plein 2 parlement@trouw.nl

Vind je het goed, zei minister Eurlings, dat ik An As doe? Volgens het verhaal had staatssecretaris Tineke Huizinga op die eerste dag op het departement van verkeer en waterstaat achteloos met haar hoofd geknikt. Ze wist niet waar An As voor stond, dus belangrijk kon het niet zijn. Als de minister dat wilde doen, prima. Zo belandde het belangrijke onderwerp van de Spoorwegen in de portefeuille van de minister en bleven er voor de staatssecretaris het water en kleinere zaken over als de taxi’s en het KNMI. Aldus dit verhaal, dat natuurlijk niet waar is. Het is vermoedelijk de wereld in geholpen om aan te tonen hoe Limburgs Eurlings’ accent is, of om te illustreren hoe argeloos vrouwen nog altijd zijn in de wereld van de macht.

Over Irene Vorrink, de enige vrouwelijke minister in het kabinet-Den Uyl, deden ook meteen verhalen de ronde waaruit moest blijken dat zij het domme blondje van de ploeg was. Het mooiste verhaal is dat ze een Amerikaanse delegatie het graf van Willem van Oranje laat zien en zegt: ’And here we bury our oranges’. Net zomin waar als het verhaal dat ze zich in Brussel aan collega’s voorstelde als ’ministre du milieu’, de minister van de onderwereld.

Het verhaal over de NS vestigt wel de aandacht op de sterke vertegenwoordiging van de zachte ’g’ in het kabinet. Niet alleen de Zuid-Limburger Eurlings maakt er deel van uit, maar ook diens streekgenoten Van der Hoeven, Verhagen en Timmermans, als staatssecretaris voor Europese zaken deelnemer aan het kabinetsberaad.

De zachte ’g’ bepaalt ook de stem van de oppositie ter linker- en rechterzijde. Jan Marijnissen spreekt met een Brabants accent, Geert Wilders is behept met de Limburgse tongval.

De uitslag van de laatste Kamerverkiezingen is wel uitgelegd als een overwinning van de provincie op de Randstad, maar in het kabinet wordt dat niet erg zichtbaar. Dominant zijn de randstedelijke of verrandstedelijkte academici: Donner, Cramer, Plasterk, Balkenende, Klink, Vogelaar, Hirsch Ballin, Bos, Ter Horst, Koenders en ook Verhagen, die al sinds het midden van de jaren zeventig in het westen verkeert.

Behalve bij de stadskinderen Donner en Hirsch Balin schemert bij de christen-democraten de provinciale achtergrond nog wel door. Het sterkst bij boerendochter Gerda Verburg, die net als de CU-ministers Rouvoet en Van Middelkoop in het Groene Hart woont, iets minder bij Klink en JPB, die de dikke W van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden bijna volledig zijn kwijtgeraakt.

Een geval apart is Ella Vogelaar. Zij spreekt het betrekkelijk nieuwe poldernederlands, de taal van hoog opgeleide vrouwen. In dit taaltje, een kleine tien jaar terug ontdekt door de neerlandicus Jan Stroop, wordt het Nederlandse een beetje op z’n Engels uitgesproken. Dus niet ij maar aai en niet uit, maar aut. Vogelaar, de minister van wonen, waaiken en integratie, is een van de duidelijkste exponenten van het poldernederlands. Aan niets is nog te horen dat zij afkomstig is uit een gereformeerd boerenmilieu in Sint Philipsland.

In haar accent zijn ook sporen terug te vinden van het Amsterdams en van de typische vakbondstaal, waarin vrijwel elk woord spierballen heeft. Karin Adelmund was van dit stoere taaltje bij uitstek een representante. Net als Vogelaar kwam zij van de FNV. Ook in de uitspraak van Gerda Verburg verloochent haar vakbondsachtergrond (CNV) zich niet. Bij Jacques Tichelaar, de PvdA-fractievoorzitter, heeft de vakbondstaal (Abop) zich gemengd met zijn Friese tongval tot een knauwerige arbeideristische uitspraak, die hem in staat stelt Marijnissen op gelijk niveau partij te geven.

Het bekakte Nederlands, waarin door de onderkaak stijf te houden het zuiden het zuije wordt, politie polisie en moet verandert in mot, is met de D66’ers Laurens Jan Brinkhorst en Lousewies van der Laan zo goed als volledig uit politiek Den Haag verdwenen. Een waardig vertegenwoordiger van deze spreekstal was Jan Gmelich Meijling, staatssecretaris van defensie in Kok I. Toen hij nog een glas wilde bestellen, zei hij tegen zijn gezelschap: ’Zulle we het dek nog eve nat houwe!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden