Platteland blijft boerenland

Het Nederlandse platteland is voor het overgrote deel nog steeds agrarisch gebied, net als vijftig jaar geleden. Dat de landbouw snel terrein verliest, zoals vaak gedacht wordt, klopt volgens cultureel geografe Tialda Haartsen niet.

Veel mensen zien het platteland alleen als ze van de ene naar de andere stad rijden. En zoevend over de snelweg lijkt het alsof het landelijk gebied in rap tempo verandert: kantoorvilla's en nieuwbouwwijken hebben boerderijen en weilanden met koeien verdrongen. ,,Maar daarachter is vrijwel alles hetzelfde gebleven', zegt onderzoekster Tialda Haartsen.

Althans, wat het grondgebruik betreft. Haartsen heeft berekend dat de landbouw vandaag de dag bijna evenveel ruimte in beslag neemt als vijftig jaar geleden. In 1950 was 78 procent van het Nederlandse platteland agrarisch gebied, tegen 75 procent in 1996. En als het zo doorgaat bewerken boeren in 2050 nog altijd 70 procent van de grond. ,,Wat mij verraste, is dat dit 'landbouw-platteland' verspreid ligt over het hele land. Ook platteland in het westen is grotendeels boerengebied', zegt Haartsen, die vandaag in Groningen promoveert op een studie naar onder meer functieverandering van het platteland.

Naast agrarisch gebied bestaat het platteland voor een klein deel uit natuur (sinds 1950 afgenomen van 8 procent naar 4 procent), bos (gegroeid van 7 naar 9 procent) en zogenoemde 'niet-groene functies' zoals wonen, recreatie en toerisme, infrastructuur en allerlei vormen van niet-agrarische bedrijvigheid (van 7 naar 12 procent). Vooral wonen en recreatie gingen meer ruimte innemen.

Haartsen spitte voor haar onderzoek de Bodemstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) door. Tot het hedendaagse 'platteland' -dat in het dichtbevolkte Nederland naar West-Europese maatstaven allang niet meer bestaat- rekende ze alle gebieden die het CBS aanduidt als niet-stedelijk en licht-stedelijk. Tachtig procent van Nederland valt daaronder.

,,Die licht-stedelijke gebieden zijn vooral overgangsgebieden van stad naar platteland, die vroeger waarschijnlijk puur platteland waren. Overigens heeft de echte verstedelijking niet buiten maar binnen stedelijke gemeenten zelf plaatsgevonden: de weilanden aan de randen van de stad zijn geleidelijk volgelopen met woningen. Er is ook wel bij dorpen gebouwd, maar dan praat je over heel kleine oppervlakten binnen de totale groene ruimte', zegt Haartsen.

Toch is er wel degelijk veel veranderd in het landelijk gebied. Niemand die dat betwist. De landbouw is niet langer de belangrijkste werkgever op het platteland. Het aantal boeren liep sterk terug en de resterende agrarische bedrijven werden groter. Ruilverkavelings- en landinrichtingsprojecten gaven het landschap een ander aanzien. Dorpen raakten voorzieningen kwijt. En meer stedelingen gingen 'buiten' wonen.

Rurale wetenschappers hadden zich de veranderingen op het platteland echter nog veel ingrijpender voorgesteld, vertelt Haartsen. ,,Ze gaan ervanuit dat de landbouw als voedselproducent zijn langste tijd heeft gehad en plaatsmaakt voor een platteland dat dienst doet als decor voor mensen die er wonen en recreëren. Die kant gaat het inderdaad op, maar véél langzamer dan wetenschappers -met in hun kielzog beleidsmakers en journalisten- denken. Productie-platteland heeft in de afgelopen halve eeuw nauwelijks plaatsgemaakt voor consumptie-platteland', aldus de geografe.

Nieuw is wél dat steeds meer groepen in de samenleving zich bezighouden met (de toekomst van) het platteland, zoals bewoners van stedelijke oorsprong, recreanten en toeristen, medewerkers van natuurorganisaties en ambtenaren van de diverse overheden. ,,Het platteland was vroeger vooral het domein van boeren en lokale elites. Boeren hebben nog altijd de meeste grond in bezit. Maar wat bos en natuur betreft is de macht verschoven: van particulieren naar de publieke sector en natuurorganisaties.'

Volgens Haartsen is het van belang om te beseffen dat elk van de betrokken partijen een bepaald beeld heeft van wat platteland eigenlijk is of zou moeten zijn. Want dergelijke (onderbewuste) beelden hebben invloed op het ruimtelijk gedrag van individuen en bedrijven en op bestuurlijke keuzes, betoogt ze. ,,Wel of niet naar het platteland verhuizen, investeren in versterking van de landbouw of juist in natuurontwikkeling: bij dergelijke beslissingen speelt het plattelandsbeeld dat mensen in de loop van hun leven hebben opgebouwd een rol.'

Binnen de culturele geografie worden zulke beelden 'rurale representaties' genoemd. Die zijn het resultaat van zowel herinneringen, ervaringen en waarnemingen als van verhalen, meningen en feiten waarvan iemand ooit kennis heeft genomen, bijvoorbeeld via de media, in persoonlijke contacten of via de eigen werkomgeving.

Haartsen wilde weten welke verschillende beelden van platteland er in omloop zijn in kringen van 'leken', plattelandsvrouwen, boeren, medewerkers van natuurorganisaties (Natuurmonumenten en provinciale landschapsstichtingen) en beleidsmedewerkers (ambtenaren bij de ministeries Vrom en LNV en bij gemeenten en provincies). Ze vroeg bijvoorbeeld naar associaties die men heeft bij 'platteland'. Dat leverde een top tien op van meest genoemde ingevingen.

Alle betrokken groepen noemden ruimte, rust, boerderijen, koeien, boeren, natuur, groen en landbouw. Boeren en plattelandsvrouwen voegden daar 'frisse lucht' en 'vrijheid' aan toe. Leken dachten ook aan 'weilanden' en 'dorpen'. Beleidsmedewerkers en natuurorganisaties daarentegen vulden het gangbare rijtje aan met 'landschap' en 'recreatie'.

Haartsen constateerde verder dat beleidsmakers en medewerkers van natuur- en landschapsorganisaties het platteland vooral met niet-agrarische functies als natuur en recreatie associëren. Ook heerst in beide beroepsgroepen een vrij negatief beeld van de moderne landbouw. Boeren op hun beurt vinden de bemoeienis van beleidsmakers en andere niet-plattelanders met het landelijk gebied negatief. En terwijl boeren het wérken op het platteland als positief ervaren, beschouwen beleidsmakers en natuurorganisaties juist recreatie en ontspanning als positieve aspecten van platteland.

Hoewel de promovenda erkent dat het ontrafelen van representaties erg lastig is, vindt ze de gesignaleerde verschillen veelzeggend.

,,Er is reden om aan te nemen dat sommige representaties een grotere invloed hebben op de algemene beeldvorming dan andere representaties. Zo hebben beleidsmakers en natuurorganisaties meer zeggenschap over het platteland dan leken. Bovendien zijn zij beroepshalve gericht op nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor is de kans groot dat hun plattelandsbeeld dominanter aanwezig is in de media dan de representaties van boeren, bewoners en toeristen. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat veel mensen ten onrechte de indruk hebben dat het platteland qua ruimtegebruik drastisch is veranderd.'

Maar ze geeft ook andere verklaringen. ,,Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat mijn meting van het grondgebruik in aantal hectares geen geschikte indicator is voor de mate van verandering. Als er ergens in de hoogte wordt gebouwd of op een zogeheten zichtlocatie, dan oogt dat als een grote ruimtelijke verandering, ook al is hiermee niet veel grond gemoeid.'

Verder speelt misschien mee dat binnen de landbouw nieuwe activiteiten zijn ontplooid. ,,Steeds meer boeren produceren tegenwoordig niet alleen voedsel maar doen ook hun best om het platteland er leuk uit te laten zien. Bijvoorbeeld door klaprozen tussen het koren te zaaien en houtwallen te onderhouden of opnieuw aan te leggen. De betekenis van de landbouw is dus gewijzigd, maar evengoed is dit agrárisch grondgebruik.'

In haar proefschrift plaatst Haartsen vraagtekens bij de ambities van beleidsmakers om op het platteland op grote schaal natuur 'aan te leggen' (overigens ziet het huidige kabinet zich door geldgebrek genoodzaakt dit proces tijdelijk stop te zetten). Ook is ze sceptisch over het vergaand beschermen van cultuurhistorische landschappen.

,,Ik denk dat Den Haag zich te veel laat leiden door wensen die leven binnen de eigen beroepsgroep', zegt ze. ,,Er is op de ministeries de laatste jaren sterk gedacht in termen van 'natuur is goed, landbouw is fout'. Het idee van een verdwijnende landbouw vind je dan ook terug in veel beleidsdocumenten.'

De onderzoekster -zelf boerendochter, opgegroeid in de Noordoostpolder- vindt dat beleidsmakers hun plannen voor het landelijk gebied meer zouden moeten afstemmen op de behoeften van mensen die op het platteland werken en leven. ,,Neem de discussie over de 'witte schimmel': de nieuwbouwwijkjes bij dorpen waarover vaak gezegd wordt dat ze foeilelijk zijn. Ik vind dat zo elitair. Dat de mensen die daar wonen gelukkig zijn met hun huizen, doet er kennelijk niet toe. Bovendien: overal wordt nieuwbouw gepleegd. Waarom zou dat op het platteland dan niet mogen?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden