opinie

Plundering viel in het niet bij oorlogsleed

Canadese militairen doorzoeken panden in de Deventer binnenstad Beeld Nationaal Archief

Goed dat Trouw, al is het inmiddels meer dan zeventig jaar na dato, aandacht schenkt aan een van de keerzijden van de bevrijding, zegt auteur Jan Braakman. Hij stuitte zelf ook op verhalen over plunderingen toen hij het oorlogsverhaal van zijn geboortedorp optekende. Maar de narigheid van de vernielingen en diefstal stond niet in verhouding tot de ellende van de oorlog.

Ook in het Achterhoekse Laren (pakweg 1000 inwoners) waren plundering, moedwillige vernieling en diefstal door bevrijders van behoorlijke omvang. Dat bleek toen ik onderzoek deed naar de gebeurtenissen in mijn geboortedorp. Het was geen onbekend, maar wel een onbenoemd aspect van de bevrijding.

Tekenend zijn de dagboekaantekeningen die ik aantrof van de Zutphense zuiveldirecteur Karel Weenink. Weenink had de bezittingen van zijn gezin opgeslagen in de Larense zuivelfabriek. Toen Weenink de dag na de bevrijding zijn eigendommen inspecteerde, trof hij Canadese soldaten in een grote chaos aan. Hij schreef: 'Tafels en stoelen zijn beschadigd, linnengoed verdwenen; schoenen, kousen, overhemden, dassen, kindergoed, spaarpotten van de kinderen, zilver, portretlijstjes, colberts, alles weg.'

Weenink sprak de soldaten woedend aan: "Vijf jaar lang zijn we hier bestolen, onderdrukt en bedreigd door de Hunnen en nu komen jullie met je goed doorvoede, welvoorziene maar ongedisciplineerde rotleger en stelen niet uit armoede, maar om het stelen zelf."

Een Britse officier vertelde Weenink dat hij sinds D-Day niet anders had meegemaakt. "Door België en Frankrijk hebben we steeds achter de Canadese fronttroepen aangezeten als verbindingsgroep en overal was het hetzelfde liedje." Een andere Britse militair voegde daaraan toe: "Het is een ziekte van die knapen, hier stelen ze het en twintig kilometer verder vind je het aan de kant van de weg."

Weenink was niet de enige gedupeerde. In het gemeentehuis was de kluis gekraakt; diefstal van radio's was ternauwernood voorkomen. Voor de Larense bevolking was de plundering door de Canadezen bijkomende schade. Er waren meer dan twintig dorpsgenoten omgekomen tijdens de oorlog. Bij de strijd rondom het dorp waren tientallen Canadese soldaten en minstens zoveel Duitsers gesneuveld. Het dorp lag in puin, de helft van de huizen was onbewoonbaar.

Aan de geallieerde plunderingen is na de bevrijding niet veel aandacht besteed. Het met plunderingen aangerichte leed viel in het niet bij het verdriet om de gesneuvelde dorpsgenoten, het grote offer dat het bevrijdingsleger bracht en de immense materiële schade die was ontstaan bij de bevrijding.

Jan Braakman is auteur van 'Klein Nederland, de oorlog in een Gelders dorp'

Lees ook: Bevrijders maakten zich schuldig aan plunderingen in Nederland

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden