Plek van dromen, bravoure en weemoed

De kermis is cultureel erfgoed, althans die van Hoorn. Tien dagen zwieren, zwaaien en zuipen, maar in Hoorn is het meer. 'De kermis versterkt de banden tussen stedelingen, buurtgenoten en dorpelingen uit de omtrek.'

Zondagochtend 10 augustus, rond een uur of elf

De botsautootjes zijn naar de zijkant geschoven, er staan nu zo'n honderdvijftig klapstoeltjes op de vloer. Op een tafeltje met een wit laken eroverheen heeft aalmoezenier Bernard van Welzenes van de parochie voor de kermis- en circusgemeenschap een kruisbeeld en een kaars neergezet. Het vlammetje blijkt niet bestand tegen de wind.

Dit is de kermis van Hoorn. De traditie waaruit die voortkomt, gaat terug tot 1446, toen hier de eerste jaarmarkt werd gehouden. Vanouds was die markt verbonden met de kerk: de 'kerkmis' was oorspronkelijk de mis waarmee een kerk ingewijd werd en die tegelijk met een markt gehouden werd. In Hoorn is die verbinding met de kerk hersteld. Elk jaar draagt een aalmoezenier een mis op voor kermisexploitanten en bezoekers.

Als eerste kermis is die van Hoorn dit voorjaar door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur officieel aangemerkt als 'immaterieel erfgoed', als een traditie die bescherming verdient. Mooi, vindt aalmoezenier Van Welzenes. "Erfgoed is iets om je aan vast te houden", predikt hij. "Net als het evangelie. Lieve mensen, laten we maar eens eventjes gaan luisteren naar de woorden van het evangelie."

Aan het slot van de mis besprenkelt de aalmoezenier de straatstenen naast de botsautootjes met zijn wijwaterkwast. Zo zegent hij de kermis.

Die heeft er dan trouwens al een goede eerste dag op zitten.

Vrijdag 8 augustus, rond lunchtijd

Reyn Bakker leunt tegen de deurpost van z'n winkel, kunstuitleen en lijstenmakerij de Molensteen. Hij kijkt hoe een grote trailer met een attractie voorzichtig achteruit manoeuvreert door de smalle Nieuwstraat, midden in de oude binnenstad, op weg naar z'n standplaats iets verderop.

"Mooi als 'ie komt, nog mooier als 'ie gaat", zegt Bakker over de kermis. Hij ziet op de tien kermisdagen hele drommen mensen langs zijn etalage trekken, maar meer omzet levert dat niet op, eerder minder. Gezellig is het wel. "Ik loop er 's avonds zelf altijd wel een keer overheen. Poffertjes eten of boogschieten, wel grappig. En als ik door de herrie mijn klanten niet kan verstaan, doe ik gewoon de winkeldeur dicht."

De kermis geeft overlast, erkent wethouder Michiel Pijl (CDA). Niet elke winkelier zit erop te wachten en sommige bewoners van de Hoornse binnenstad zorgen ervoor dat ze tijdens de kermis weg zijn.

Maar daar staat veel tegenover. De kermis trekt een half miljoen bezoekers uit Hoorn en wijde omstreken. "Die mensen hebben zin in iets leuks, die doen een rondje stad", zegt Pijl. "Dan lopen ze ook winkels binnen, om kleren te kopen bijvoorbeeld. En voor de horeca is kermis heel belangrijk. Die draaien tien dagen lang een topomzet."

Ook de gemeente heeft baat bij de kermis. Ze verpacht de standplaatsen aan exploitanten en dat levert vierenhalve ton op. Een deel daarvan steekt de gemeente in spektakel rondom de kermis, vuurwerk op vrijdagavond bijvoorbeeld, een ander deel gaat op aan onkosten. Per saldo houdt de gemeente er ongeveer een ton aan over.

Als het goed gaat, verdienen uiteraard ook de kermisexploitanten eraan. Maar vanzelfsprekend is dat niet, want het gaat niet geweldig met de kermis. Kermisgangers blijven komen, maar ze geven de laatste jaren minder geld uit. "We overleven het wel, dat is tot nu toe altijd gebeurd, maar de crisis gaat niet aan de kermis voorbij", zegt voorzitter Jan Boots van de Nederlandse Kermisbond. "Onze boterham is schraler geworden."

Niet alleen de crisis, ook de vergrijzing speelt de kermis parten, zegt Boots. "Grote gezinnen zijn er minder. En ouderen komen meestal niet voor de spectaculairste attracties, die gaan liever naar de poffertjeskraam. Daar moeten we op inspelen."

Tenslotte speelt ook de houding van gemeentes een rol. Een aantal van hen ziet de kermis als 'melkkoe', zegt Pierre Benner, bestuurslid van de tweede kermisbond, de Bovak. Ze vragen hoge pachtsommen, niet alleen om onkosten te bestrijden, maar ook om de gemeentekas te spekken. "Wij moeten die pachtsommen doorberekenen in de ritprijs, anders verdienen we niets. Maar ja, als je drie euro rekent en je krijgt een vader met drie kinderen aan de kassa ... Die zegt: 'Negen euro, dat is me te veel', en dat begrijp ik best."

Maar in Hoorn is alles goed geregeld, vertelt Edwin de Haan, terwijl hij wat laatste klusjes doet om zijn schiettent in orde te brengen. "De gemeente vraagt schappelijke prijzen", zegt hij. Hij doet zo'n 35 kermissen per jaar - eind oktober is hij weer thuis, in Rotterdam. Daar heeft hij in de winter een oliebollenkraam. "Je merkt aan alles dat we hier welkom zijn. Dat maak je wel eens anders mee. Zo van: daar heb je die rotzooi van de kermis weer."

Op het woonwagenkamp vlakbij de binnenstad loopt Prisca Steenbergen rond. Het is hard werken om rond te komen van de kermis, weet zij. Tot twee jaar terug hadden zij en haar man een poffertjeskraam, en dat liep matig. Maar uit de kermiswereld stappen? Geen denken aan. Ze verhuurt zich nu aan gemeenten om kermisafval op te ruimen.

"Ik ben geboren op de kermis, net als veel mensen hier, het vak gaat van generatie op generatie. Je kan het wel proberen in de burgermaatschappij, aan de wal, maar dat werkt niet. Je gaat toch die vrijheid missen. Er zijn er die hun school hebben afgemaakt en een diploma hebben. Maar uiteindelijk kom je toch gewoon op de kermis terecht. We weten niet beter, dat is het eigenlijk."

Zaterdag 9 augustus, in de middag

Voor 't Kroegje, pal naast de Grote Kerk, heeft de eigenaar een grote tent neergezet. 'Bier hier' staat erop, maar de tent is nog leeg. Het zijn nu nog vooral gezinnen die door de straten drommen, en opa's en oma's.

Uit de Booster Mach 5, een soort gigantische propeller die de kermisgangers zestig meter de lucht in zwiept, komt Tim van tien gestuiterd. Hij springt z'n moeder in de armen. "Mam, dat was gááf!" Onder het weglopen schudt hij van opwinding wild met z'n hoofd. "Brrr."

Kermis is een ondergewaardeerd onderdeel van onze cultuur, zegt Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Dit centrum houdt zich bezig met de uitvoering van een twee jaar geleden door Nederland ondertekend Unesco-verdrag. Met die ondertekening verplicht Nederland zich om immaterieel erfgoed te beschermen en culturele diversteit te waarborgen. De eerste stap is het opstellen van een 'nationale inventaris'. Het bloemencorso in Zundert staat al op die lijst, net als het Draaksteken in Beesel (een openluchttheatervoorstelling over de legende van Sint Joris en de draak).

En nu dus ook de kermis van Hoorn. Die 'versterkt de banden tussen stedelingen, buurtgenoten en dorpelingen uit de omtrek', heet het in de stukken waarin de gemeente Hoorn de plek op die lijst bepleitte. "Voor kinderen is het een droomwereld, voor jongeren een wereld van bravoure en durf, voor ouderen een plek van ontmoeting en soms van weemoed en nostalgie."

Daarmee is het belang van de kermis goed verwoord, vindt Ineke Strouken. "Kermis is meer dan zwieren, zwaaien en zuipen. Het hoort bij de drie oudste tradities van Nederland, samen met carnaval en het sinterklaasfeest. Aan de hand van de kermis kan je de hele geschiedenis van Nederland vertellen, van de handel in de Middeleeuwen via de mechanisatie in de negentiende eeuw tot en met nu."

De kermis is ook altijd een huwelijksmarkt geweest, vertelt Strouken, met oude tradities eromheen. "Jongens namen kermiskoek mee om aan een meisje te geven. Sneed ze er een kapje voor hem vanaf, dan wees ze hem af. Gaf ze een lekker stuk uit het midden, dan wilde ze met hem naar de kermis."

Toch zitten gemeentes niet altijd op de kermis te wachten, weet Strouken. "Ze zijn bang voor onrust en vechtpartijen, ze verbannen de kermis naar de randen van de stad of het dorp." Jammer, vindt ze. "De behoefte aan de kermis zal toenemen, alleen al omdat in minder dichtbevolkte gebieden een schouwburg niet meer open te houden is. De kermis kan dat gat vullen, dat is reizend vermaak. Maar dan moet de kermis wel veranderen, bijvoorbeeld door kunstenaars en acteurs te laten meedraaien. Dat past in de traditie: ook vroeger was theater altijd eerst op de kermis te zien."

Zaterdag 9 augustus, middernacht

De gezinnen zijn verdwenen, jongeren hebben de kermis overgenomen. Groepjes jongens, groepjes meisjes, stelletjes. De drukste plekken op en rond de kermis zijn nu de stoepen voor de kroegen. De taps staan nauwelijks stil.

Voor de Booster Mach 5 staat een rij. Deze attractie wordt afgeraden voor zwangere vrouwen en mensen onder invloed van alcohol. Toch ziet niet elke kermisganger er volledig nuchter uit.

Ja, er wordt veel gedronken tijdens de kermis, zegt wethouder Pijl. Uit enquêtes onder inwoners van Hoorn blijkt dat 92 procent van hen ooit de kermis heeft bezocht en dat 81 procent wil dat deze traditie blijft bestaan. Gevraagd naar wat dat voortbestaan bedreigt, wijzen ze behalve op stijgende prijzen vooral op drankmisbruik. Dat 'verpest de sfeer'.

West-Friesland staat sowieso bekend als een regio waar jongeren stevig doordrinken. De GGD Hollands Noorden voert daar al jaren campagnes tegen, niet zonder resultaat, want kinderen beginnen tegenwoordig iets minder jong met drinken. "De laatste jaren hebben we geen grote incidenten gehad die met drank te maken hebben", zegt Pijl. "Er gebeurt altijd wel wat, maar geen ingegooide winkelramen, geen vernielingen."

Streng toezicht door de politie helpt, net als een verbod op biertaps op straat. "Even snel een biertje kopen en daarna doorlopen, dat staan we niet meer toe."

Maandag 18 augustus, Lappendag.

"Jaah, Lappendag", zegt Eric Boekhout met een glimlach. Boekhout heeft twee cafés, Charlie's en De Kermis, naast elkaar in de binnenstad van Hoorn. Voor hem is Lappendag de drukste dag van het jaar. "De traditie is: de vrouwen gaan de markt op, de mannen het café in. Wij gaan 's ochtends om zeven uur al open."

Lappendag is de naam voor de stoffen- en kledingmarkt op de laatste dag van de kermis, altijd een maandag, met tegenwoordig ook sieraden, planten en speelgoed. Die markt hoort bij de kermis van Hoorn en is dus óók immaterieel erfgoed. "Er zijn cafés die het zonder de kermis en Lappendag niet zouden redden", zegt Boekhout. "Mij levert het een mooie dertiende maand op."

De gemeente heeft een aantal jaar geleden besloten dat de cafés op Lappendag dicht moeten tussen vier uur 's middags en acht uur 's avonds. Ook slijterijen en supermarkten mogen dan geen alcohol verkopen. De hele dag doordrinken kan door die tijdelijke drooglegging niet meer.

"Dat scheelt omzet, ja", zegt Boekhout. "Maar goed, na negen dagen keihard werken wil je ook best even naar huis om rustig te eten en te douchen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden