Pluriforme man van de praktijk

Als rebelse trainer maakte Charles van Commenée een ontdekkingsreis door de romantische sport, nu is hij leider van het establishment. ,,Ik voel me in beide werelden als een vis in het water."

Elk jaar staat Charles van Commenée stil bij zijn afkomst. Dan zit de Amsterdammer in Los Angeles, nabij de woning van zijn broer, op het bankje dat in 1984 als zijn slaapplaats diende. Van Commenée was destijds met rugzakje en weinig dollars naar LA gevlogen. Hij wilde de Olympische Spelen beleven en door het observeren van trainers en hun atleten de fijne kneepjes van het vak leren. „Vanaf dat bankje op een heuvel in het park keek ik zo het olympisch dorp UCLA in. Met een verrekijker volgde ik de trainingen op de atletiekbaan en noteerde wat daar gebeurde.”

„In advertenties las ik dat toegangskaarten voor het atletiektoernooi voor mij onbetaalbaar waren. Ik stond elke ochtend voor de poort, tot een kwartier na aanvang de prijs tot drie dollar was gezakt. Ik heb drie van de twaalf sessies gemist, de rest heb ik voor een habbekrats bijgewoond.”

In LA lag een voornaam hoofdstuk van de ontdekkingsreis van een jongen voor wie een topsportcarrière in de kiem was gesmoord. Van Commenée begon als jeugdige trainer op het laagste niveau. Hij is er nog altijd trots op hoe hij de bescheiden club Lycurgus Nederlands kampioen maakte.

Met de gevestigde orde had hij niet veel op. In 1996 had hij zich opgewerkt tot lid van de olympische ploeg. „Uit kwaadheid en onbegrip over het limietensysteem heb ik me teruggetrokken. Ik zat in Atlanta gratis in een gastgezin. Kaarten voor het atletiektoernooi kocht ik gewoon.”

„Het tumult om het normen en limietensysteem zoals het er nu ook weer is, komt mij bekend voor. Ik weet hoe sporters en coaches dat ervaren. Maar het is niet moeilijk om daar harde beslissingen over te nemen zolang het maar fair is. Dat moet klinisch, in het management van de topsport worden hele zakelijke beslissingen genomen. Maar ik begrijp de emotie als geen ander.”

Legendarisch is zijn ruzie, vier jaar eerder in Barcelona, met toenmalig chef de mission André Bolhuis. De verhoudingen tussen de twee zijn nu ’uitermate gezond’, vandaar dat Van Commenée er met enige terughoudendheid op terugblikt. Van Commenée maakte in Barcelona geen deel uit van de olympische ploeg. Hij was als begeleider van estafetteloopster Petra Huybrechtse aangewezen op dagpassen om op de trainingsbaan te kunnen komen. Dat was driemaal mislukt, wel ontwaarde hij de oma van atlete Stella Jongmans op de plaats waar híj moest zijn.

Zijn woede kwam tot kookpunt toen Bolhuis zei: „Een coach moet niet denken dat hij belangrijker is dan een oma.” Van Commenée werd het olympisch dorp uitgegooid en vertrok de volgende dag met de trein naar huis.

„Ik sprak zelf niet altijd met twee woorden. Nu ik André wat beter ken, denk ik dat hij op dat moment in het vuur van de confrontatie en in combinatie met vermoeidheid er wat uitgefloepte. Niettemin, ik was zwaar op mijn pik getrapt en kon geen enkele nuance zien. Er was geen plaats voor mij in deze olympische familie, ik had er niets meer te zoeken.”

„Toen kon ik niet bevroeden dat ik nog eens de ultieme positie van het establishment zou bekleden. Daar was ik als rebelse jonge trainer allergisch voor.”

„Het aardige is, dat ik nu vanuit een andere positie die angry young men herken. Zij die slimmer willen zijn dan het systeem en nergens begrip voor hebben. Dat vind ik vaak een plus, ik heb sympathie voor mensen die eigenlijk sneller willen zijn dan het licht. Het establishment, waar ik nu deel van uitmaakt, gaat per definitie te langzaam voor mensen die de wereld willen veranderen. Ik zie het als mijn taak snelheid erin te brengen.”

„De eerste regel die ik voor het olympisch dorp in Peking heb ingevoerd is: er komen geen oma’s in. Geen familieleden. Alleen mensen die functioneel iets toe te voegen hebben zijn welkom, zoals persoonlijke trainers, pers en aanvullende fysiotherapeuten. Met vrienden en familie moet buiten het dorp worden afgesproken. Zo is er meer privacy voor de sporters. Als je een maand lang in die olympische flat zit en er komen steeds buitenstaanders over de vloer, is dat voor andere sporters uitermate storend.”

Een andere maatregel kreeg Van Commenée er niet door: wie klaar is met sporten, gaat naar huis. Tot dusverre gold bij NOC-NSF het padvindersmotto samen uit samen thuis. „Nu zijn er drie dagen waarop sporters naar huis kunnen. Ik ben ervoor dat mensen die klaar zijn meteen vertrekken. Om voor hen die nog in wedstrijd zijn het klimaat professioneel te houden.”

„Maar het bestuur van NOC-NSF en óók de atletencommissie denken daar geheel anders over. Het is een van die vormen van traditie die overal aan de Spelen hangen. Gezamenlijk aanmoedigen en zo. Hieruit blijkt wel weer dat Charles van Commenée niet de grote alleenheerser is over het olympisme in Nederland.” (Schaterlach)

„Zeker, er waren klachten over overlast van vakantie vierende sporters. Veel coaches vinden hetzelfde als ik. Maar kijk rond in de bestuurskamers, de traditie lacht je tegemoet.”

„Waar ik weinig begrip voor heb, zijn mensen in de periferie die klagen dat ze niet de vijfsterren behandeling krijgen. Mensen die zich slachtoffer voelen als ze niet deel mogen uitmaken van het olympische systeem, met een halve of geen accreditatie. Of nog erger, zij die niet voor bepaalde kleding in aanmerking komen. Dat wordt vaak persoonlijk opgevat, als een miskenning.”

„Als niemand de rode loper voor je uitlegt, zoek dan een andere manier. Er zijn wegen genoeg die je kunt vinden. Ik weet uit ervaring dat de Spelen aan de buitenkant veel mooier zijn. Als ik ooit ben gestopt, wil ik de Spelen weer meemaken als toeschouwer. Uit interesse en liefde voor de sport, zoals ik ooit ben begonnen. Dat neem je met je mee. Weliswaar toen als have not en nu als have, maar dat is wel de constante factor.”

Je ging van een romantische wereld naar een zakelijke wereld. Waar voel jij je het meeste thuis?

„Ik voel me in beide als een vis in het water. In Engeland heb ik een geleidelijke overgang mogen doormaken. Daar was ik technisch directeur én coach. Ik ging niet cold turkey van trainingspak naar pak.”

„Naar buiten toe zal ik me niet meer roeren zoals vroeger, Maar binnen bonden en naar sommige sporters is mijn toon nog even stevig. Ik moet mij rekenschap geven van mijn positie. Als je de Nederlandse sport vertegenwoordigt en 400 mensen aan de andere kant van de wereld moet leiden, zou het erg onvolwassen en ronduit niet goed zijn als je dat met dezelfde bagage en uitingsvormen doet als dat je 25 bent.”

„Om succesvol te zijn moet je je kunnen aanpassen aan de omgeving en aan wat er nodig is. Ook als trainer moest ik verschillende kaarten kunnen spelen. Ik was niet alleen de rebel, de dictator, of de grote begrijper. Ik ben gewend om veelkleurig te zijn. Ik kon onmogelijk de ingetogen Lieja Koeman op dezelfde manier benaderen als een dertigjarige onvolwassen kogelstootster uit China (wereldkampioene Huang Zhihong, red) of Denise Lewis (onder Van Commenée olympisch kampioene zevenkamp, red) met haar roots in Jamaica, vrouw van de wereld.”

„Ik moet pluriform zijn. Ik kan niet zeggen: dit is hem, doe het er maar mee. Als je zo bent, ben je beperkt. Dan kan je maar in één setting en met één type mens succesvol zijn.”

„Bij sporters moest ik in een kolkende arena in twee woorden iets duidelijk kunnen maken. Als ik met een hoge functionaris van VWS spreek, moet ik de dingen breder inkleden, het perspectief voor de maatschappij verwoorden en alles in een groter kader plaatsen.”

„Ik werk nu ook met andere mensen, met het establishment. Dat is een ontwikkeling, Engeland is een goede leerschool geweest. In mijn eerste werkweek moest ik daar een vergadering voorzitten van de homecountries, Schotland, Noord-Ierland, Wales, Engeland. Er waren heikele punten die al maanden lagen te wachten op de nieuwe man. En dat was ik. Ik had geen besef van het politieke mijnenveld waarop ik liep. Dat besefte ik pas een halfjaar later met terugwerkende kracht.”

„Allereerst was er het succesvol vervullen van mijn onbegrip van bepaalde woorden. Ga met een Schot en een Welshmen aan tafel, en je begrijpt een kwart niet. En ik kan in een vergadering niet elke vijf minuten vragen: wat bedoelt u eigenlijk? Ik manoeuvreerde me overal doorheen en kwam aan het eind van de vergadering met een uitkomst. Dat was een aardige vuurdoop.”

„In het parlement worden vragen gesteld als UK Athletics van de WK 2001 terugkomt met weinig medailles: waarom gaat ons overheidsgeld daar naar toe? Als ik in zo'n setting en ook nog in een vreemde taal een vergadering tot een goed einde weet te brengen, dan is het Nederlandse bestel een koekie.”

„Naar de technisch directeur en chef de mission van NOC-NSF wordt geluisterd. Bovendien, en dat is mijn sterke punt, breng ik altijd de praktijk van het veld met me mee. Ik kom uit de sport, ik ben er niet van bovenaf ingevlogen.”

„Ik heb vanaf 1977 tienjarige meisjes getraind. Mijn vader repareerde hordes en mijn moeder verkocht Marsen in de kantine van AAC. Dus ik ben een product van het Nederlandse sportbestel in al zijn traditie. Ik heb de hele route bewandeld. En op een bepaalde dag word je wakker als chef de mission van het Nederlandse team.”

„Ik verwacht andere Spelen dan ik gewend ben. Ik heb een veel grotere afstand tot de actie dan ik ooit heb gehad. Dus ik hoef me niet druk te maken. Mijn hartslag zal niet veel omhoog gaan. Ik moet zorgen dat de dingen op rolletjes lopen en dat mensen hun werk kunnen doen. Dat kan niet moeilijk zijn.”

„Ik zag in het verleden het management zwetend rondrennen, op het punt van omvallen als het einde van de Spelen naderde. Voor mij is het chef de missionschap een verlengde van wat ik al vier jaar doe. Ik kan me voorstellen dat als je een jaartje voor de Spelen in die functie komt binnenvallen, het lastig is overeind te blijven door het kolossale dat je overvalt.”

„Peking gaat leuk worden. Ik ga de boel in goede banen leiden, het team naar buiten toe vertegenwoordigen en af en toe wat conflictjes oplossen. Ik zou niet weten waarom dat een stressvolle bezigheid zou moeten zijn. Dat is mijn werk de afgelopen vier jaar ook niet geweest. Het is wél heel veel geweest. Maar niet stressvol of ingewikkeld.”

„Coachen is veel ingewikkelder. Dan moet je elke dag weer wat nieuws bedenken voor een probleem dat elke dag anders is. Je moet iemand of een team voorbereiden op een finale waarbij de hele wereld meekijkt. Falen is einde carrière, of vier jaar wachten. Er zijn altijd problemen, of dat nu op het persoonlijke vlak is, emotioneel of fysiek, blessures of vormverlies. Bij die problemen helpt ervaring, maar je kunt een oplossing uit het verleden niet kopiëren. Het is constant puzzelen.”

„Nu moet ik zorgen dat mensen vier jaar lang hun werk optimaal kunnen doen. En ik moet de topsportstructuur voor het komende decennium in de steigers zetten. Maar ik ben niet meer degene die iemand vandaag één centimeter hoger of lager laat springen.”

Ben je gelukkig met de officiële ambitie van NOC-NSF, een plaats bij de toptien van de wereld?

„Daar ben ik heel gelukkig mee. Het is een rechtvaardiging voor de beslissingen die ik neem en de uitgaven die ik doe. Als we een andere ambitie zouden hebben, laten we zeggen op alle onderdelen vertegenwoordigd zijn of een zo groot mogelijk team afvaardigen, dan besteed je de middelen anders.”

„Nu is het logisch dat we er voor zorgen dat de sterke programma's, zoals roeien of judo, sterk blijven. Pas daarna kunnen we kijken of er middelen overblijven om de zwakkere sporten te helpen de kloof te overbruggen.”

„Wel heb ik de afgelopen tijd geprobeerd die ambitie te nuanceren. Er is meer dan gouden plakken. Natuurlijk loop ik dan de kans dat het wordt uitgelegd als angsthazerij, dat ik me wil indekken voor een mogelijke niet-toptien positie. Maar het kan goed zijn dat je 50 medailles wint, allemaal zilver en brons, en dat je 68ste wordt in de medaillerangschikking. Dan doe je het fantastisch. Je kunt ook negen keer goud winnen dankzij drie sporters in twee verschillende sporten. Nou, dan sta je tiende. Doe je het dan goed? Nee, dan doe je het niet goed.”

Toen Van Commenée in 2001 technisch directeur werd van UK Athletics, zei hij dat het geen baan was om vijftien jaar te doen. Gezien het tijdsbeslag dat als technisch directeur en chef de mission op hem wordt gelegd, zegt hij dat nu weer. Maar veel is afhankelijk van Peking, en het vooruitzicht daarna. „Ik kan niet langer verantwoordelijk blijven als de tussentijdse resultaten zwaar tegenvallen. Dan trek ik mijn conclusies. De vraag is alleen, waar ligt die lijn? Die kan ik nu niet goed beantwoorden. Het is onwaarschijnlijk, maar stel dat we thuiskomen met vijf medailles. Dan blijf ik niet zitten, dan heb ik te veel om uit te leggen. Ik kan niet met geloofwaardigheid onze ambities uitspreken, als we er mijlenver vanaf blijven.”

„Het gaat niet alleen om de uitslag, ik wil ook zien of het aardig is om te doen. Dat is tot op heden wel het geval, maar dit is de belangrijkste periode. Als ik op de Spelen niet de beslissingen kan nemen die ik nodig vindt omdat er andere krachten een rol spelen, dan heb ik er niets meer te zoeken.”

„Dan is er de vraag of het budget aanwezig zal zijn voor een nieuwe cyclus. Alle commerciële contracten met de partners in sport lopen af, en er heeft nog niemand bijgetekend. Het ziet er naar uit dat het grootste deel interesse heeft om door te gaan, maar dat moet ik eerst zien. Ik ga me niet committeren aan dezelfde ambities met een lager budget. Want dan wordt de Nederlandse topsport een tandeloze tijger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden