Pleitbezorgers met lef

Vijftig jaar geleden was het aantal galeries met landelijke uitstraling op twee handen te tellen. Enkele dappere galeriehouders durfden stelling te nemen.

Wie een galeriegids opslaat om een keus voor een kunstbezoek te maken, verwondert zich allang niet meer bij het zien van het enorme aanbod van honderden locaties. Die situatie is betrekkelijk nieuw; nog maar een halve eeuw geleden was het aantal galeries met een landelijke uitstraling (de kunsthandel niet meegerekend) op twee handen te tellen.

Algemeen wordt het kunstklimaat in die jaren vijftig en ook nog wel in de jaren ’50 en ’60 als slecht beschouwd. Maar een kleine groep dappere galeriehouders keerde zich vol elan tegen het heersende cultuurpessimisme waarin het grote publiek zoveel weerzin uitte tegen het ’experimentele gerotzooi’ van Cobra of de voorstellingsloze constructivisten van na de oorlog.

Die galeriehouders durfden stelling te nemen en zorgden voor roemruchte tentoonstellingen. Het kunstklimaat werd zodoende sterk verbeterd. Het fenomeen van de vernissage werd ’uitgevonden’, openingsavonden die tot een attractie uitgroeiden omdat kunstenaars er elkaar, hun verzamelaars en andere geïnteresseerden ontmoeten. Het Stedelijk Museum in Schiedam gaat met een educatief-historische expositie in op het fenomeen van de galeriehouder-met-lef, samen met een uitvoerige studie van betrokkenen die het kunstklimaat van die tijd in vormende zin hebben ondergaan.

Anders dan wat nog wel eens wordt gedacht, was de moderne kunst in de jaren ’50 en ’60 niet alleen uitsluitend in de drie grote steden te zien. Amsterdam liep voorop met galerieën als Le Canard (later in d’Eendt) waar onder meer Cobra-kunst was te zien, als Riekje Swart en Espace (die uit Haarlem afkomstig was). Maar ook in het ’hoge’ Noorden lieten galeries als De Mangelgang in Groningen en de weinig orthodoxe denkende boer Albert Waalkens in Finsterwolde van zich horen. De Mangelgang gaat zelfs door voor de allereerste galerie in Nederland. Al in 1946 opende het echtpaar Marten en Grietje van Dijk een mooie locatie waar in kwaliteit uiteenlopende kunst werd getoond. Maar ook op onverwachte plaatsen als Dordrecht (Galerie .31 van Cor de Nobel), Loenersloot (Ritsaert ten Cate introduceerde hier dwarsverbanden met het theater, zijn voorkeur ging ook uit naar de Fluxusbeweging met Ben d’Armagnac en Wim T. Schippers) en Delft (waar Fenna de Vries begon die later naar Rotterdam vertrok) zagen galeries mogelijkheden hun overleveringskansen te bestendigen.

Niet iedereen begon van uit het niets plotseling zo’n steunpunt voor de hedendaagse kunst. Ton Berends bijvoorbeeld nam in Den Haag een zaak voor parafernalia (beelden, kruizen, kaarsen) over die hij in enkele jaren veranderde in een galerie met een boeiend aanbod met een lyrische inslag. Ook Galerie Nouvelles Images (de naam nam Berends over van een Franse galerie met wie hij samenwerking zocht) bestaat nog altijd, zij het dat de leiding in andere handen is overgegaan.

Net als in Amsterdam en Rotterdam was in Den Haag het aanbod van toegewijde galeries op het gebied van eigentijdse kunst zo klein dat elke galerie het volledige publiek kon bestrijken. Nouvelles Images kende een breed aanbod van stijlen binnen de schilderkunst, maar verloochende ook zijn katholieke afkomst niet door soms een sterke beeldhouwer in te zetten. Bovendien was Berends niet eenkennig wat technieken betrof: hij waardeerde een goed sieraad in dezelfde mate als een litho.

Doordat galeries die voor kunst van dat moment kozen relatief dun waren gezaaid, trokken ze vaak hetzelfde soort publiek. Het lag aan de persoonlijke overtuiging van de galeriehouder dat hij of zij zijn eigen publiek creëerde. In Den Haag was Galerie Orez (een omkering van de kunstenaarsbeweging Zero) van Leo Verboon en Albert Vogel een steunpunt voor de liefhebbers van de ’voorstellingsloze’, dat wil zeggen concrete kunst. Orez exposeerde Peter Struycken en Ad Dekkers, maar ook Luigi Fontana en Piero Manzoni. Dit soort kunst kon je ook weer in Amsterdam aantreffen bij Riekje Swart. Zij zou echter in de jaren ’80 een opmerkelijke omslag maken richting Italiaanse en Duitse Wilden. Hans Sonnenberg (die tot 1960 bij Orez was betrokken) stichtte in Rotterdam Galerie Delta. Daar droeg hij zijn voorliefde voor Nederlandse en Angelsaksische pop-art (Woody van Amen, Jacob Zekveld, ook Andy Warhol en Peter Blake) uit.

Maar het publiek bleef lange tijd gering. Musea wilden geen stimulerende rol spelen met een effectief aankoopbeleid. En ook de groep verzamelaars nam nauwelijks in omvang toe. Pas in de jaren ’60 en ’70 ontstond belangstelling voor wat toen ’betaalbare’ kunst heette. Dat was toen vooral keramiek en grafiek. Het is dan ook een wonder dat galeries het vaak jaren wisten uit te houden. Eigenlijk elke galeriehouder bood de mogelijkheid om een bepaald werk op afbetaling te kopen en was graag bereid om allerlei (technische) faciliteiten te leveren. Fenna de Vries bijvoorbeeld bedacht een soort tientjesregeling, een particuliere voorloper van de later door de overheid opgezette aankoopregeling. Het leidde er toe dat het belang van de kunsthandel zou afnemen, tot deze zich vrijwel uitsluitend op oude kunst, dus van reeds gestorven kunstenaars, zou richten.

De kunsthandel veerde echter in de jaren ’80 en ’90 weer op, toen op grote schaal beurzen werden georganiseerd. Dat leidde tot een scheiding der geesten: publiek met voorkeur voor eigentijdse kunst liet zich wel op de KunstRAI (en tegenwoordig op Art Amsterdam en Art Rotterdam) zien, maar waagde zich niet in de Europahal of MECC in Maastricht, Het Turfschip in Breda (nu Den Bosch) of andere prestigieuze hallen. Gezien de geringe groei van de bezoekersaantallen op de moderne kunstbeurzen lijkt dit deel van het publiek niet meer toe te nemen. Het aanbod van galeries mag vertienvoudigd zijn, de spoeling is oneindig dunner geworden, ook al heeft de aspirant-koper nu aanmerkelijk meer te spenderen dan een halve eeuw terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden