Plots is het goud niet meer  van hen

reportage | Langetabbetje was ooit een bijzonder eiland in de Surinaamse Marowijnerivier, een levendige gemeenschap met eeuwenoude tradities, waaronder het delven van goud. Dat mag niet meer. Met dank aan Bouterse.

Johannes Joris kijkt verschrikt op de wijzerplaat van zijn gouden polshorloge. "Snel, voortmaken!" Hij veert op en trekt de deur dicht van zijn stenen huis - volledig betaald met goudkorrels, vertelt de voormalige goudzoeker. We wandelen honderd meter, langs een hok oorverdovend luid krijsende ganzen, naar het huis van Winni Afna, een rechterhand van het stamhoofd. De man woont in een eigenaardige constructie. Afna heeft om zijn traditionele houten woning een grauwe betonconstructie met ijzeren dak opgetrokken, een koepel die moet zorgen voor extra ruimte en beschutting. Vlak ernaast een lage, overdekte buitenkeuken. Zijn vrouw staat voorovergebogen kip en palepu (vruchten van de perzikpalm) te roosteren. Overal staan emmers en tonnen om regenwater op te vangen.

Het betreden van het oude woongedeelte van de kapiteinswoning - oude bankstellen, overal familiefoto's en een plastic kinderstoeltje aan de muur gespijkerd - blijkt niet zonder gevaar. Vlak achter de deur is een tientallen centimeters diep gat in de grond gegraven, en nooit weer dichtgemaakt. Ernaast staat een gigantische vrieskist, pontificaal in het midden van de woonkamer.

Het duo maalt er niet om. Alle aandacht gaat uit naar het uit de kluiten gewassen lcd-televisietoestel waarnaar alle meubilair is gericht. Met de afstandsbediening van de schotelantenne wordt gezapt naar kanaal 8, dat een voetbalwedstrijd van Real Madrid vertoont. De twee zijn in dit elektriciteitsloze dorp, tweehonderd kilometer diep in de Surinaamse jungle, zelfs niet de enigen die speciaal voor de wedstrijd een generator laten ronken. Als de Spanjaarden de winnende goal scoren, weerklinkt ook uit het aanpalende huis luid gejuich.

Tv-kijken. Rondhangen. Met het mobieltje spelen. Rum drinken. Veel meer valt er voor de naar schatting honderd inwoners niet meer te doen op Langetabbetje, een eilandje in de Marowijnerivier, pal op de grens tussen Suriname en Frans-Guyana. Het dorp oogt verlaten, veel huizen zijn vervallen. Gigantische termietenheuvels kleven aan de houten gevels. De kleuterschool staat leeg. Dwars over de onverharde landingsbaan van het vliegveldje graaft een jongeman een meterslange sleuf voor een stroomkabel. Hoe vaak er een vliegtuig landt? "Enkele malen per maand", schat hij in.

Tot diep in de jaren tachtig was Langetabbetje ('Langa Tabiki' in het Sranantongo, 'langwerpig eiland') nog wel een bruisende gemeenschap, met meer dan vijfhonderd inwoners. Het dorp herbergt bovendien de residentie van het opperhoofd van de Paramaccaners, afstammelingen van weggelopen slaven die zich vanaf 1876 in het gebied vestigden. "Vroeger was het hier een drukte van jewelste. In de jaren zeventig zaten alleen al op de lagere school tweehonderd kinderen", mijmert Ezechiel Paulus, geboren en getogen op het eilandje. Werk was er in overvloed. Het hele gebied stikt van de grondstoffen: al in de negentiende eeuw werden er grote goudaders ontdekt. De Paramaccaners specialiseerden zich in de ambachtelijke - lees illegale - goudwinning.

Paulus: "Een metalen pannetje en wat druppels kwik, meer hadden onze voorouders honderd jaar geleden niet nodig om goud te vinden. We zien graven naar goud als een belangrijk onderdeel van onze cultuur. Bovendien, wat kun je hier anders doen? Een beetje cassave telen misschien, of vis verkopen aan de Frans-Guyanese dorpen van de overkant. Dat levert bij lange na niet genoeg op om een gezin te onderhouden. Goud zoeken blijft de enige manier om geld binnen te halen."

undefined

Machtsvertoon

Alleen: het mag er al enkele jaren niet meer. In 2013 sloot de regering van president Desi Bouterse een overeenkomst met Newmont Mining, ook actief in onder meer Ghana, Indonesië en Peru. De Amerikaanse goudgigant kreeg vlak bij het traditionele leefgebied van de Paramaccaners een concessie van 500.000 hectare - 23 maal de oppervlakte van Amsterdam - in handen, en legt er een gloednieuwe goudmijn aan. Een investering van bijna een miljard euro, die niet voor niks wordt gepleegd. Het bedrijf verwacht in twaalf jaar tijd liefst 120.000 kilogram goud naar boven te halen. Duizelingwekkend, want omgerekend meer dan 4,2 miljard euro waard. Daarvan zal een kwart rechtstreeks naar de Surinaamse schatkist vloeien.

Waar de inwoners van Langetabbetje vroeger naar hartelust goud naar boven haalden, en de natuur onherstelbare schade toebrachten door oerwoud plat te branden en kwik in de rivieren te dumpen, gelden voortaan regels. Een privaat beveiligingsbedrijf bewaakt de toegangsweg naar de goudconcessie. Zwaarbewapende militairen kammen de concessie geregeld uit, op zoek naar illegale goudzoekers. Het Surinaamse leger verwijderde eind maart nog honderdnegentig 'indringers' - onder wie veertig vrouwen, vooral kokkinnen en prostituees - uit het gebied.

Willem Ceder, een 43-jarige rasta, is een van de goudzoekers die toen werd weggejaagd. "Het machtsvertoon was overweldigend. De militairen vlogen met een helikopter laag over onze kampen, ze schoten in de lucht met enorme geweren. We waren doodsbang", vertelt Ceder. Hij is duidelijk opgetogen zijn verhaal kwijt te kunnen, maar wil niet op de foto. Sinds de ontruiming is Ceder terug op Langetabbetje. "Wat ik nu de hele dag doe? Tja. Ik hang wat rond. De overheid had beloofd de dorpelingen een nieuwe plek in het bos toe te wijzen, waar we wel naar goud mogen zoeken. We wachten nog steeds op nieuws. Sommige collega's zijn terug de jungle in gegaan, om op andere plekken hun geluk te beproeven. Ik begin er niet aan: buiten de goudconcessie is te weinig te vinden."

Enkele honderden meters verderop zit Pepe Abensenso met een Surinaams zangvogeltje in een kooi op zijn balkon. Jarenlang groef hij naar goud, tot ook hij werd weggejaagd. Zijn zus - moeder van drie - heeft intussen gesolliciteerd voor een baantje bij Newmont, maar daarvan wil Abensenso niks weten. "Ik heb mijn eigen waterpomp, daarmee kan ik zelf goud opgraven. Waarom zou ik dan voor een karig loon in dienst treden van een bedrijf? Ik heb jaar in jaar uit hard gewerkt, en plots komt de overheid mij vertellen dat het goud niet meer van mij is. Ik voel me bedrogen."

undefined

Beloftes

Zelf zegt het Amerikaanse bedrijf Newmont uiteraard het beste met Suriname voor te hebben. Voor de aanleg van zijn goudmijn liet het een heleboel studies doen naar de haalbaarheid en de effecten op onder meer milieu. Het betaalt in tegenstelling tot de goudgravende dorpelingen belastingen en staat royalty's op zijn winst af, goed voor de noodlijdende Surinaamse staatskas.

En misschien nog het belangrijkste: het bedrijf gebruikt geen kwik, waardoor een ecologische ramp wordt vermeden. Ten slotte heeft Newmont de Paramaccaners heel wat beloofd. Ze maken niet alleen meer kans in dienst te mogen treden, de multinational zal ook jaarlijks geld overmaken naar een gemeenschapsfonds waarmee sociale projecten in het gebied worden betaald.

Toch loopt het nu al mis. Op 29 april barricadeerden een honderdtal misnoegde Paramaccaners de enige weg richting Langetabbetje. Twee dagen lang kon er geen auto langs, zelfs niet de lijkwagen die net het lichaam van een verongelukte Braziliaan naar Paramaribo moest brengen - de man verdronk in een ondergelopen goudput. "We konden niet langer zitten wachten tot de regering en Newmont eindelijk hun afspraken zouden nakomen", vertelt Adriaan Adawde, voorzitter van de Paramaccaanse onderhandelingscommissie.

Veel hoop op een oplossing is er niet. "Suriname steekt miljoenen in dit project en is voor een kwart aandeelhouder. Het land zal het maximale uit zijn investering willen halen, en Newmont daarom maar weinig in de weg leggen."

Opvallend genoeg krijgt ook president Desi Bouterse ervanlangs. Opvallend, want het Surinaamse staatshoofd gaat prat op zijn populariteit bij binnenlandbewoners. Begin mei reisde hij nog een hele week lang over de Surinamerivier voor zijn kiescampagne.

Op Langetabbetje lusten ze hem niet. Voormalig goudzoeker Joris: "Bouterse heeft steeds beloofd dat hij de Surinaamse grondstoffen niet zou verkopen aan het buitenland. Hij zei zo vaak dat het ons goud is, van en voor Surinamers. Wat doet hij nu? Hij komt even uit de stad om ons te zeggen dat het goud toch niet van ons is. Bouterse is gewoon onbetrouwbaar. Wij Paramaccaners leven al langer dan een eeuw van wat er in het bos te vinden is. Welnu, ook dat goud halen we uit het bos. Alle goud is dus van ons!"

Niet alle dorpsbewoners zijn zo in de ban van het begeerde edelmetaal. Enkelen zien het allemaal met lede ogen aan. Zoals David Babel, die vlak bij de verlaten airstrip timmert aan een huis voor zijn neef. "De zucht naar goud heeft deze gemeenschap helemaal kapotgemaakt", oordeelt Babel bedroefd.

"Mijn dorpsgenoten willen niks anders meer doen dan graven in de blubber en snel geld verdienen. Het is het enige waaraan ze nog kunnen denken. Ik wilde eens wat jongens opleiden tot mijn handlangers, maar niemand was geïnteresseerd. Ze wilden dat ik hun elke dag een gram goud betaalde, om hen te mógen opleiden. Dat ze nu zitten te nietsnutten omdat ze niet meer mogen graven, kan ze niks schelen. Als ze nu geld nodig hebben, dan stelen ze het. De criminaliteit neemt zienderogen toe. Ik houd mijn hart vast."

undefined

Amerikaans bedrijf doet het efficiënter

Op de illegale goudvelden wordt goud uit de modder gehaald door de opgegraven blubber te vermengen met kwik. Het extreem giftige metaal bindt zich aan het ruwe goud waardoor een amalgaam ontstaat ter grootte van een knikker. Dat metaalmengsel wordt vervolgens verbrand, waardoor kwik verdampt en goud achterblijft - maar ook water en lucht sterk vervuild achterblijven.

Het Amerikaanse bedrijf Newmont gebruikt geen kwik, maar het efficiëntere, en veel giftigere, cyanide. Alleen dumpen ze het goedje niet in de natuur, maar slaan ze het op volgens de 'internationale cyanidecode'.

Toch kan het mislopen. In 2009 overstroomde een tanker met cyanide in Ghana, waardoor nabijgelegen rivieren vervuild raakten en vissen massaal stierven. Ghana legde Newmont een boete op van 5 miljoen Amerikaanse dollar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden