Poenie, het nieuwe woord voor vagina

Poenie en piemel: poenie is volgens luisteraars van Ruud de Wild op Radio 2 het beste alternatief voor vagina. Beeld KRO-NCRV

Jongens hebben een piemel, maar voor het vrouwelijk geslachtdeel bestond nog geen luchtige aanduiding voor familiaal gebruik. De luisteraars van Radio 2 verkozen ‘poenie’.

“Merk je nou hoe ongemakkelijk het is?”, zegt Ruud de Wild, als de verslaggever enigszins beschroomd het woord ‘vagina’ gebruikt. “Ik heb twee dochters van 7 en 16 waarmee ik over alles kan praten”, vervolgt de Radio 2-dj. “Maar alle woorden voor het vrouwelijk geslachtsdeel zijn goor of zwaar. Vooral het drieletterwoord is een lomp, lelijk woord.” De Wild loste dat op door er gewoon geen woorden voor te gebruiken. “Ik ben een koning in het ontwijken”, zegt hij. Maar gek is dat wel. “Tegen mijn zoon kan ik gewoon zeggen dat hij zijn piemel moet schoonhouden.”

Snippa

Het is een vraag waar iedere ouder een keer voor staat: wat hebben meisjes en mama’s tussen hun benen? Vagina is zo wetenschappelijk, de vrouwelijke tegenhanger van penis. Andere woorden zijn vulgair, of onnodig ontwijkend – terwijl je je er toch niet voor hoeft te generen. De Wild besloot op zoek te gaan naar een nieuw woord: de trotse tegenhanger van piemel. Met Rutgers, het kenniscentrum voor seksualiteit, organiseerde hij een verkiezing. Het idee is afgekeken van Zweden: daar raakte het woord ‘snippa’ dankzij het Zweedse Rutgers volop ingeburgerd naast de mannelijke ‘snopp’.

In ‘De Wild in de Middag’ werd woensdag het woord ‘poenie’ op het schild gehesen. Uit een shortlist van vijf kreeg ‘poenie’ 35 procent van de stemmen. Op afstand tweede werd het klassieke ‘vagina’. Vijfduizend luisteraars brachten hun stem uit.

Voorbips

Elsbeth Reitzema van Rutgers merkt dat ouders en leerkrachten het lastig vinden om over het vrouwelijk geslachtsdeel te praten. Rutgers gebruikt in zijn voorlichting ‘vagina’, omdat dat het meest is ingeburgerd. Correcter is ‘vulva’. “De vagina is de buis in de vulva.” Maar beiden zijn eigenlijk te medisch. “We horen daarom van alles voorbijkomen, maar dat zijn niet de goede woorden. ‘Voorbips’: dat is het niet. ‘Muts’: dat is het ook niet, die zet je op je hoofd. ‘Spleetje’: het is niet alleen een spleetje”, somt Reitzema op.

Ze is daarom blij ‘poenie’. “Poenie en piemel, dat past ook bij elkaar. We hopen dat het zo meer normaal wordt om erover te praten, dat het vrouwelijk geslachtsdeel er meer mag zijn.” Volgens Reitzema leidt dat tot meer gelijkheid tussen jongens en meisjes. “Jongens hebben het toch al makkelijker. Die hebben hun piemel elke dag in de hand. Als meisjes weten dat ze een poenie hebben, kunnen ze er ook trots op zijn”, legt Reitzema uit. Bovendien is het voor meisjes lastig om te praten over vervelende seksuele ervaringen, als ze nog geen woord hebben om hun vulva aan te duiden.

Zullen Nederlanders poenie, dat stamt uit de straattaal, echt op grote schaal gaan gebruiken? “Ik denk dat daar nog wel een campagne voor nodig is”, zegt Reitzema. Zij wil eerst kijken hoe het woord valt bij ouders, leerkrachten en kinderen. Zijn de enthousiast, dan ziet ze voor een verdere verspreiding van het woord een taak voor Rutgers. Tot die tijd houdt het kenniscentrum het nog even op vagina.

Lees ook:

‘Kennis over de vagina geeft zelfvertrouwen’

Hun boek wordt de Lonely Planet voor het vrouwelijk onderlichaam genoemd. De Noorse artsen Ellen Støkken Dahl en Nina Brochmann schreven een bestseller over de vagina.

Liever geen ’spleetje’

Acht jaar geleden opperden lezers van Trouw ‘poenie’ al, in reactie op een opvoedvraag over het vrouwelijk geslachtsdeel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden