Interview

Pleisters plakken is niet genoeg

Beeld Lars van den Brink

Internationale hulporganisaties geloven in neutraliteit, maar volgens Linda Polman is dat naïef. 'Wat als krijgsheren komen dineren in je vluchtelingenkamp?"

Als Linda Polman opduikt in een crisis- of oorlogsgebied, mogen hulporganisaties en vredestroepen hun borst natmaken. Polman is als internationaal publicist de luis in de pels van de goede bedoelingen-sector, niet omdat ze tegen hulp is, maar omdat ze ziet hoeveel er fout gaat in wat ze de 'hulpindustrie' noemt. Voeg je alle internationale ngo's (niet-gouvermentele organisaties) samen, dan praat je over de vijfde economie van de wereld, en deze economie - waarbinnen harde concurrentie heerst - is niet altijd even efficiënt en ook niet altijd even heilzaam.

In een recent essay wees Polman op de toestand in Nepal, waar na de aardbeving van vorig jaar april 23 landen zoekteams stuurden, in totaal 53. Zij haalden 16 mensen levend onder het puin vandaan. De Nepalese overheid, die tevergeefs trachtte enige regie te houden, verzocht dringend niet nog meer van dergelijke teams te sturen - maar niemand luisterde: er kwamen er nóg 152.

Linda Polman
Linda Polman (1960) is journalist en schrijfster. Haar boeken over de internationale hulpverlening (‘De crisiskaravaan’) en over de schaduwzijden van VN-vredesmissies (‘k Zag twee beren’) trokken in Nederland en daar buiten veel aandacht. Vorig jaar publiceerde ze Death Row Dollies, waarvoor ze jarenlang een aantal vrouwen volgde die hun lot verbinden met dat van terdoodveroordeelden in Texas.

U noemt dat exemplarisch, waarom?
"Wat eruit spreekt is een eigengereidheid die grenst aan minachting, en daarnaast de ijdelheid van de internationale hulpverlening: met die zoekteams kun je enorm scoren, omdat journalisten er gek op zijn. Ik verwijt dat de individuele hulpverleners niet, die hebben weinig of geen zicht op het geheel, zij zijn vanuit een oprechte persoonlijke motivatie de radertjes in een groot netwerk. Maar op het niveau van de organisaties - vooral de grotere - zou men beter moeten weten."

De drang om aanwezig te zijn, komt voort uit de drang om te helpen - bent u door alles wat u hebt gezien anders over die impuls gaan denken?
"Ik zet er vraagtekens bij, omdat de drang om te helpen heel veel met jezelf te maken heeft, vaak meer dan met de slachtoffers. Het afreizen naar een rampgebied maakt jou een interessant en belangrijk, misschien zelfs heldhaftig mens. Dat zie ik steeds terug."

Wie zijn zieke buurvrouw een pannetje soep brengt, doet dat misschien ook omdat het een goed gevoel geeft - kun je dat element uitsluiten?
"Wat ik veel zie gebeuren, en dan heb ik het over de talloze kleine organisaties, is de weeshuisreflex. Of de aidsbaby's-reflex. Leuke zwarte kindertjes gaan redden. Dat is toch interessanter dan je zieke buurvrouw verzorgen. Er zijn heel weinig organisaties, hoor, klein of groot, die graag latrines willen leegscheppen in een vluchtelingenkamp."

Maar als ik bijvoorbeeld mensen van Artsen zonder Grenzen zie opereren in ebola-gebieden, kan ik niet anders dan bewondering hebben.
"Er zijn zeker uitzonderingen. In de loop van de jaren ben ik steeds duidelijker gaan zien dat medische hulporganisaties de helderste opdracht hebben - Artsen zonder Grenzen doet die weeshuisjes niet. De wortels van de huidige hulpverlening liggen bij Florence Nightingale en Henri Dunant, de oprichter van het Rode Kruis - beiden reageerden op het erbarmelijke lot van gewonde soldaten. Maar anders dan Dunant vond Nightingale het geen goed idee daar vrijwilligers op af te sturen; als die het niet leuk meer vinden, houden ze er weer mee op. Je moet professionals hebben die betaald krijgen voor wat ze doen, niet mensen die uit emotie afreizen naar waar het onheil is."

Artsen zonder Grenzen geeft training aan medisch personeel dat naar ebola-gebieden afreist.Beeld anp

Nightingale vond dat het Britse ministerie van oorlog beter voor zijn eigen mensen moest zorgen. Waarna de aldus opgelapte soldaten alsnog mochten sneuvelen.
"Dat opende haar ogen, ja, en vanaf dat moment werd het haar missie om de politiek verantwoordelijken aan te klagen: naming and shaming. Als je het lot van de mensheid wilt verbeteren, dan moet je de schuldigen aanpakken, niet pleisters gaan plakken. Vanuit de visie van Nightingale zouden hulporganisaties veel meer moeten aanklagen. Maar dat strijdt met hun uitgangspunt van neutraliteit. Ze noemen zich de humanitairen en het humanitarisme gaat uit van het Dunant-principe dat ieder mens, maakt niet uit wie of waar, recht heeft op hulp."

Dat klinkt ook als het beste uitgaanspunt.
"Het lijkt mooi, maar wat schieten we er mee op? Hulporganisaties creëren zogenaamde humanitaire ruimtes, vaak in oorlogssituaties, in de veronderstelling dat de strijdende partijen hen en de hulpzoekenden met rust zullen laten. Maar in werkelijkheid is dat niet zo. Wíj vinden dat er geen bommen mogen worden gegooid als er een rood kruis op een gebouw staat, maar in een oorlog gebeurt dat juist wel. Je kunt wel menen dat je het recht hebt met rust te worden gelaten, maar als de ander dat niet respecteert, ben je Alice in Wonderland. Strijdende partijen zullen bommen gooien, slachtoffers mishandelen, de boel stelen - en dan is neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid naïef. Neutraliteit werkt alleen als alle partijen het respecteren."

Soms houden die humanitaire ruimtes, of 'veilige havens', conflicten in stand.
"Dat komt voor. Simpelweg omdat er het nodige te halen is, milities weten dat ook. En Nightingale signaleerde al: als mensen door buitenstaanders worden geholpen, hoeven anderen dat niet te doen. Die kunnen zich dan des te meer toeleggen op de strijd. Het klassieke voorbeeld zijn de vluchtelingenkampen waar de krijgers komen dineren en soldaten recruteren. En dan hebben we nog niet over de onderhandelingen die organisaties moeten voeren met strijdende partijen om toegang te krijgen tot een bepaald gebied. Niemand weet hoeveel geld daarmee is gemoeid. In het geval van Somalië zijn er schattingen die zeggen dat het gaat om tachtig procent van de omzet van sommige organisaties."

Betalen is soms onvermijdelijk.
"Dat is allemaal tot je dienst, maar ik vind dat hulporganisaties dat soort beslissingen niet op eigen houtje zouden moeten nemen. Als de hulpindustrie naar gebieden trekt waar de belangen zo groot zijn, waar de oorlog wordt beïnvloed door de hulpverlening, moeten ze gezamenlijk bepalen waar de grenzen liggen en zich met z'n allen terugtrekken als die overschreden worden. Maar zo zit de hulpindustrie niet in elkaar.

"Waar het het meest mis is gegaan, is waarschijnlijk Goma (waar in 1994 honderdduizenden Hutu's werden opgevangen, onder wie daders van de genocide op de Rwandese Tutsi's -red.). In de hulpwereld zelf zijn ze daar ook nog steeds ziek van: ze wisten waar ze mee bezig waren, wie ze aan het oplappen waren, en tegen welke prijs, en toch zijn ze doorgegaan tot de Rwandezen er met geweld een eind aan maakten. Toen zeiden de hulporganisaties: dit nooit meer. Maar keer op keer maken ze dezelfde fout.

"Kijk naar Haïti, een van de meest verdrietige voorbeelden. In januari 2010 was de aardbeving, in maart vond een gigantische donorconferentie plaats, er werd onvoorstelbaar veel geld toegezegd, en zes jaar later kan alleen maar worden vastgesteld dat de bevolking er nog net zo aan toe is als destijds. Hulporganisaties hebben niets bijgedragen aan het lokale bestuur, ze vormen hun eigen Republic of ngo's, en hebben al het geld zelf kwijtgemaakt."

U keert zich tegen de politieke invloed van de donoren, zoals rond de vluchtelingencrisis, waar het streven naar opvang in de eigen regio op z'n minst deels voortkomt uit de wens ze niet hier op te vangen. Maar is dat illegitiem?
"In elk geval wel voor de hulporganisaties. Die zouden het belang van de slachtoffers bovenaan moeten zetten. Dat doen ze niet, omdat ze geld krijgen van de Nederlandse, Franse, Spaanse of een andere Europese regering. Die regeringen willen geen opvang in Europa, en dus investeren de hulporganisaties daar ook niet in. En ik hoor ze ook geen moord en brand schreeuwen. Maandenlang hebben ze zich stil gehouden. Op een gegeven moment werd dat doorbroken door Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling, die besloot wat geld uit te trekken voor een kampje in Griekenland, maar verder? Totale stilte. Als hulp, of het ontbreken daarvan, zo politiek getint is, dan moeten hulporganisaties met z'n allen de politiek aanpakken. Optrekken naar Brussel. Maar ze kiezen ervoor hun mond te houden. Wangedrag is het. Ze zeggen onafhankelijk te zijn van politieke belangen, laat ze dat dan waarmaken."

Wat zouden ze tegen de politiek moeten zeggen?
"Dat die mensenrechten schendt. Dat regeringen verantwoordelijkheden hebben, alleen al op basis van de vluchtelingenverdragen. Hulporganisaties moeten daar voor lobbyen en duidelijk maken waar de politiek het laat afweten - naming and shaming, in het spoor van Nightingale."

Het Wereldvoedselprogramma van de VN voedt een groot deel van de Noord-Koreaanse bevolking en draagt zo bij aan de instandhouding van het regime. Maar daar is naming and shaming uitgesloten.
"Heel interessante case. Dit zou zorgvuldig onderzocht moeten worden: doet de hulpverlening daar uiteindelijk goed of kwaad? Erken dat het probleem bestaat, ga er niet vanuit dat hulpverlening per definitie goed is, bespreek het, ook als de antwoorden niet voor het oprapen liggen."

In 'De crisiskaravaan' formuleert u het dilemma zo: als de nazi's toestemming hadden gegeven voor voedselhulp in Auschwitz, hadden we dat dan moeten doen? Maar u geeft zelf geen antwoord.
"Want dat antwoord heb ik niet. Waar ligt de grens? En wie durft dat voor zijn rekening te nemen? Zestig procent gaat naar de bewakers, dus we doen het maar niet? Of een ander percentage? Uiteindelijk moet die analyse wel gemaakt worden, maar godzijdank hoef ik de beslissing niet te nemen. En ik vind dat ook de hulpverleners dat niet moeten doen, het is aan de samenleving als geheel om dergelijke keuzes te maken."

Donderdag in deze serie: Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling. 'Duidelijke parallellen tussen onze tijd en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden