Plunderaars en boeken

,,Abdul Fattah al-Idrissi verzekert mij dat tussen de vijf en zeseneenhalf miljoen mensen vermoord of verdwenen zijn. 'Nog meer dan Hitler,' zegt hij. Omdat ik eraan gewend ben de meest fantastische getallen uit Iraakse mond te horen, zeg ik maar niet dat het mij zeer onwaarschijnlijk lijkt. Die overdrijving drukt vooral de wanhoop uit van een volk dat machteloos staat tegenover de duizelingwekkende gruwelijkheid waarmee het is behandeld.''

Mijn bezoek aan Najaf en Kerbala betekende een terugkeer naar het middeleeuwse Irak, maar op de Nationale Universiteit van Bagdad word ik geconfronteerd met de meest moderne sector van de Iraakse maatschappij. Meisjes en jongens bewegen zich ongedwongen op de binnenplaatsen, in de gangen en in de collegezalen, en hoewel de meeste jonge vrouwen hun hoofd met de islamitische sluier bedekken, zie ik ook velen zonder sluier en met blote armen. De ogen van de vrouwen in Bagdad zijn nog het enige dat de herinnering aan Duizend-en-één-nacht oproept.

Vandaag is de afsluiting van het studiejaar en er heerst een feestelijke sfeer met veel geroezemoes. Hele jaargroepen laten zich onder de bomen fotograferen, met bossen bloemen in de hand en tussen hen in hun professoren. Groepjes jongemannen, die worden aangevuurd door de meisjes, dansen luidkeels zingend op de vrolijke muziek die via luidsprekers door de tuinen weerklinkt. De sfeer is vriendschappelijk, vrolijk en rustig. (Maar de ochtend erna wordt in de kantine van diezelfde universiteit een Amerikaanse soldaat, die met een paar studenten zat te praten, door het hoofd geschoten. De dader is gevlucht.)

Ik bevind me in de letterenfaculteit, die ongeveer vijfduizend studenten telt, van wie er achthonderd Spaans studeren. Ze hebben vast en zeker uitstekende docenten, want ik kan een geanimeerd gesprek met studenten van beiderlei kunne voeren. Ze zijn buitengewoon nieuwsgierig naar alles wat met Spanje te maken heeft, maar van Latijns-Amerika weten ze niet veel. Als gevolg van de plunderingen is de collegezaal een puinhoop, maar te oordelen naar het goede humeur van de studenten zou je dat niet zeggen.

De Iraakse universitaire docenten kunnen moeizaam rondkomen. Een flink aantal zal daarom naar Libië, Jordanië of de Golfemiraten vertrekken, waar de salarissen hoog zijn.

Het is een genoegen te spreken met de decaan van de faculteit der letteren, de gezette, flamboyante doctor Dia Nafi Hassan, specialist in de Russische taal en literatuur en een expert in Tsjechov en Toergenjev. Zijn kantoor is een oven en is vrijwel leeg, want toen op 9 april de dictatuur ineenstortte, werd alles in die universiteit - en in de vijf andere universiteiten in Bagdad - geplunderd en verbrand. En dus zaten ze zonder ventilatoren, schrijfbureaus, stoelen, archiefmappen, ordners en boeken, en tussen besmeurde muren, vensters zonder ruiten en opgebroken gangen en trappen. En erger nog, ook waren de inschrijflijsten, de cijferlijsten en de dossiers van de studenten verbrand. 'De universiteit van Bagdad heeft, net als alle instituten, haar maagdelijke toestand herwonnen,' grapt de decaan. Maar die orkaan van barbarij die de universiteit heeft verwoest zoals de Hunnen van Tamerlan, 'de zonen van de hel', in de veertiende eeuw het oude Mesopotamië verwoestten, onverschillig voor de beschaving die voortkwam uit de kunstzinnige en intellectuele wonderen van Nineve en Babylonië, heeft zo te zien geen enkele invloed gehad op het goede humeur en het optimisme van collega's en leerlingen van doctor Dia Nafi Hassan.

Opgetogen onthult hij mij dat op de universiteit van Bagdad het democratiseringsproces al in gang is gezet. Kortgeleden waren er verkiezingen en hij werd met 42 van de 52 stemmen tot decaan benoemd. Hij is er trots op dat hij legitiem is gekozen. De andere aanwezige professoren lijken zijn enthousiasme te delen. Hij hoopt dat wat hier op de universiteit is gebeurd binnenkort ook in Irak gaat gebeuren en dat de Irakezen zelf de teugels in handen zullen nemen, zonder de bevoogding van 'buitenlanders' (lees: Amerikanen). En dat Irak, net als landen als Frankrijk, Spanje en Engeland, vrij en democratisch zal worden, met een seculiere regering die tolerant is jegens alle geloven, waaronder natuurlijk de islam, zijn geloof.

Ik vraag hem of hier niet hetzelfde kan gebeuren als in Algerije, waar begin jaren '90 de eerste min of meer vrije verkiezingen uit zijn geschiedenis werden gehouden. Het bleek dat de fundamentalisten aan de winnende hand waren. Als zij dankzij de democratie aan de macht waren gekomen, dan zouden ze daar snel een einde aan hebben gemaakt en een theocratie hebben gevestigd. De decaan ontkent dat met absolute overtuiging. 'Vrije verkiezingen zullen hier nooit door fanatici worden gewonnen,' verzekert hij me. 'Wij moslims zijn in meerderheid beschaafde mensen, met een open en democratische geest.'

Ik hoop vurig dat hij gelijk heeft. Maar het is duidelijk dat hier een groot aantal fanatici rondloopt. Want de professoren vertellen me dat sommige van de overvallers die deelnamen aan de plunderingen en uit vandalisme dit gebouw verwoestten en de bibliotheken in brand staken, de muren van de faculteitskantoren hebben besmeurd met fundamentalistische leuzen waarin ze dit het huis van het kwaad en van de ongelovige noemden. Die plunderaars hebben de Irakezen dieper gewond en meer wrok en woede gewekt dan de bombardementen van de coalitie. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik de afgelopen dagen tijdens tientallen gesprekken geen enkele Irakees heb horen zeggen dat hij de val van Saddam Hoessein betreurt. Iedereen verafschuwde hem. Ik heb zelfs bijna niemand horen klagen over de slachtoffers van de bombardementen. Maar de mensen zijn eensgezind in hun walging over de gruwelijke plunderingen die volgden op de val van de dictator. Huizen zijn leeggehaald en in brand gestoken, overal liggen bergen afval. Veel mensen, die vol hoop naar het einde van de dictatuur uitzagen - zij waren het die de standbeelden van de dictator omver hebben getrokken en zijn portretten hebben besmeurd - zijn al hun bezittingen kwijt, hun meubels, hun herinneringen, hun huizen, hun kleren, de spaarcentjes die ze thuis hadden verborgen uit angst dat de banken die zouden confisqueren. Ze vragen zich allemaal af: 'Waarom stonden de Amerikanen werkeloos toe te kijken? Waarom zijn ze niet tussenbeide gekomen?' Het is een mysterie waarop nog geen antwoord is gekomen. Er bevonden zich duizenden soldaten op straat en zij hadden vanaf het eerste begin die troep krankzinnig geworden Ali Baba's, die als een wolk hongerige sprinkhanen dagenlang bezig waren Bagdad en andere steden te verwoesten, met harde hand kunnen tegenhouden. Tot dat moment waren de Amerikanen door vele Irakezen als bevrijders binnengehaald, maar na al die plunderingen sloeg de sympathie om in frustratie en vijandigheid.

De pauselijke nuntius, Fernando Filoni, die sinds twee jaar in Bagdad woont, is klein, slim en spraakzaam. Hij vertelt dat de dictatuur letterlijk een samenleving heeft verwoest die veertig jaar geleden op een hoog cultureel peil stond, met de modernste ziekenhuizen en universiteiten van het Midden-Oosten en vakmensen die zich konden meten met de besten van de wereld. In de jaren vijftig had Bagdad tot afgunst van de buurlanden een hoog cultureel en artistiek niveau bereikt. Aan dat alles werd een einde gemaakt door de Baath-partij en Saddam Hoessein. Er vond toen een ware uittocht plaats van medici, ingenieurs, economen, onderzoekers, onderwijzers en intellectuelen naar alle windstreken van de wereld. (Toen ik onderweg naar Irak een tussenlanding maakte in Amman, zei een diplomaat die al jaren in Jordanië was gevestigd, tegen me: 'De tragedie van Irak is voor dit land een zegen geweest: de prominentste musici, kunstenaars en intellectuelen hier zijn Iraakse emigranten.') De censuur, de onderdrukking, de angst, de corruptie en het isolement hebben dit land cultureel verarmd en het teruggebracht tot de armoedige staat waarin het nu verkeert. Daarom hadden de gewone mensen zoveel verwachtingen van de bevrijding. Wat men ook zegt, de Amerikanen werden in een vriendelijke sfeer ontvangen. Maar die sympathie is na de plunderingen en de totale onveiligheid die er sindsdien heerst, omgeslagen in aversie. 'In die gevoelens moet men geen genegenheid voor Saddam Hoessein zien, maar haat voor de chaos en voor het feit dat het leven zo precair is geworden.'

Monseigneur Filoni zegt dat de angst voor berovingen en overvallen, ontvoeringen en verkrachtingen tot een ware psychose heeft geleid. Vele families brengen hun kinderen niet meer naar school, komen amper hun huis uit en houden hun wapens achter om zich te verdedigen tegen overvallers. De nuntius lijkt niet erg optimistisch over de mogelijkheid dat er uit dit alles in Irak een moderne democratie zal verrijzen. 'Er zijn veel sociale spanningen, er is onder het volk een totaal gebrek aan politieke en democratische ervaring en er is te veel anarchie, en dus zal het democratiseringsproces niet in korte tijd worden gerealiseerd. Misschien op heel lange termijn.' Hij herhaalt bijna woordelijk wat die kennis in Amman tegen me zei: 'Realistisch bekeken is het beste wat je voor Irak mag hopen dat er een relatieve democratie onder toezicht komt, zoals ze ook in Jordanië hebben. Er zijn daar kortgeleden verkiezingen gehouden en er werd geen enkele vrouw gekozen. Maar volgens de wet moeten er zes vrouwen in het parlement zitten. Dat aantal ligt vast. De islamisten hebben slechts 17,5 procent van de stemmen gekregen, een overwinning voor het bewind van koning Abdullah. Maar als die intelligent opgestelde ad-hoc kieswet er niet was geweest, die verbiedt dat er kandidaten met voorkeurstemmen worden gepresenteerd, dan hadden de extremistische islamisten een veel hoger percentage stemmen gekregen. Aan de andere kant beslissen de stammenleiders over de stemmen van massa's kiezers en zij zijn seksistischer en intoleranter dan de islamisten zelf. Dat Jor-daanse systeem beschouw ik als het beste dat Irak zou kunnen hebben.'

Als ik tegen monseigneur Filoni zeg dat Iraakse vrienden me hebben verteld dat het geval van Tariq Aziz, de katholieke minister van Buitenlandse Zaken en medeplichtige van Saddam Hoessein, geen uitzondering was, dat veel leden van katholieke gemeenschappen sympathiseerden met de dictatuur, onder wie zelfs een hoge geestelijke van de katholieke kerk, schudt hij ontkennend zijn hoofd. Hij legt me uit dat de katholieken in Irak, ongeveer een miljoen (5 procent van de bevolking), zich in de eerste jaren van het regime nog beschermd voelden, omdat de Baath zich een seculiere partij noemde en een systeem invoerde waarin alle geloven konden samenleven. Maar sinds de Golfoorlog is het afgelopen met de secularisatie. Saddam Hoessein gebruikte de islam om steun te verwerven onder de moslimstaten en riep zichzelf uit tot vaandeldrager van het geloof dat strijdt tegen de ongelovige vijanden van Allah. Er kwam een strenge religieuze censuur, het bewind moedigde het dragen van de hijab (islamitische sluier) aan en de situatie van de vrouw onderging een dramatische verslechtering.

Toen monseigneur Filoni voor de eerste keer naar Irak kwam, was er niet de vrijheid die er nu is, maar er was tenminste orde en een zekere veiligheid. Hij herinnert zich dat de mensen in deze tijd van het jaar, wanneer het heet is, hun matrassen naar het dakterras brachten en daar sliepen, met de sterren boven zich. Heb ik naar de sterrenhemel van Bagdad gekeken? Ik moet toegeven dat ik zo door aardse beslommeringen in beslag was genomen, dat ik dat niet heb gedaan. Hij raadt me aan om het onverwijld te doen en gebruik te maken van de stroomstoringen die de hele stad in duisternis hullen. In dat inktzwarte gewelf boven mij fonkelen de sterren met zo'n kracht en schoonheid, dat je onweerstaanbaar aan God moet denken. Misschien waren het wel die met sterren bezaaide nachten in het zeer oude Mesopotamië waardoor in de dageraad van het leven de gesprekken met de godheid zijn begonnen. 'De legende zegt dat Abraham hier in Ur is geboren. Wist u dat? Misschien dat hier, tussen de Eufraat en de Tigris, niet alleen het schrift, maar ook het geloof is ontstaan.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden