'Poetin was erg vriendelijk'

Na de omwenteling in Kirgizië is de verstandhouding met Rusland ineens hartelijk. Maar de betrekkingen tussen Moskou en de vroegere Sovjetrepublieken in Centraal-Azië zijn altijd grillig geweest. En China doet veel moeite om de olie- en gasrijke staten in de regio aan zich te binden.

De kersverse leider van de voorlopige regering in Kirgizië was zichtbaar tevreden met het telefoontje dat ze gisterochtend kreeg van de Russische premier Vladimir Poetin. „Hij was heel vriendelijk en geïnteresseerd, hij stelde gedetailleerde vragen. Dat heeft me geroerd”, zei Roza Otoenbajeva tegen de Russische radiozender Echo Moskvy. Otoenbajeva vertelde over de grote problemen waar haar land voor staat. Poetin bood onmiddellijk hulp aan.

Het contrast met de Russisch-Kirgizische betrekkingen van voor de omwenteling kon nauwelijks groter zijn. De afgelopen maanden had Poetin meermalen zijn irritatie over het gedrag van president Koermanbek Bakijev laten blijken. Snerend liet hij zich uit over de ’familiebusiness’ van Bakijev. De Russische media lieten zich niet onbetuigd en namen Bakijev de afgelopen weken voortdurend op de hak, in het heldere besef dat veel Kirgiezen Russische informatiebronnen prefereerden boven de eigen, gecensureerde media. „Er kwam veel steun van Rusland”, zei een dankbare Otoenbajeva. „Vooral waar het gaat om de ontmaskering van het criminele regime van deze familie.”

Met zijn snelle telefoontje heeft Poetin een duidelijk punt gescoord. In de Centraal-Aziatische context hoeft dat nog niet veel te betekenen. De Russische politiek in Kirgizië en de overige landen van Centraal-Azië is een voortdurende opeenvolging van kleine successen en soms forse nederlagen. Die zijn niet zelden het gevolg van het wispelturige gedrag van de Centraal-Aziatische leiders, die van zoveel mogelijk walletjes tegelijk proberen te eten en laveren tussen de verschillende grootmachten die belangen hebben in Centraal-Azië, eerst en vooral Rusland, China en de Verenigde Staten.

De Kirgizische ’Tulpenrevolutie’ van 2005 was voor Rusland een enorme domper. In het licht van de eerdere omwentelingen in Georgië en Oekraïne leek de Russische invloed in het ’nabije buitenland’ (de andere ex-Sovjetrepublieken) angstwekkend snel af te brokkelen, een waar schrikbeeld voor het Kremlin. Toen regeringstroepen in het buurland Oezbekistan kort daarop bruut optraden tegen demonstranten en honderden mensen doodschoten was Moskou er dan ook als de kippen bij om de Oezbeekse leider Islam Karimov te prijzen voor diens resolute optreden. Een nieuwe revolutie leek voorkomen. De Oezbeeks-Russische betrekkingen bloeiden op, de Amerikanen, die felle kritiek hadden op Karimov, moesten een legerbasis in Oezbekistan opdoeken.

De slinger sloeg al snel door naar de andere kant. Problemen met de bevoorrading van de troepen in Afghanistan noopten de Amerikanen opnieuw toenadering te zoeken tot de autoritaire regimes in Oezbekistan en Turkmenistan en de ogen te sluiten voor minder verkwikkelijke zaken als persbreidel, martelingen en politieke gevangenen. En in tijden van economische crisis kwamen nauwere banden met Washington ook Oezbekistan prima uit.

Karimovs houding tegenover het Kremlin verkoelde aanmerkelijk na de Russische toezegging van een miljardenkrediet aan Kirgizië voor de bouw van een waterkrachtcentrale. Oezbekistan is daar tegen omdat het vreest dat de irrigatie van de katoenvelden daardoor in gevaar komt. En toen de Russen voorstelden in het zuiden van Kirgizië een militaire basis in te richten als een voorpost van de Verdragsorganisatie voor Collectieve Veiligheid (een door Moskou geleid militair samenwerkingsverband van ex-Sovjetstaten, bedoeld als tegenhanger voor de Navo) reageerden de Oezbeken als door een wesp gestoken en dreigden ze uit de organisatie te stappen. Sindsdien zijn de contacten tussen Moskou en Tasjkent stroef.

Ook met Turkmenistan heeft het Kremlin een grillige haatliefdeverhouding. Rusland was lange tijd de enige afnemer van Turkmeens gas. De Turkmenen hadden geen keus, want vrijwel alle pijpleidingen liepen naar Rusland. Een akkoord tussen de beide landen over een nieuwe leiding die nog meer gas naar Rusland zou brengen werd met veelhoerageroep gepresenteerd. De Russen vierden al bijna de overwinning op het concurrende Nabuccoproject, dat gas uit Centraal-Azië en het Kaspische gebied naar Europa moet gaan brengen, buiten Rusland om. Maar de Turkmeense leiders lieten al snel na het ’historische’ akkoord fijntjes weten dat Nabucco voor hen wel degelijk een optie bleef. De Turkmenen voerden de druk op Moskou op, omdat ze van de Russen meer geld wilden voor hun gas.

De beste banden heeft Rusland zo op het eerste gezicht met het aangrenzende Kazachstan, de huidige OVSE-voorzitter. Om dat te onderstrepen bracht Dmitri Medvedev er in 2008 zijn eerste buitenlandse bezoek als president. Ambtgenoot Noersoeltan Nazarbajev toonde zich een dankbare gastheer: „Ik geloof niet dat er nog ergens in de wereld zo’n broederlijke vriendschapsband bestaat als tussen Kazachstan en Rusland.”

Nazarbajev is een meester in de diplomatie en een pragmaticus pur sang, die zich net als zijn collega’s in de overige Centraal-Aziatische staten weinig illusies maakt over de ’broederschap’ van Rusland en als het hem uitkomt net zo lief zaken doet met China, de VS en Europa. Zeker in tijden van crisis is Rusland ook voor hem niet de eerste keus, zelfs al is Kazachstan samen met Rusland en Wit-Rusland een douaneunie aangegaan. Die is door Moskou voorgesteld als een Euraziatische variant op de EU, maar lijkt geen lang leven beschoren. In Kazachstan groeit de onvrede, omdat vooral Russische bedrijven ervan lijken te profiteren en de Russische invloed binnen de organisatie naar het oordeel van veel Kazachen veel te groot is. De ’broederschap’ kent grenzen. Dat blijkt ook uit de steeds terugkerende conflicten over compensatie die Kazachstan eist voor het Russische gebruik van de lanceerbasis Bajkonoer.

De Russische invloed in Centraal-Azië is tanende en zal het op termijn moeten afleggen tegen die van andere spelers, eerst en vooral China. Vooralsnog geeft Moskou niet op. Russische grenstroepen zijn nog altijd gestationeerd langs de Afghaanse grens in Tadzjikistan, en de Russen hebben, net als de Amerikanen, een legerbasis bij de Kirgizische hoofdstad Bisjkek. De nieuwe basis in het zuiden van Kirgizië staat ook nog steeds op de agenda. Of die er ook zal komen? „We hebben tijd nodig om dat te bekijken”, zegt de nieuwe Kirgizische regeringsleider Roza Otoenbajeva. „Ons besluit zal gebalanceerd zijn en in het belang van onze republiek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden