PlayStation en Nintendo, een wedloop tussen power en fun/Spelcomputers

Stoeprandje, elastieken, potje voetbal - elk ouderwets straatspel heeft het loodje gelegd in de strijd met de spelcomputer. Kinderen proberen tegenwoordig alleen nog maar te scoren, een hoger level te bereiken, een extra life te halen dat vervolgens gesaved moet worden. En als ze naar school zijn, kruipen hun ouders er achter.

De markt van de spelcomputers is anno 1999 weldadig overzichtelijk. Nintendo en PlayStation domineren de boel. Die twee drukten alle andere concurrenten weg en lijken vrede te hebben met hun onderlinge machtsverhouding. Maar de reeks die Nintendo momenteel aan nieuwe titels uitbrengt, doet vermoeden dat er een stevige strijd aankomt. Een prijzenoorlog zal dat vrijwel zeker niet tot gevolg hebben, want die slag hebben de twee spelproducenten net achter zich. Bovendien, zeggen ze bij Nintendo, dreigt anders het 'Lada-effect': dan wordt de prijs zo laag dat men gaat denken dat het niks kan wezen. In nog geen jaar tijd daalde de prijs van de twee spelcomputers met meer dan honderd gulden. Ze zitten nu allebei rond de driehonderd gulden. Nintendo geeft daar momenteel zelfs een gratis spel bij.

PlayStation, eigendom van de Japanse elektronicagigant Sony, is op dit moment een stukje groter dan Nintendo, eveneens van Japanse afkomst. De twee speelgoedfabrikanten schatten zelf dat de marktverhouding op 45-55 in het voordeel van PlayStation ligt. Uitgedrukt in getallen wordt pas duidelijk hoe populair dit speelgoed is: wereldwijd heeft PlayStation inmiddels veertig miljoen exemplaren verkocht. De directe concurrent van dat product, de Nintendo 64, staat pas in twintig miljoen huishoudens. Nintendo moet het tot nu toe veel meer hebben van zijn Gameboy, het spelcomputertje op zakformaat waarvan er in de wereld zeventig miljoen stuks zijn verkocht. Dat blijft een succesnummer, vooral nu er sinds anderhalve maand ook een kleurenvariant in de winkel ligt.

Sony bracht de PlayStation uit in 1995 en ontmoette toen vrijwel geen concurrentie die een vergelijkbaar hoog niveau kon leveren. Pas anderhalf jaar later antwoordde Nintendo met de Nintendo 64. Samen maakten zij een eind aan de opmars van Sega en Atari, spelcomputers die op dat moment razend populair waren maar in geen enkel opzicht konden wedijveren met de technische hoogstandjes van Sony.

Over de toekomst willen beide producenten niet veel kwijt, maar het heeft er veel van weg dat PlayStation op dit moment vooral sleutelt aan technische verbetering van het systeem. Zo is het nu mogelijk muziek-cd's af te spelen op een PlayStation, waardoor allerlei beeldeffecten op het televisiescherm zichtbaar worden. Daarnaast komt er een vervaarlijk uitziend pistool dat de functie van de controller bij sommige spellen overneemt.

De nieuwste controllers van PlayStation geven levensechte trillingen als het spel echt link aan het worden is. Die van Nintendo kunnen dat ook, maar hebben daar een apart apparaatje voor nodig.

Nintendo lijkt het meer te zoeken in een hogere regelmaat om nieuwe spellen op de markt te brengen en heeft daarin ook nogal wat in te halen. Manager Herman Troost van Nintendo: “Een 128-bit, 256-bit of nog groter is op zich geen doorslaggevende factor voor succes. Dat is en blijft de kwaliteit, originaliteit en aantrekkelijkheid van het spel. Dat zie je aan het nieuwste spel, Zelda 64. De Washington Post noemde het al de Gone With the Wind van de videogames en de spelbladen gaven waarderingen van tegen de tien.”

Het aantal nieuwe titels van beide spelcomputers wordt bepaald in Japan. Het belangrijkste afzetgebied, de Verenigde Staten, is eerst aan de beurt, pas daarna komen de spellen in Europa uit en dat gebeurt in een minder vlot tempo dan de distributeurs hier lief is. In Nederland kosten nieuwe spellen al gauw tegen de 130 gulden. Nintendo hanteert nu als vuistregel dat er elke maand één toptitel uitkomt. Troost: “Cruciaal in deze markt is de hoeveelheid spelcomputers die een firma wereldwijd kan afzetten. Om van een goed spel 1 miljoen stuks te kunnen verkopen, moet er al gauw een hardware base zijn van tien miljoen spelcomputers.”

Op dat punt loopt Nintendo dus twintig miljoen stuks achter bij zijn enige concurrent. Troost: “PlayStation wint duidelijk van de N64, maar de N64 loopt verhoudingsgewijs nu snel in. De einduitslag is afhankelijk van de vraag wanneer de een of de ander stopt met het huidige systeem om een nieuw systeem uit te brengen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden