Poetins 'silly walk' is geen ziekte

British Medical Journal prikt voor Kerst weer wat merkwaardige medische misverstanden door

Het kerstnummer van het British Medical Journal is traditioneel gewijd aan onderzoek met een knipoog. In het verleden onderzochten artsen of lachen gezond is, vroegen ze zich af waarom de neus van Rudolph het rendier rood is en ontzenuwden ze de vloek van Toetanchamon. Een selectie uit de editie van 2015.

Het loopje van Poetin

Lijdt Vladimir Poetin aan de ziekte van Parkinson? Het heeft er alle schijn van. De Russische president heeft een merkwaardige tred. Terwijl hij bij het lopen flink zwaait met zijn linkerarm, houdt hij zijn rechter strak tegen het lijf. Zo'n asymmetrische gang is een typisch voorteken van Parkinson.

Maar nee, schrijven neurologen in het British Medical Journal. Zie hoe Poetin judoot of aan krachttraining doet. Dan toont hij geen enkel mankement. En als de president een verdrag ondertekent, hanteert hij zijn pen soepeltjes, zonder de kenmerkende trillingen van een parkinsonpatiënt.

In de luwe uurtjes van een congres laten neurologen elkaar vaak YouTube-filmpjes zien van vreemde wandelgangen. Zo stuitten ze op Poetin en stelden ze meteen de diagnose. In hun artikel wijzen ze op Adolf Hitler, een gekend lijder aan Parkinson, die één arm ook nog maar beperkt kon bewegen.

Maar Poetin? In hun zoektochten naar mogelijke verklaringen vonden ze een oud handboek van de KGB, de vroegere Russische geheime dienst. Dat schreef voor dat officieren hun wapen tegen de borst hielden of strak langs hun lijf. Alleen met hun andere hand mochten ze tijdens het lopen zwaaien.

Het was een eyeopener: allerlei Russische hoogwaardigheidsbekleders hebben dat scheve loopje. Zelfs de premier, Dmitri Medvedev, komt zo het Kremlin binnenwandelen. Terwijl hij nooit een militaire opleiding heeft gehad. Een uitzondering op de regel? Nee, schrijven de artsen: Medvedev aapt gewoon de macho-pas van Poetin na.

De vloek van de regenboogtrui

In de wielerwereld is het een begrip: de vloek van de regenboogtrui. De wereldkampioen mag een jaar lang rondrijden in een witte trui met horizontale strepen (blauw, rood, zwart, geel en groen). Die trui brengt geen geluk, is het bijgeloof. De drager presteert dat jaar niks.

Voorbeelden genoeg: Gianni Bugno, Philippe Gilbert. De man in de regenboogtrui wordt vaak getroffen door blessures, familieleed, dopingonderzoek. En wint nog maar zelden. Neem Tom Simpson. Werd in 1965 wereldkampioen. Brak in de winter daarop bij het skiën zijn been waardoor het seizoen van 1966 aan hem voorbijging. Het jaar erop overleed hij tijdens de Tour de France, op de Mont Ventoux.

Maar bestaat de vloek echt? Of valt de tegenslag van een kampioen meer op? Of is het meer dat het peloton de man in de regenboogtrui extra in de gaten houdt waardoor hij amper meer kan ontsnappen?

Een Zwitserse epidemioloog keek naar de overwinningen van alle wereldkampioenen sinds 1965. En naar winnaars van de Ronde van Lombardije, een wielerklassieker. De reeksen bleken vrijwel gelijk. In het jaar voor de grote overwinning boekten ze in beide gevallen vijf zeges, de jaren erna allebei gemiddeld iets minder dan vier.

De regenboogtrui heeft dus geen effect. Het is gewoon statistiek, constateert hij. Het jaar van de overwinning was een uitschieter, daarna zakt de renner weer richting de doorsnee.

De tropenjaren van de leider

Amerikaanse presidenten worden niet oud. De jaren in het Witte Huis tellen dubbel, bleek uit een studie uit 2009. Hoewel, twee jaar later toonde een ander onderzoek aan dat presidenten dezelfde leeftijden bereiken als gewone Amerikanen. Toch vreemd, schrijven artsen van Harvard: gezien hun sociaal-economische status verwacht je dat ze ouder worden dan gemiddeld.

Ze besloten het eens goed uit te zoeken. Niet alleen voor Amerikaanse presidenten, maar voor de gekozen leiders van zeventien landen. En dan niet vergeleken met de gehele bevolking, maar met de kandidaat die ze bij die verkiezing verslagen hadden. Het werd een omvangrijke studie, die terugging tot 1722 en 279 gekozen leiders bevatte tegenover 261 verliezers.

De regeringsleiders leefden gemiddeld 4,4 jaar korter dan hun tegenstanders. Maar omdat ze doorgaans ook wat ouder waren, was de prijs voor het hoogste ambt iets lager: 2,7 jaar.

De artsen erkennen dat hun studie haar beperkingen heeft. Zo is de groep niet erg groot en nogal divers waardoor de statistische kracht klein is. Bovendien zijn de kandidaten niet echt vergelijkbaar. Een rijke conservatief heeft een betere levensverwachting dan zijn socialistische uitdager die - zeker vroeger - vaak uit een achtergesteld arbeidersmilieu kwam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden