Plattelanders veroveren Bagdad

Straatbeeld in de wijk Kazimiyah in het noorden van Bagdad. (FOTO HADI MIZBAN, AP) Beeld AP
Straatbeeld in de wijk Kazimiyah in het noorden van Bagdad. (FOTO HADI MIZBAN, AP)Beeld AP

Deze week kwamen bij aanslagen in Bagdad bijna honderd mensen om. Zes jaren van geweld hebben de stad ingrijpend veranderd. Niet alleen door de betonnen muren en de gehavende gebouwen. Intellectuelen en academici ontvluchtten het geweld, en in hun plaats kwamen plattelanders, die hun normen, waarden en gewoonten meebrachten.

Bagdad is een stad vol hoge betonnen muren geworden. Hier en daar zijn ze vrolijk geschilderd, elders grauw en grijs. Ze zijn opgezet om wijken te beschermen tegen terreur van buiten, tegen groepen en milities die om de controle vochten.

Volgens de Iraakse premier Al-Maliki hebben ze hun langste tijd gehad. Hij wil ze de komende maand grotendeels laten weghalen.

Saad al-Jobori, een Bagdadse zakenman en hotelmanager, is ervan overtuigd dat het kan. „We hebben de muren niet meer nodig. De reden waarvoor ze gebouwd zijn, is weg: de terroristen zijn vertrokken.”

Natuurlijk, beaamt hij, ze zouden kunnen terugkeren als de wijken weer openliggen. „Maar de regering is nu sterker dan toen, dat weten ze. Ze maakten toen gebruik van de zwakheid van de overheid.”

Het komt weer goed met zijn stad, meent Al-Jobori, die onder meer een verzekeringsbedrijf leidt en in een bankbestuur zit. Hij heeft dat vertrouwen altijd gehouden, is nooit vertrokken en is een scherp waarnemer die zijn analyses graag deelt. „We hadden een tijdlang wel dertig aanslagen op een dag. Nu een paar per maand. Lange tijd gingen we na donker niet meer naar buiten.”

Hij kijkt op zijn horloge. „Nu is het al na zevenen en zit ik heel rustig in deze hotellobby.” Hij is ervoor in zijn auto gestapt en is de stad doorgereden. Mensen gaan weer naar restaurants, zegt hij, de winkelstraten zijn tot ’s avonds laat vol met kooplustigen.

Hij wijst naar het bruidspaar dat op weg is naar de lift in het hotel waar het gesprek plaatsvindt. Het is het achtste paar dat langsloopt die avond, met de bruiden steevast in dure lange witte japonnen.

„Op maandag en dinsdag wordt er in Bagdad getrouwd”, glimlacht hij. „En dan is er een feest en een overnachting in een hotel. Dat is nooit helemaal verdwenen, maar nu is het weer helemaal terug.”

Twee dagen na het gesprek ontploft in dezelfde stad een reeks bommen, met name bij overheidsgebouwen. Er vallen bijna honderd doden en meer dan duizend gewonden. De hoopvolle sfeer in de stad ligt met de ramen van veel gebouwen nabij de rampplekken aan diggelen.

„We waren dit ontwend”, zucht een medewerker van een niet-gouvernementele organisatie (ngo) die de gevolgen van een van de twee grote aanslagen met eigen ogen heeft gezien. „Het was zoveel rustiger geworden, we durfden ons weer veilig te voelen.” Of Al-Maliki de muren nu nog kan verwijderen, is de vraag.

Veiligheid, dat is het codewoord. Want veel mensen die het geweld trotseerden en in Bagdad bleven, zagen de stad om hen heen veranderen. Niet alleen door het toenemende geweld, de doden in de straten, de bommen, de angst voor ontvoeringen, en daarna de terugkerende rust.

„Er liggen in ieder geval geen lijken meer”, zeggen ze als je wijst op het afval dat overal ligt, en de verwaarlozing van het weinige groen en de gebouwen.

Het hart is uit de stad. De mensen die er nu wonen, zorgen er niet meer voor. Nieuwbouw is er nauwelijks, groen dat door de Amerikanen is gekapt vanwege hun veiligheid is niet opnieuw aangeplant, en op veel plekken is het puin van de Amerikaanse aanvallen van 2003 en dat van de bomaanslagen erna blijven liggen.

Bagdad is in 2009 een heel andere stad dan in 2003. Dat komt door het vertrek van velen, en de komst van anderen. Al-Jobori ondervindt daar de gevolgen van. Zijn hotel, het Hamra, veranderde. In plaats van toeristen trokken ngo’s en internationale media in de kamers. „Hun ging het niet om goed voedsel of goede service, maar om veiligheid en elektriciteit.” Dus kwamen er betonnen muren bij het hotel, en is er 24 uur elektriciteit.

Zijn personeel vertrok, maar ook de gasten bleven weg. Uit het hotel, maar ook uit de voorheen goedlopende restaurants – ’ik had de beste Chinees van de stad” – want wie in Bagdad achterbleef, kwam zijn huis niet meer uit. En wat nog belangrijker is: degenen die naar de stad kwamen, hadden een heel andere levensstijl.

Het Hamra-hotel is niet het enige dat veranderde. Ook het Mansour Melia, dat eveneens buiten de veilige Groene Zone ligt, verhuurt een deel van de suites en kamers aan organisaties. Veiligheidsmensen met walkietalkies en pistolen achter de broekriem beheersen de ruimtes.

Restaurants functioneren vooral nog voor groepen en de service is ronduit slecht. Het Mansour is deels eigendom van de regering, en hier is het gevolg van de wisseling van de Bagdadse bevolking bijzonder goed zichtbaar. Ooit was het Mansour het beste hotel van Bagdad. Nu is het verpauperd. Het nieuwe personeel heeft geen idee wat een viersterrenhotel te bieden zou moeten hebben, omdat het bijna uit een andere wereld komt.

Bagdadi’s praten er met enige schroom over. Ze maken het onderscheid tussen ’een echte Bagdadi’ – iemand die open staat voor de wereld – en de rest. En die rest bestaat grotendeels uit mensen die met de nieuwe sjiitische machthebbers zijn meegekomen. Uit Najaf en Karbala, uit de miljoenenwijk Sadr City. Een sticker bij de controlepost van het Mansour met daarop imam Ali, de schoonzoon en opvolger van de profeet en de heilige voor sjiieten, vertelt zijn eigen verhaal.

De sjiieten zijn onder Saddam Hoessein jarenlang gediscrimineerd en achtergesteld. Najaf en Karbala, de heilige steden van de sjia, zijn verpauperd en smerig. De Bagdadse wijk Sadr City, ooit gebouwd om de armsten onderdak te geven, was het bolwerk van de Sadr-brigade of het Mahdi-leger. Deze militie van ongetrainde jongeren die de rebelse geestelijke Moktada al-Sadr om zich heen verzamelde, was verantwoordelijk voor veel geweld de afgelopen jaren. De sjiieten vormen een meerderheid in Irak, en na de val van Saddam Hoessein kwamen ze aan de macht.

Daarmee kwam het platteland naar de hoofdstad. De vroegere onderlaag heeft een plek in Bagdad gevonden, via familiebanden met de nieuwe machthebbers, of omdat er een huis vrijkwam doordat een soennitische familie de dreiging van sjiitische milities ontvluchtte.

Daarmee werden gemengde wijken eenkleurig en veranderde de religieuze balans in Bagdad, maar ook het niveau en de ontwikkeling van de bewoners.

„De manieren van de stad zijn veranderd door hen die kwamen”, zegt Al-Jobori erover. De vrijdenkende stad veranderde in een waar religie heerst, samen met het conservatisme van het Iraakse platteland.

Dat ondervonden ook de homoseksuelen, die zich in Bagdad redelijk veilig waanden omdat, anders dan in veel buurlanden, homoseksualiteit niet verboden is. De afgelopen maanden is het aantal aanvallen op homo’s toegenomen, zo meldde deze week Human Rights Watch. Sinds januari zijn er zeker negentig vermoord. Verantwoordelijken: de Mahdi-militie, maar ook de grotendeels sjiitische politie.

Homo’s zeggen in ieder geval dat die hen niet beschermt. In Sadr City zijn zelfs posters gesignaleerd met waarschuwingen tegen homo’s, compleet met naam en adres.

Woordvoerders van de militie en mollahs hebben gewaarschuwd voor de ’vervrouwelijking’ van de Iraakse man. „De moorden zullen doorgaan omdat het in Irak normaal is geworden een homo te doden”, aldus een homoseksuele man tegen de BBC.

De stadscultuur waarin andersdenkenden en anderslevenden veilig zijn, is met de intellectuelen uit Bagdad verdwenen. Zelfs de straten zijn veranderd: vrouwen liepen al enige tijd niet meer zonder hoofddoek over straat, maar de laatste jaren is het aantal zwarte chadors in het straatbeeld sterk toegenomen. De zwarte doek die de vrouw van top tot teen bedekt is vooral in gebruik bij sjiieten.

Bagdadi’s klagen ook dat met de komst van de nieuwe bewoners de corruptie toenam. Velen regelden een baantje om daarmee hun zakken te vullen, zeggen ze. De verhalen over betaling die wordt geëist voor overheidsdiensten zijn legio. Berucht zijn de vuilnismannen die afval slechts ophalen tegen betaling, en het bruikbare daarna doorverkopen aan bedelaars, wat deels de vervuiling van de stad verklaart.

Een vergadering van sjiitische stamhoofden in Bagdad liep onlangs uit op een gevecht, omdat ze ontdekten dat een van hen veel geld had gekregen van premier Al-Maliki, zonder dat met de anderen te delen.

Het verhaal van journalist Qusay al-Masoudi geeft een schokkend beeld van het nieuwe Bagdad. Een paar maanden geleden werd een pasgeboren baby gevonden op de vuilnisbelt vlak bij zijn huis. „Het kind zat in een dichtgebonden zak. Het was er slecht aan toe, want de navelstreng was niet afgebonden en raakte ontstoken. Achteraf weten we dat die zak ’s ochtends door twee vrouwen is gedumpt.” Het gevolg van een buitenechtelijke zwangerschap in een streng religieuze omgeving, denkt hij.

Al-Masoudi’s kinderloze broer adopteerde het jongetje. Maar een nieuwe rechter wilde zeven maanden later weten hoe het kind bij hem terecht was gekomen. „Hij dacht dat we de politieagent bij wie we de vondst meldden hadden betaald.” Kinderloze paren betalen duizenden dollars voor een gevonden baby, vertelt hij. In afwachting van de uitkomst van het onderzoek is de baby in een kindertehuis geplaatst. „We zijn bang, want juist kinderen uit die tehuizen worden doorverkocht.”

Pessimisten voorspellen dat het wel vijftig jaar kan duren voor de stad zijn grootstedelijke imago terug heeft. Suleymania, de culturele hoofdstad van Iraaks Koerdistan die na Saddam Hoesseins acties tegen de Koerden ook veel plattelanders te verwerken kreeg, is daar twintig jaar later nog van aan het herstellen. De stad werd conservatiever en godsdienstiger, wat ook in Bagdad gebeurde. Behalve de oproep tot gebed schallen nu ook de toespraken van Bagdadse imams over de stad.

Saad al-Jobori denkt dat het herstel in zijn stad minder lang zal duren, en voorspelt dat hij de verandering zelf niet meer meemaakt. „Maar als de politieke situatie verandert, zullen de nieuwelingen niet blijven. Ze horen hier niet, en ze zullen moeten vertrekken als er geen plaats meer voor ze is, als de stad zich weer opent naar de wereld.”

Het uitgaansleven in Bagdad, zoals hier in een heropende nachtclub in het centrum, bloeit weer op nu de veiligheidssituatie lijkt te verbeteren. (Trouw) Beeld
Het uitgaansleven in Bagdad, zoals hier in een heropende nachtclub in het centrum, bloeit weer op nu de veiligheidssituatie lijkt te verbeteren. (Trouw)
Ook bruiloften worden weer met alle toeters en bellen gevierd in de Iraakse hoofdstad. (FOTO'S AP) Beeld AP
Ook bruiloften worden weer met alle toeters en bellen gevierd in de Iraakse hoofdstad. (FOTO'S AP)Beeld AP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden