Plessner, of de tweespalt van hebben en zijn

De populariteit van de joods-Duitse filosoof Helmuth Plessner groeit vooral in ex-communistische landen. Dat is opmerkelijk voor een denker die eerder te boek staat als conservatief - een Jood die het nationaal-socialisme leek te steunen. In Krakow vierde het Plessnergenootschap zijn eerste lustrum. ,,De mens is zijn eigen vreemdeling.''

'Als instrument der leiding van den staat mocht de oorlog een bepaalde maat niet te boven gaan, want een instrument moet voor alles gemakkelijk hanteerbaar zijn. De staat mocht niet de gevangene van zijn werktuig worden, het wezen van den staat niet aan de oorlogvoering worden opgeofferd.''

Dit zei de gevluchte joods-Duitse filosoof Helmuth Plessner in 1939 bij zijn aantreden als hoogleraar sociologie in Groningen. Zijn woorden over oorlog en vrede klinken nog steeds bekend in de oren, zeker nu voor de Amerikanen en Britten hun oorlog in Irak vies tegen lijkt te vallen. Waar de oorlogen van voor de Industriële Revolutie nog overzichtelijke veldslagen waren, is volgens Plessner de totalitaire oorlog met bijbehorende oorlogsindustrie een niet meer te stoppen bedreiging voor de vrede.

Plessners woorden werden vaak aangehaald, het afgelopen weekeinde in Krakow, tijdens het tweede congres van het vijf jaar geleden opgerichte Helmuth Plessner Gesellschaft.

Het pogen om de wijsgeer van de vergetelheid te redden lukt aardig. Plessner (1892-1985) is volgens een jonge Berlijnse onderzoekster een coming man. Diens populariteit komt verrassend genoeg vooral uit postcommunistische landen, zoals de voormalige DDR, Polen, Rusland en zelfs uit communistisch China.

Volgens de openingsrede van de Groninger hoogleraar Lolle Nauta, zelf na de oorlog leerling van Plessner, is dit te verklaren door diens kritiek op gemeenschapsideologieën. Nauta: ,,Of de ideologie nu rechts of links is, het mensbeeld is altijd eenzijdig. Dat is antropologisch gezien naïef: mensen zijn niet te reduceren tot bijvoorbeeld het proletariaat. Dat doet geen recht aan de complexe manier waarop mensen volgens Plessner in elkaar zitten.''

In Die Stufen des Organischen und der Mensch (1928) een van de hoofdwerken van de wijsgerige antropologie, beschrijft Plessner de mens als een wezen dat gekarakteriseerd wordt door zijn excentrische positie. De mens valt niet samen met zijn lichaam, maar kijkt als het ware over zijn eigen schouder mee naar wat hij doet. Mensen zijn en hebben een lichaam, door Plessner aangeduid met het onderscheid tussen Leib sein en Körper haben. Deze tweespalt maakt dat de mens een vreemdeling is van zichzelf. Hij is niet thuis in de gegeven natuur, zoals het dier, maar moet zelf zijn leven en omgeving vorm geven. Op zoek naar een fundament stort de mens zich in de religie, of in een ideologie zoals het communisme, maar ook die kunnen hem geen vaste grond verschaffen. Of zoals de Duitse Helmut Lethen zegt: ,,De mens moet zelf zijn vorm zoeken, de beperkingen in zijn leven moet hij betekenis geven in plaats van ze als een defect te zien.''

Op het congres staat zowel deze antropologie van Plessner als zijn politieke filosofie centraal. De samenhang tussen beide is een van de discussiepunten.

Lastige kwestie is de affiniteit van Plessner met uitgesproken conservatieve denkers in de jaren dertig, zoals Carl Schmitt die het nationaal-socialisme intellectueel steunde. Waar Plessner zijn antropologie politiek neutraal noemde, verliest hij met zijn vroege politieke teksten zijn onschuld. Dat dit onderwerp altijd taboe was, is niet verwonderlijk: een slachtoffer van het nationaal-socialisme beschuldig je niet makkelijk van fascistische ideeën.

Maar volgens Nauta komt Plessner in Die Verspütete Nation (1959) terug op zijn antidemocratische ideeën en beargumenteert hij dan juist dat het tekort aan democratische traditie de oorzaak is voor de opkomst van fascisme. Nauta: ,,De democratie is een geheel van praktijken, zoals de scheiding der machten en de vrijheid van meningsuiting. Met alleen de invoering van stemrecht ben je er nog niet. In Duitsland was die democratische traditie er nauwelijks, het duurde dan ook lang voordat het een echte staat kon worden.''

Hier komen Plessners antropologie en politieke filosofie bij elkaar: zoals de dubbele verhouding van de mens tot zijn lichaam is er ook een dubbele verhouding tot de staat, die van de Gemeinschaft (gemeenschap) en die van de Gesellschaft (maatschappij). Het een kan niet zonder het ander, de instituties van de maatschappij moeten de voorwaarden scheppen voor de ontplooiing van de individuen, maar die instituties werken niet zonder een gevoel van verbondenheid. De strijdende Irakezen lijken hetzelfde onderscheid te maken als ze uitroepen: we houden niet van ons regime, maar wel van ons land.''

De Pool Zdzislaw Krasnodebski is het absoluut niet eens met Nauta's interpretatie van Plessners politieke ideeën en zegt dat het lezen van de jonge bad guy Plessner juist een bevrijding betekent voor landen als Polen. Hij vindt dat de opvatting van Nauta te normatief is en geen rekening houdt met de noodzaak van de uitoefening van macht om een liberale democratie te bewerkstelligen.

Op aanraden van Nauta heeft een groep van achttien filosofiestudenten uit Groningen Krakow gekozen als bestemming voor hun studiereis. De stad is prachtig en het weer is mooi, maar het congres valt de studenten niet mee. Zelfs de organisator van het congres geeft op de terugreis toe niet alle lezingen te begrijpen. Hij klinkt enigszins teleurgesteld, al heeft hij er naar eigen idee alles aan gedaan om het congres zo succesvol mogelijk te maken. Zo vond hij het een voorwaarde dat het congres buiten Duitsland zou plaatsvinden, zodat iedereen vrijuit zou kunnen spreken en het geen Duits onderonsje zou worden. Het congres moest zo internationaal mogelijk zijn, met voordrachten in het Engels en sprekers uit alle windrichtingen. Het werd een Babylonische spraakverwarring. Wat maar weer bewijst dat je van een Gesellschaft, zelfs als dat het Helmuth Plesssner Gesellschaft is, niet zomaar een Gemeinschaft maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden