Plattelandsvrouw krijgt al 100 jaar geen aandacht

WAGENINGEN - Ondanks drie golven feminisme is de aandacht voor plattelandsvrouwen gering, zeker gezien de omvang van deze groep.

ANITA LOWENHARDT

Dat was in 1898 ook al zo, toen in Den Haag de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid plaatsvond, vindt de Wageningse Werkgroep Vrouwen in de Landbouw. Die zag daarin aanleiding deze plattelandsvrouwen, een eeuw later, in beeld te brengen met een reizende foto-expositie en een boek.

Bijzonder aan de tentoonstelling 'In schort en overall. Plattelandsvrouwen over veranderingen in hun arbeid' is dat de kern wordt gevormd door foto's en verhalen van plattelandsvrouwen zelf. Op oproepen in agrarische bladen kwamen 80 reacties en zo'n 300 foto's binnen. De vrouwen schreven - vaak ontroerende - herinneringen bij de foto's.

De expositie - samengesteld door Dineke van Zwieten en Karin Wolffenbuttel van de werkgroep en historicus Margreet van der Burg - belicht ook omvang en betekenis van het werk van plattelandsvrouwen in de niet-agrarische sector (fabriek, kleine zelfstandige en vrije beroepen als wijkverpleegster en vroedvrouw) en de typische vrouwentaken in het boerenbedrijf en de daar kenmerkende verstrengeling van bedrijf, huishouden en gezin.

Het boek - 'Drie generaties in schort en overall. Terugblik op een eeuw vrouwenarbeid in de landbouw' - gaat dieper op die historie in, ook aan de hand van levensverhalen, steeds van drie generaties vrouwen uit één gezin.

In het kader van vrouwenarbeid typeren Van der Burg en Lievaart de agrarische sector als uitzonderlijk. Vrouwen bekleden daarin een bijzondere positie, doordat de agrarische productie in Nederland vooral binnen gezinsbedrijven plaatsvond en -vindt. Daardoor zijn werk- en familieverhoudingen verstrengeld.

Daardoor waren de leden van het gezinsbedrijf geen werknemer van elkaar, ook de kinderen niet en dat was vragen om moeilijkheden, zegt Margreet van der Burg. Een probleem waar plattelandsvrouwen de laatste decennia aandacht voor vroegen. Tegenwoordig wordt dat vaak ondervangen met man-vrouw-maatschappen, onder huwelijkse voorwaarden. Daar schuilt een addertje onder het gras. Zo kunnen de ouders van de boer het familiekapitaal veilig stellen, omdat door de huwelijkse voorwaarden het familiekapitaal bij een scheiding niet tussen de echtelieden hoeft te worden verdeeld.

In elk geval is het een vooruitgang vergeleken bij zo'n eeuw geleden. “Op de grote(re) boerenbedrijven was de man de 'manager' van het bedrijf en zijn vrouw van het huishouden, waaronder de zorg voor de kinderen en de landarbeiders die in dienst waren. En dat allemaal onbetaald”, vertelt Van der Burg.

De meeste vrouwen kwamen en komen in de landbouw door huwelijk met een boer. Meewerken deden ze allemaal, zelfs degenen die - vaak uit economische noodzaak - een baan buitenshuis hadden. Bedrijfshoofd waren ze nooit, doordat gehuwde vrouwen tót 1956, al waren ze mede-eigenaar van het boerenbedrijf, geen juridische handelingsbevoegdheid hadden. Tot die tijd konden alleen weduwen en ongetrouwde vrouwen bedrijfshoofd zijn.

Tegenwoordig zijn steeds meer vrouwen bedrijfshoofd. Soms leiden ze ook een apart bedrijfje in het bedrijf, zoals een kaasmakerij, cateringswerkzaamheden, camping, manege of kinderopvang. Deze zelfstandige arbeidsdomeinen ontstonden vooral de laatste jaren om het financiële risico te spreiden.

Begin deze eeuw werkte van de geregistreerde mannelijke beroepsbevolking van 1,5 miljoen ruim een derde in de landbouw. Vrouwen telden in de statistieken amper mee. Van de 400 000 officieel werkende vrouwen zou een vijfde in de landbouw werken; circa 60 000 'loonwerkers' en 20 000 'meewerkende echtgenotes' en bedrijfshoofden. De boerinnen werden dus niet meegeteld en meewerkende dochters helemaal niet.

Na de oorlog gingen de dochters naar school of werkten buitenshuis. De echtgenotes werkten nog steeds mee, maar bleven ook toen in de statistiek grotendeels onzichtbaar. Zo registreerde de landbouwtelling van 1959 127 000 vrouwelijke gezinsarbeidskrachten, maar vermeldde de volkstelling van 1960 opeens maar 17 000 'meewerkende echtgenotes.' In de toelichting staat dat vrouwen die niet regelmatig of minder dan 15 uur per week werkten, niet waren meegeteld, leert het boek van Van der Burg en Lievaart.

Van der Burg vindt dit des te schrijnender, omdat het overheidsbeleid op het gebied van landbouw en onderwijs wel werd gebaseerd op die officiële CBS-cijfers, waaruit zou blijken dat vrouwenarbeid op het boerenbedrijf aan het verdwijnen was.

Niets was minder waar, ook niet toen het Plan Mansholt (van EG-landbouwcommissaris Sicco Mansholt) in 1968 in werking trad. Daardoor zette de afname van de agrarische beroepsbevolking weliswaar rigoureus door, gepaard gaande met verdere schaalvergroting en intensivering van de landbouw, maar dat leidde er juist ook toe dat de vrouwen weer fiks moesten meewerken om het gezinsbedrijf draaiende te kunnen houden.

Wat wel veranderde was de houding van vooral jonge boerinnen, aan wie de 'tweede feministische golf' niet ongemerkt was gepasseerd. Ze wilden meer zeggenschap in het bedrijf. Sommigen hadden zich daartoe bekwaamd via opleidingen, anderen vormden boerinnengroepen om samen voor hun belangen op te komen.

Tot aan de jaren '80 deelden de meeste boerenbedrijven in de gestegen welvaart, onder meer dankzij stabiele prijzen als gevolg van de EU-landbouwpolitiek. Maar de nieuwe milieupolitiek met melk- en andere quota maakte daar een eind aan. De laatste jaren sluiten in Nederland zo'n 3000 agrarische bedrijven per jaar. Nogal wat boeren proberen het hoofd boven water te houden met de nieuwe bedrijfsdomeinen, vooral gerund door vrouwen, als minicampings, boerderijwinkels, creatieve cursussen, of groentenabonnementen.

Vrouwen kunnen dergelijke bedrijfjes nu zelfstandig en onafhankelijk voeren, schrijven Van der Burg en Lievaart. “Punt van zorg vormen nog scholing en sociale verzekeringen op maat, evenals het huishoudelijk arbeidsdomein. Dat is hardnekkig een vrouwelijk arbeidsdomein gebleven met nauwelijks economische erkenning en nog altijd sluitpost 'als achter alle handen nodig zijn'.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden