Pluim vliegt blijmoedig naar record

interview | Als de sfeer maar goed is, springt Femke Pluim 4,50 meter. Dat kan nog hoger.

Femke Pluim haalt energie en succes uit optimisme en blijmoedigheid. "Als ik blij ben en iedereen aardig vind, dan ben ik op mijn best. Dus als ik er op een wedstrijd een gezellige boel van maak, komt het goed met mij."

Daar zet de polsstokhoogspringster met humor verweven realisme tegenover. In Apeldoorn evenaarde ze zaterdag tijdens de NK haar Nederlandse indoorrecord van 4.50 meter. Vorige zomer voldeed ze in de buitenlucht met een vlucht van 4.55 aan de eis voor de Olympische Spelen.

"4.50 meter springen is leuk, in Nederland doet iedereen daar fantastisch over. Maar superspeciaal is het niet. Wil ik bij de wereldtop horen, dan moet ik me echt verbeteren. Ik moet het hebben van snelheid, hoogte van de greep en dan maar gaan met die banaan. Want technisch ben ik niet sterk, we werken aan veel losse stukjes die op hun plaats moeten vallen. Maar dat heeft te maken met allerlei zweverig technisch geneuzel dat ik je zal besparen."

Op het acrobatische atletiekonderdeel heeft de 21-jarige Pluim het voordeel van een brede basis als turnster. Zowel met turnen als atletiek begon ze op late leeftijd, waarbij ze in dubbel opzicht blij is met de overstap die ze in 2011 maakte.

"Turnen is een totaal andere sport. Ik was wel goed maar begon pas toen ik in groep zes zat. Het was zuur om steeds te horen: was je maar eerder gekomen. Toen ik begon te groeien werd ik te lang, en ik was niet zo sierlijk. Maar ik ben blij met mijn turnachtergrond, daar heb ik coördinatief veel voordeel van. Veel turnsters gaan polsstokhoogspringen, maar de meesten kunnen niet rennen. Ik vond sprinten altijd leuk, en ben daarom hier veel beter op mijn plek."

Dat geldt ook in een ander opzicht. "In de turnwereld is iedereen onderling veel harder. Niemand heeft een leuk woordje voor elkaar, iedereen is met zichzelf bezig. Zo zit ik niet in elkaar. Als iedereen aardig zou doen, was het leuker. Nee, dat was niet de overweging om ermee te stoppen. Maar atletiek is echt een leuke wereld, met mensen die me motiveren, stimuleren en altijd voor me klaar staan."

Pluim woont in Gouda, waar ze traint bij Alex van Zutphen. Op maandag traint ze op Papendal bij bondscoach meerkamp Ronald Vetter, en bij oud-springer Robert-Jan Janssen in Vught leert ze veel van de technische kant van springen.

Op de atletiekbaan van Vught combineert ze training met een stage voor haar studie bewegingstechnologie. Ze doet bewegingsanalyses aan de hand van camerabeelden. Binnenkort is haar springinstallatie ook met camera's ingericht. "Dat is veel waard. Je hebt een gevoel bij je sprongen. Als je ziet wat je doet, kun je kijken of dat gevoel klopt of niet."

Met haar A-status van NOC-NSF en bijbehorende auto hoopte Pluim gezien de spreiding van trainingsplekken iets aan haar mobiliteit te doen. "Een auto bestellen duurde heel lang. Toen ben ik zelf dealers gaan bellen met de vraag of ze me konden helpen. Ik was zo zenuwachtig, niet gezond. Je moet jezelf enorm verkopen, een soort marketingpersoon worden. En het is niet zo dat de eerste de beste dealer zegt: 'Nou fantastisch Femke, je bent geweldig'. Maar de aanhouder wint. En als je het zelf regelt, zie je er veel meer de waarde van in. Al steken de polsstokken wat uit bovenop de Volkswagen Up."

Pluim lacht als haar wordt gevraagd om een vergelijking met de beste springsters van het moment, de Amerikaanse Jennifer Suhr (4.92 meter) en de Cubaanse Yarisley Silva (4.91).

"Dat is heel verschillend. De Cubaanse heeft een heel korte stok, een heel lage greep, maar is technisch megagoed. De Amerikaanse is heel lang, heeft een heel lange stok, een heel hoge greep en is technisch heel slecht. Dat ik denk: als zij technisch beter zou worden, en die Cubaanse nou eens een stok in handen neemt in plaats van een satéprikker, dan worden ze supergoed. Maar zij denken waarschijnlijk: ik ben al wereldtop."

Wat is jouw doel?

"Richting de zon springen. Concreet iets zeggen is moeilijk. Welke Nederlandse atleet wil deze zomer niet vlammen op de EK in eigen land? Als dat lukt, komt het op de Spelen ook goed. Ik kan niet wachten tot het buitenseizoen begint. Velen houden niet van buiten springen, dan is het: 'O, daar het waait het'. Daar ben ik niet van. Wind of geen wind, weer of geen weer. Springen kan altijd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden