Ploeteren voor een vis die scheten laat

Sommige natuurliefhebbers ontwikkelen een passie voor één bepaald dier of plantje. Vandaag deel 15 van een zomerserie over enthousiaste specialisten: Jan-Luc van Eijk en ’zijn’ grote modderkruipers.

Nee, moeilijk lijkt het niet om gegrepen te zijn door de grote modderkruiper. Want welke vis laat nou scheten, kan het weer voorspellen en leeft diep in de modder? Maar dat is meer een ’theoretische fascinatie’ want een grote modderkruiper werkelijk zien is ’a hell of a job’. Zeg nou zelf; om in een waadpak tot aan je oksels en wiebelig staande in een sloot tientallen kilo’s bagger op te moeten vissen, maakt het beest al heel wat minder aantrekkelijk. Temeer hij zeldzaam is.

„En dat is bij mij nou net dé grote aantrekkingskracht van het beest. Dus toen de beheerder van het Haaksbergerveen in 1999 paaiende grote modderkruipers meldde, ben ik meteen afgereisd. Ze zijn namelijk bloedmooi; met gele en bruine banden over het rolronde lijf en tien baardharen rond de bek”, vertelt Jan-Luc van Eijk bijna lyrisch terwijl hij zich op de oever van een veenput in het Haaksbergerveen in zijn rubberen waadpak hijst. Het is 28 graden.

Hoewel internationaal beschermd, bleek er weinig bekend te zijn over paaiende modderkruipers. Voor Jan-Luc, toen hoofdgreenkeeper bij een golfclub en inmiddels adviseur groen, natuur en landschapsontwikkeling bij de gemeente Berkelland was dat het sein om samen met vriend Mark Zekhuis onderzoek te gaan doen. „Dan wil je gewoon alles weten. Wanneer paaien ze, bij welke temperatuur en zuurgraad van het water en hoe vinden ze elkaar?”

Inmiddels staat hij tot zijn middel in het water en haalt met een speciaal net minstens twintig kilo bodemblubber naar boven. De spierballen bollen, het zweet loopt in straaltjes van zijn rug. De zwarte derrie wordt op de kant uitgespreid en terwijl hij in het water blijft staan, met hand en oog onderzocht. Ik doe nijver mee. Binnen een paar minuten zijn we smerig maar veel meer dan een geelgerande waterkever, een groene kikker en een stelletje libellenlarven vinden we niet. De prut gaat terug, een nieuwe lading opgevist.

De ’natuurnieuwsgierigheid’ was Jan-Luc niet vreemd, want hij inventariseerde al jaren onder meer libellen, vlinders en reptielen. Maar de Misgurnus fossilis liet hem niet meer los. „Het is werkelijk een absurd dier”, vertelt Jan-Luc met een enorme glimlach. „Hij kan ademhalen via huid, bek of darm. Bij bekademhaling laat hij fluitende scheten, net als wanneer hij wordt opgepakt. Bij luchtdrukverandering wordt een grote modderkruiper onrustig. Voor zijn verspreiding is hij namelijk afhankelijk van overstroming van de uiterwaarden, poeltjes en plassen waarin hij leeft en dus is het zaak forse regenbuien te kunnen voorspellen.” Een jammerlijke eigenschap, want menig grote modderkruiper heeft zijn leven in een weckfles op de schoorsteen gesleten.

Verhalen genoeg, maar tweeënhalf uur en de nodige muggenbeten, knauwen van bootsmannetjes en bloedzuigerputjes later neig ik toch lichtjes naar opgeven. Jan-Luc wil daar niet van horen. Hij schept en schept en uiteindelijk, na ruim drie uur, zit er een grote modderkruiper tussen de prut in het net. Twee kleine ogen staren ons aan, baardharen trillen en een fluitend pufje ontsnapt aan het lijf. Jan-Luc veegt het zweet van zijn voorhoofd: „Nou, heb ik iets teveel gezegd?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden