Pleidooi voor de westerse canon

,, Worden studenten imperialistisch als zij Plato lezen? Verachten zij minderheden als zij Goethe lezen, vernauwen zij hun blik bij Shakespeare?” Germanist Jerker Spits vindt het hoog tijd om afscheid te nemen van het postmodernisme dat vijandig staat tegenover de erflaters van de westerse cultuur en zich bezighoudt met zaken als ' de performatieve constructie van vrouwelijkheid'. ,, We moeten Plato weer gaan bestuderen als dat wat hij is: een grote westerse denker en niet een antieke wegbereider van het fascisme.”

In de laatste decennia van de 20ste eeuw vond binnen de academische literatuurstudie een omwenteling met vergaande gevolgen plaats. Deze revolte werd voorbereid door Parijse intellectuelen als Jacques Derrida en Michel Foucault. In een mengeling van marxistische maatschappijkritiek en een poging om gangbare voorstellingen over taal te doorbreken, ontkenden zij het bestaan van een objectieve werkelijkheid en algemeen geldende waarheden. De traditionele opvatting, volgens welke taal verwijst naar een werkelijkheid die buiten de taal ligt, beschouwde Derrida als een uiting van achterhaalde metafysica. Taal verwijst slechts naar zichzelf. Daarmee is elke uitspraak over de werkelijkheid onmogelijk geworden. Derrida verwierp de mogelijkheid van een juist perspectief, een invalshoek vanwaaruit men onderscheid kan maken tussen waar en onwaar, goed en kwaad. Hij riep op tot ' een spelend denken', ' een blijmoedige acceptatie van een talige wereld zonder fouten, zonder waarheid, zonder originaliteit'. Bij de bestudering van literatuur benadrukte Derrida datgene wat in de tekst onuitgesproken blijft en door heersende opvattingen verzwegen of verdrongen wordt. Het denken is volgens Derrida geneigd de wereld in tweeën te delen (man/vrouw, zwart/wit) waarbij ongemerkt aan een van beide de voorkeur wordt gegeven.

Ook de filosoof Michel Foucault had fundamentele kritiek op het waarheidsstreven. In navolging van Nietzsche beschouwde hij de wil tot waarheid als een wil tot macht. Het westerse humanisme zou als ' ideologie van de onderdrukking' bestaande machtsverhoudingen legitimeren en zijn voorstellingen opdringen aan andere culturen. Door begrippen te hanteren als goed en kwaad, maatschappelijk en onmaatschappelijk, zou aan bepaalde groeperingen het recht van spreken worden ontzegd. Het begrijpen van machtsverhoudingen in een politiek bepaald ' discours' verbond Foucault met een strijdbare inzet voor alternatieve opvattingen. ,, Wij moeten onderzoekers van veldslagen zijn, omdat de beslissende veldslag nog gewonnen moet worden”, aldus Foucault in 1976. Vastliggende structuren zouden de mens onderdrukken en hem van zichzelf vervreemden. Door de afschaffing van ' de structuren' en ' het systeem' moest een nieuwe mens ontstaan die los van regels en conventies zijn eigen vrijheid en creativiteit beleeft.

Dode witte mannen Deze ideeën van Derrida en Foucault werden in de jaren zestig en zeventig omhelsd door de progressieve intellectuelen in Frankrijk. Hun diepe wantrouwen in grote ordenende principes en afkeer van elk hiërarchisch onderscheid kon op veel sympathie rekenen. Buiten Frankrijk stuitte hun ' postmodernisme' of ' deconstructivisme' op behoorlijk wat weerstand. Vooral in Duitsland verzette de academische wetenschap zich tegen de opvatting dat de mens geen vaste identiteit of stabiliteit zou kennen en elke uitspraak over geschiedenis en beschaving subjectief zou zijn.

De doorbraak van Derrida en Foucault vond plaats in de jaren tachtig in de Verenigde Staten. Uitgerekend toen de conservatief Ronald Reagan het Witte Huis veroverde, raakten Amerikaanse literatuurwetenschappers gefascineerd door de Franse analyse van machtsverhoudingen en taalgebruik. Gangbare methodes maakten plaats voor de studie van de discriminatoire omgang met literatuur van etnische en seksuele minderheden. De bestaande canon werd verworpen omdat deze onvoldoende rekening zou houden met de positie van minderheden. Er werd smalend over de DWEM's gesproken, de dead white European males die de westerse literatuur te lang hadden gedomineerd. Met bestaande theorieën moest radicaal gebroken worden. Elke theorie die teruggaat op modellen van voor het postmodernisme zou namelijk in dienst staan van imperialistische voorstellingen waarin de hegemonie van de blanke westerse man centraal staat.

Tegenover de traditionele canon die in dienst van een ' burgerlijke ideologie' zou staan, plaatsen de postmodernisten hun engagement voor de literatuur van lange tijd uit het ' discours' verbannen groepen als vrouwelijke en homoseksuele auteurs. In navolging van Foucault richten zij zich op de manifestaties van countercultures, alternatieve groeperingen die het postmoderne verzet tegen vaststaande codes en bestaande maatschappelijke verhoudingen illustreren. Het ' vrije denken' waartoe Derrida in 1967 opriep, is sinds de jaren tachtig aan veel Amerikaanse universiteiten toonaangevend geworden.

Links McCarthyanisme Kritiek op de postmodern georiënteerde cultuurstudies is echter niet uitgebleven. Critici zien de teloorgang van de traditionele letterenstudies met lede ogen aan. Conservatieve Amerikaanse stichtingen als de Heritage Foundation en het Intercollegiate Studies Institute zijn een offensief begonnen om de canon van de ondergang te redden. Zij ondersteunen wetenschappers die de westerse traditie een belangrijke plaats in het curriculum toekennen en bestrijden de postmoderne opvatting dat er geen verschil bestaat tussen hogere en lagere cultuur, tussen waardevol en waardeloos. Ook wijzen zij op de blinde vlek van veel postmoderne cultuurwetenschappers. De waarheid zou volgens hen niet kenbaar zijn, maar dat weerhoudt hen er niet van hun eigen, sterk ideologisch gekleurde voorstellingen over cultuur en maatschappij aan de wetenschap op te dringen.

Roger Kimball neemt in zijn Tenured Radicals. How Politics Has Corrupted Our Higher Education krachtig stelling tegen dit anti-autoritaire denken dat de studie van literatuur vervangt door een marxistische analyse van machtsconstellaties. Docenten zouden studenten dwingen zich te conformeren aan een postmoderne progressiviteit. De ex-feministe Tammy Bruce spreekt in The New Thought Police zelfs van een ' links McCarthyanisme' dat spreek-en denkverboden in het leven heeft geroepen. Wie redenen aanvoert ter verdediging van de canon, wordt van ' ethnocentrisme' beschuldigd of het zwijgen opgelegd. De goede bedoeling -het uitbreiden van de lijst van belangrijke boeken met werken van niet-westerse auteurs en gemarginaliseerde groepen -zou zijn ontaard in een arrogante en intolerante houding, waarbij allereerst gevraagd wordt of de te bestuderen teksten wel politiek correct zijn en bijdragen aan de ondermijning van ' dominante structuren'.

Deze publicisten grijpen terug op The Closing of the American Mind, een scherpzinnige beschouwing van de filosoof Allan Bloom over het universitaire gedachteklimaat waarin cultuurrelativisme en subjectivisme de kwaliteit van het onderwijs ondermijnen.

Yorinisering

Ook in Nederland heeft de studie van boeken die een prominente plaats in de westerse traditie innemen aan veel universiteiten plaatsgemaakt voor de analyse van verschillende cultuuruitingen als film, videoclips, songteksten en strips. Het verschil tussen hogere en populaire cultuur is verdwenen, er is vooral aandacht voor de cultuuruitingen van nietnormatieve groepen en de maatschappelijke omgang met hun werk.

In navolging van de Amerikaanse postmodernisten kan de bestudering van etnische en seksuele minderheden op veel belangstelling rekenen. Uit Amerika overgewaaide gender-en queer-studies schieten als paddestoelen uit de grond. Zij richten zich op het afwijkende, gezagsondermijnende en regeloverschrijdende dat door het ' hegemoniale discours' van een mannelijke en kapitalistische wereld zou worden buitengesloten.

Wetenschappers die deze benadering niet op hun waarde schatten, hoeven niet op een open dialoog te rekenen. ' Ik heb wat dat betreft veel geleerd van de Anne Frank Stichting. Die steekt haar energie niet in virulente racisten', aldus Maaike Meijer, hoogleraar aan het Maastrichtse Centrum voor Gender en Diversiteit. Het Amerikaanse debat over de schadelijke gevolgen van de teloorgang van de canon en de traditionele letterenstudies gaat aan Nederland echter zo goed als voorbij. Buiten de academische enclaves blijven de ingrijpende veranderingen in de letterenstudies nagenoeg onopgemerkt.

De Groene Amsterdammer publiceerde drie jaar geleden een artikel van de Amsterdamse literatuurwetenschapster Solange Leibovici, die haar zorgen uitsprak over een ' yorinisering van de literatuurwetenschap'. In een reactie beschuldigde de filosoof René Boomkens Leibovici van ' destructief narcisme' en ' karaktermoord'. ,, Eigenlijk zou dat soort archaïsche wetenschappers alleen al op grond van hun opvattingen de WAO in moeten”, meende Boomkens. Kennelijk waren er zware woorden voor nodig om de kritiek op het postmoderne project te pareren. Sindsdien is het stil in letterenland. De gevolgen van de postmoderne revolte zijn ingrijpend, maar het is een revolte die zich in stilte voltrekt.

De reactie van Boomkens toont aan hoe intolerant de heersende orthodoxie van het postmodernisme kan zijn. Er zijn genoeg hoogleraren in de letterenstudies die het antwoord op de vraag naar de belangrijkste auteurs in hun vakgebied schuldig blijven: niet omdat zij deze auteurs na jaren van studie en onderzoek niet kennen, maar omdat modieuze opvattingen een eerlijk antwoord in de weg staan. Zij zijn belijdend lid van de postmoderne gemeente waarin een wazig cultuurrelativisme wordt beleden en een banvloek rust op een positieve waardering van de westerse beschaving .

De angst voor de ander Een kort overzicht van de publicatielijsten van toonaangevende literatuurwetenschappers toont aan dat niet de literatuur van minderheden, maar de traditionele canon wordt gemarginaliseerd. Bij alle aandacht voor de postmoderne kritiek op de ' achterhaalde burgerlijke ideologie' wordt vaak voorbijgegaan aan de ideologische voorstellingen van de postmodernisten zelf. Haast alle begrippen die in de huidige letterenstudie domineren zijn nauw verbonden met een emancipatoire, links angehauchte ideologie: alteriteit, diversiteit, gender, hybriditeit, muliticulturaliteit, phallocentrisme, postkolonialisme, postfeminisme. De postmodernisten slaan net zo lang op het Vrije Westen in totdat het zich heeft veranderd in hun eigen vijandbeeld: een bastion van racisme, misogynie en homofobie.

Een geschoold vermogen om de eigen plaats in de westerse beschavingstraditie te bepalen, de mogelijkheid kennis te nemen van de belangrijkste werken uit de westerse literatuur en filosofie: het zit bij veel universiteiten simpelweg niet langer in het curriculum. Zelfs studenten in de literatuurwetenschap worden voornamelijk onderwezen in teksten uit het domein van de gender-of queer-studies.

Zij volgen docenten in hun voorliefde voor modieuze disciplines en kiezen voor afstudeeronderwerpen als ' De performatieve constructie van vrouwelijkheid in de postfeministische roman', of ' De angst voor de ander in hedendaags Nederlands proza'. Schrijvers die een allochtone schoonmaakster laten opdraven, zijn bij dezen gewaarschuwd. Elke voorstelling die in dienst van een dominante ideologie zou kunnen staan, is een constructie. Westerse cultuur is een lege huls, bedacht om een discriminerende afwijzing van andere denkbeelden te maskeren. Mannelijkheid heeft van zichzelf geen inhoud, maar is onderworpen aan constructie en maskerade. Nationale identiteit is een denkbeeldige identificatie.

Aan veel universiteiten worden studenten afgericht in een kritiek op de overlevering. Er wordt hen wijsgemaakt dat zij niet vanuit een westers -want ' etnocentrisch', ' elitair', ' patriarchaal' -perspectief mogen oordelen. Maar is een pleidooi voor de studie van belangrijke auteurs uit de westerse traditie werkelijk ' repressief'? Worden studenten echt imperialistisch als zij Plato lezen? Verachten zij minderheden als zij Goethe lezen, vernauwen zij hun blik bij Shakespeare?

Het is tijd geworden afscheid te nemen van de postmoderne cultuur van verdachtmaking. De universitaire letterenstudies moeten zich bevrijden van modieuze postmoderne voorstellingen die voor de huidige afwijzing van de canon verantwoordelijk zijn. Studenten in de letteren zouden hun studies moeten beginnen met het lezen van boeken die in de geschiedenis van de westerse beschaving een sleutelrol hebben gespeeld. Het is de opgave van elke universiteit studenten met deze werken vertrouwd te maken. Het accent binnen de letterenstudies is te veel verschoven naar een overdreven aandacht voor lange tijd uit het ' discours' verbannen groepen. Van een academische vorming is zonder vertrouwdheid met de pijlers van de westerse beschaving geen sprake.

Hiervoor zal ook de wijze van lezen moeten veranderen. We moeten Plato weer gaan bestuderen als dat wat hij is: een grote westerse denker en niet een antieke wegbereider van het fascisme. We moeten de Bijbel lezen als een bron van de westerse beschaving en als religieuze inspiratie. Niet als een boek dat de mensheid eeuwenlang zou hebben geknecht. Leo Strauss Een voorbeeld van deze benadering, die oog heeft voor de blijvende waarde van de Great Books, is het werk van de in Duitsland geboren filosoof Leo Strauss (1899-1973). Strauss heeft meeslepende studies geschreven over antieke auteurs als Plato, Aristoteles en Cicero, maar ook over modernen als Hobbes, Locke, Rousseau en Nietzsche. Volgens Strauss is het westerse denken door verschillende revoltes die zich tegen zijn eigen beschavingsideaal keerden, de weg kwijtgeraakt. De band met het eigen verleden is met geweld doorgesneden. Het is daarom moeilijker geworden de belangrijke auteurs uit de westerse beschaving te begrijpen. Maar voor wie kennis van zijn eigen verleden wil hebben, is deze studie onontbeerlijk. Belangrijk is volgens Strauss vooral dat een lezer niet direct zijn mening uit, maar kennis probeert te vergaren door een zekere afstand tot de tekst te bewaren. Ook moet de lezer de belangrijke boeken uit de westerse filosofie en literatuur niet opsluiten in hun historische context. Hij dient te beseffen dat hun inhoud voor alle tijden geldig is. Het in zijn tijd opkomende cultuurrelativisme veroordeelde Strauss scherp: ' Als alle culturen relatief zijn, dan is kannibalisme een kwestie van smaak.'

Zijn recollection of the immense loss (het weer in herinnering brengen van het immense verlies) maakt Leo Strauss voor de huidige tijd tot een buitengewoon relevante denker. Het is dan ook jammer dat er in het huidige cultuuronderwijs geen enkele aandacht is voor zijn herinterpretaties van canonieke auteurs. We zouden veel van Strauss kunnen leren. Serieuze reflectie op de geschiedenis van het westerse denken is de enige uitweg voor wie terug wil keren naar een waarheid die historische gebeurtenissen overstijgt. I In navolging van Strauss zouden de Nederlandse letterenstudies niet dienen te kiezen voor een restauratie, maar voor een renaissance: voor het hervinden van een westerse canon die door modieuze opvattingen aan het zicht onttrokken is geraakt. Een lijst van belangrijke en invloedrijke werken uit de westerse beschaving, gebaseerd op haar eigen christelijke, joodse en humanistische wortels. Een duidelijke keuze: niet uit trots, niet uit ' hegemoniaal machtsdenken' of uit blindheid voor de waarde van andere culturen, maar om te begrijpen wat het Westen uniek maakt en wat onze identiteit bepaalt. Het postmodernisme is een dwaling die ons heeft vervreemd van de belangrijkste erflaters van onze beschaving, en daarmee ook van onszelf.

Het is tijd geworden vaarwel te zeggen tegen het taboe op waardeoordelen, tegen het cultuurrelativisme. Er zijn zoveel prachtige boeken te ontdekken, zoveel belangrijke schrijvers van wie de werken achter een mistig rookgordijn van modieuze opvattingen zijn verdwenen. Mij staat, als ik denk aan de rijkdom van de westerse beschaving en de geringe vertrouwdheid van mijn leeftijdgenoten hiermee, een beeld voor ogen waarmee de Duitse schrijver Botho Strauß de vergetelheid van het moderne Westen betreurde: ,, Het is jammer, buitengewoon jammer. De overlevering verwelkt buiten voor de poorten als een lading kostbaar voedsel, waarvan de bevolking vanwege een geschil over invoerrechten moet afzien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden