Platte plukker van de sterren

De kunstredactie van Trouw vraagt musea een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Tiemen Cocquyt, conservator van het Museum Boerhaave, Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en geneeskunde in Leiden.

Er zijn voorwerpen in het museum die zelfs als ze niet in het depot liggen, onderbelicht blijven. Bij dit object geldt dat letterlijk. Dit instrument werd wel op zaal getoond, maar lag in zo'n donker hoekje van een vitrine dat het amper te zien was. Maar nu heeft conservator Tiemen Cocquyt van Museum Boerhaave in Leiden het in het volle licht gezet.

"Ik denk dat de meeste bezoekers het nog nooit opgemerkt hebben." Daarom heeft hij het - heel eigenwijs - geselecteerd voor deze rubriek, ook al lag het niet in het depot.

Het is een juweeltje om te zien. Je zou het zo als sieraad willen dragen. Maar geen idee wat het is.

Het is een zeventiende-eeuwse astrolabe, of in het Latijn: astrolabium, zegt de conservator, een wetenschappelijk instrument dat letterlijk 'sterrenplukker' betekent. Het is een draaibaar model van de sterrenhemel, een soort zakzonnewijzer, legt hij uit.

Het instrument, afkomstig uit de islamitische wereld, bestaat uit twee messing plaatjes die je over elkaar heen kunt schuiven. Op het bovenste schijfje zijn zon en sterren uitgesneden, de onderste schijf verbeeldt de aarde.

Cocquyt: "Het is een rekenschijf die de beweging van sterren en zon rond een waarnemer op de aarde voorstelt. Je ziet in één oogopslag de sterrenhemel. Met een astrolabe kunnen plaats en hoogte van een hemellichaam worden berekend." Ook de figuren van de dierenriem zijn er op afgebeeld, evenals de uren van de klok.

Met dit instrument werden tal van vragen over sterrenkunde en tijdmeting opgelost. Het was eeuwenlang het voornaamste instrument voor tijd- en plaatsbepaling, tot het werd vervangen door het kwadrant.

De eerste astrolabes werden in de vierde eeuw na Christus ontwikkeld door de Grieken. In de achtste eeuw kreeg het instrument een enorme impuls toen islamitische sterrenkundigen nieuwe functies bedachten en nieuw in kaart gebrachte sterren toevoegden. Het instrument was populair in de islamitische wereld, omdat je er de gebedstijden mee kon bepalen én de richting van Mekka.

Weinig wetenschappelijke instrumenten zijn zo lang gebruikt als de astrolabe. Door zijn draagbaarheid en veelzijdigheid bleef het twaalf eeuwen hét middel om te navigeren, horoscopen te berekenen, de tijd te bepalen of de positie van sterren te berekenen.

In de geschriften van de 10de-eeuwse Perzische astronoom 'Abd al-Rahman al-Sufi zijn meer dan duizend toepassingen voor het instrument terug te vinden.

Ook de Europeanen leerden de astrolabe kennen. Het bleef tot in de zeventiende eeuw hét sterrenkundige instrument. Toen moest het plaats maken voor meer nauwkeurige horloges en meetinstrumenten. In de islamitische wereld werd het nog tot ver in de negentiende eeuw gebruikt.

De conservator koos dit voorwerp niet alleen omdat hij het zo mooi vindt en er veel over te vertellen valt. "We laten er ook mee zien dat Museum Boerhaave de geschiedenis van de natuurwetenschappen en geneeskunde niet alleen met een westerse bril op wil presenteren. In Leiden gaat de studie van Arabische cultuur en wetenschap vierhonderd jaar terug. De westerse wetenschap is niet alleen beïnvloed door de oude Grieken, maar ook door originele bijdragen uit de islamitische wereld."

Naar aanleiding van de verjaardag van de Leidse leerstoel Arabistiek heeft het museum een speciale tour uitgezet. Wie er de ogen voor opent ziet volgens de conservator in het museum heel wat objecten met islamitische sporen. Cocquyt: "Dit museum wordt altijd geassocieerd met wetenschappers als Christiaan Huygens en Antoni van Leeuwenhoek. Die zullen we heus niet in de schaduw stellen. Maar we willen wel een breder verhaal vertellen dat ook recht doet aan de belangrijke bijdragen van geleerden uit de islamitische cultuur aan de westerse wetenschap." Die bleven vaak onderbelicht in het museum. Soms letterlijk, zoals het geval was bij deze astrolabe.

Vertrapte globe

De astrolabe zou, volgens een Arabische fabel, bij toeval in de vierde eeuw na Christus zijn uitgevonden. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus reisde met een kleine hemelglobe te paard. Toen hij de globe liet vallen, trapte het paard het bolletje plat. Ptolemaeus raapte het op en merkte dat de platgedrukte globe net zo goed dienst kon doen om zich te oriënteren. Daarmee was de astrolabe geboren, zo luidt de fabel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden