Pleegouders genoeg, maar niet in de Randstad

In de Randstad dreigt een tekort aan pleegouders die aan crisisopvang willen doen. Maar elders moeten ouders soms juist wachten op een pleegkind: „We zitten lang niet altijd vol.”

Er staat altijd een extra ledikantje klaar in de Gelderse woning van het echtpaar Peeters. „Ik heb ook stapels kinderkleren, in alle maten”, zegt moeder Ria (63). Zij en haar man Wiel (60) zorgen op dit moment al voor vijf pleegkinderen, in de leeftijd van nul tot tien jaar. Maar met hen is het huis nog niet vol: „Als er crisis is, kan er heus wel eentje bij.”

De Peeters doen al zo’n twintig jaar aan crisisopvang: ze stellen hun huis open voor kinderen die direct een ander onderdak nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat ze mishandeld of zwaar verwaarloosd worden door hun ouders. Zomaar ineens krijgt het echtpaar dan een telefoontje: „We hebben hier een baby, zijn jullie thuis over een uur?”

Voor Ria Peeters en haar man is zo’n onverwacht appèl geen enkel probleem. Sterker nog, Ria vindt de spanning van de crisisopvang ’heerlijk’: „Als ze me vertellen dat ik pas over een wéék een kind krijg, dan denk ik: wat duurt dat nog lang.”

Maar lang niet alle stellen kunnen zo flexibel inspringen op de acute noden van een kind. Tweeverdieners vallen sowieso af, want zeker voor jonge pleegkinderen moet er altijd iemand thuis zijn.

Daarom zijn het vaak oudere, gepensioneerde paren als de Peeters die zich voor crisisopvang opgeven, zegt Maria de Vries van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen: „Zij hebben de tijd om dit te doen.”

Intussen kampt pleegzorginstelling Flexus in Rotterdam met een tekort aan pleegouders die voor jonge kinderen een eerste vangnet willen zijn. De vraag naar crisisopvang is de afgelopen twee jaar flink gegroeid, omdat de rechter kinderen in risicovolle situaties steeds sneller uit huis plaatst. Maar het aantal stellen dat deze flexibele hulp kan bieden, blijft daarbij achter. De nood is het hoogst voor kinderen van nul tot vier jaar, zegt René de Bot, directeur zorg van Flexus.

„Een jongen van twaalf kun je nog wel een paar nachtjes in een tehuis laten slapen. Maar voor baby's, peuters en kleuters is opvang in een gewoon gezin veel beter. Als we vandaag voor vier kinderen pleegouders zoeken, dan lukt dat mogelijk maar voor drie.”

Voor heel jonge, dus extra zorgbehoevende kinderen wordt het moeilijker om pleegouders te vinden. Die trend signaleert ook Jeanette Reukers, woordvoerster van Pleegzorg Nederland.

Zij constateert verder dat er grote, regionale verschillen zijn: „Landelijke cijfers over 2007 zijn er nog niet. Maar we horen dat ze in de Randstad de crisisopvang voor de jongste groep niet rond krijgen. Terwijl er elders pleegouders zijn die al meer dan een jaar op de wachtlijst staan.”

Een Rotterdams kind onderbrengen bij pleegouders in Gelderland is meestal geen optie. Want dan moet het oma missen, of de vertrouwde peuterspeelzaal. „Een van onze eigen kinderen zei: mam, zullen we dan maar een huis in het Westen kopen?”, vertelt pleegmoeder Tjitske van Veldhuizen (49) uit Apeldoorn. „Want dáár is de behoefte blijkbaar groot.”

Van Veldhuizen, die met haar man tot nog toe zo’n vijftien kinderen in crisis opving, heeft ’hart voor de pleegzorg’: „We hebben een open huis, maar dat zit lang niet altijd vol.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden