weten we meteen waarom de grond hier zo rijk is aan vruchtbare klei. En daarmee kan de fietstocht werkelijk beginnen. Langs de eeuwenoude vestingwerken over de dijk op weg naar het pas tien jaar geleden opgeleverde natuurgebied Groesplaat, bij Oudendijk, een paaiplaats voor vissen en foerageerterrein voor aalscholver en visarend, broedplaats voor kievit en kwikstaart, kneu, putter en rietgors.

Schotse laaglanders houden het opschietend groen op natuurlijke wijze bij. Een kijkhut bied vogelspotters beschutting om ongestoord te spieden.

De Woudrichemroute vormt een rondje, met drie staartjes, waar de fietstocht met een paar honderd meter wordt opgerekt om een volgend gedicht te bereiken. Voor de afslag naar Oudendijk gaat het zelfs een ruime kilometer rechtdoor, naar Sleeuwijk, waar Neerlandica Leny van der Ham-Van Dijk de trots bezingt van de eeuwenoude veerdienst (sinds 1330) die eens zelfs een keizerin vervoerde:

’Keizerin Marie Louise staarde over de merwegolven

varende uit de Sleeuwijkerwaard naar de Gorcumse Waterpoort.

Napoleon draafde onder spindotters bedolven

over zijn rijksstraatweg naar Parijs, zuideroord’

Terug bij Oudendijk verlaten we het water voor een rit langs landerijen en boerendorpen. Zoals Uitwijk, een vlek op de kaart die niet met de tijd lijkt meegegaan. Maar kunstenares Tineke Mocking ziet dat anders:

’je ziet alleen op zondag mensenstromen

nog tweemaal in gemeenschapszin bijeen

in ’t lieflijk kerkje, rustpunt voor elkeen

ik denk: wie wil nu uitwijk groter dromen?

maar zie ook hier een nieuwbouwhuizenrij

een golfgeplate loopstal naast de hoeve

de koeien hoeven niet meer in de wei

vooruitgang wil ons erfgoed overtroeven

gewin, techniek, de nieuwe beeldenstormerij

maar ach ik wil nog lang niet Uittik uit

Uiteindelijk komt de fietser onvermijdelijk bij het water terug. De Afgedamde Maas in dit geval, ooit de gewone loop van de regenrivier die hier zijn monding vond in de Waal maar afgedankt sinds het graven van de Bergsche Maas een ruime eeuw geleden. ’Zwemmen op eigen risico’ melden bordjes langs de kade in Giessen. Ach ja, ook dit is Brabants land. En het leven is er goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden