Platini, trainer van de toekomst, spreekt mensentaal

Was hij de trainer van de toekomst, dan zou deze heerlijk zijn. Ze zou niet zeuren, ze zou vredelievend zijn, conflictloos haast. Laat mij daarom overdrijven en monsieur Michel Platini le selectionneur de la future noemen. Het voetbal zou gekonkel en bekrompenheid van zich afschudden. Michels' nukken, Cruijffs manische betweterigheid, Vogts' ordentelijkheid, Beenhakkers schijnrealisme, het zou alles om het even zijn en wegkruipen achter de generositeit van de licentieloze monsieur M. en diens respect voor ieder die voetbalt of gevoetbald heeft. Op Jean-Francois Larios na dan, maar die ging er ook met mevrouw Platini vandoor.

Residence de la selection francaise. Hoewel het opschrift slordig is geschreven laat het zich niet in 'verblijfplaats van het Franse voetbalteam' vertalen. Residentie moet het zijn, al klinkt dat nog zo gezwollen. Het kasteeltje vereist dit nu eenmaal. Residentie, en binnen zit Michel Platini op de troon, of beter hij ligt er onderuitgezakt tussen de armleuningen van een design-stoeltje onder een spinneweb van halogeen-lampjes. "Trainer zijn is een mooi leven, heren. Er is een maar, en dat zijn de wedstrijden. Daar zijn er teveel van."

Het nationale voetbalcentrum in Clairefontaine, juist onder Versailles, is onbeschrijflijk stijlvol. Als je er rondstapt schaam je je dat je 'Zeist' kent. Oleander-struiken en rodondendrons bloeien er met honderden tegelijk, de paarsrode seringen ruiken zoet. De tijd raast er niet, hij schrijdt voort. De toekomst oogt er als het verleden en omgekeerd. Mannen op maaiers maaien de gazons, mannen met sproeiers sproeien de borders. Met tachtig miljoen gulden maak je kennelijk het evenbeeld van wat velen voor paradijslijk zullen houden.

Een bordje aan de kant van het grindpad verwijst naar het stade Michel Platini. Het trainingsveld ligt op een terras dat in de berg is uitgehouwen. Vanuit het restaurant in het kasteeltje heb je er prachtig uitzicht op. Platini zelf interesseert de ode aan zijn 72 interlands maar weinig. "Zonder een groots elftal geen grootse speler." Zo wappert hij al jaren mensen weg die hem een aureool boven het hoofd willen hangen. De zoon van een wiskundige uit Joeuf wenst geen positie boven het maaiveld. Hij is, en anders speelt hij het met verve, een allemansvriend. Hij doet zoals Jean-Pierre Papin zegt: "Michel is onze oudste broer. Zo praat hij met ons, zo ontfermt hij zich over ons."

Soms veert hij op en slaat je op de knie, zo van: Je begrijpt wat ik bedoel, he? Dan knik je, omdat hetgeen hij zegt werkelijk te begrijpen is. Platini is er de trainer niet naar te raaskallen in voetbalpraat. Hij spreekt mensentaal die zegt dat je wint zolang de spelers goed zijn. "Als je een grote generatie voetballers onder je hoede hebt plaats je je altijd voor een groot toernooi. Heb je die niet dan wordt het moeilijk. Coach zijn heeft iets heel relatiefs. De trainers waarover het Nederlands elftal in 1974, 1978 en 1988 beschikte, waren goed en die daar tussenin konden er zeker niets van?"

Fransen kunnen slecht tegen zoveel bescheidenheid, of zelfbewustzijn zoals Platini het omschrijft. Wanneer les bleus in het verleden iets historisch deden, dan had de specialist van de vrije trap er immers iets mee van doen. De notoire nederlaag jegens West-Duitsland in de halve finale van het wereldkampioenschap in Spanje (1982), beter bekend als de poging tot doodslag van Toni Schumacher contra Patrick Battiston; De eindzege op het eigen Europees kampioenschap in 1984; de derde plaats tijdens het WK in Mexico, twee jaar later; Platini was erbij en dankt er zijn huidige baan aan.

Alleen toen Frankrijk in 1958 als derde eindigde op het WK in Zweden ontbrak hij. Michel was juist drie geworden en hoorde later dat Just Fontaine (13 doelpunten, nog steeds een record) en Raymond Kopa de generaals van deze Franse slag heetten. Kopa werd een voorbeeld, en 24 jaar later een stoffige schaduw van een dictatortje dat in de omgang een vriendelijk man van 1.67 meter blijkt. Als speler kon Platini behoorlijk dwars doen. Hij hechtte aan het nummer tien, de armband van de captain, zeggenschap en perfectionisme. Hij haatte frivoliteit in de tijd dat ze hem als dirigent van Juventus driemaal achtereen Europees voetballer van het jaar (1983, 1984 en 1985) maakten. Als bondstrainer heeft hij evenwel gemerkt dat ondoordachtzaamheid een facet van het spel is. De kruistocht tegen toeval en willekeur, zoals Johan Cruijff die voert, heeft hij afgezworen. "Ik heb geen ideeen. Spelers hebben ideeen. Ik werk met de ideeen die in hun hoofd opkomen."

The players. Platini spreekt het Engels uit zoals de acteur Peter Sellers alias inspecteur Clouseau van de kreet 'dsuh ffeun' (the phone, de telefoon - red.) een klassieker maakte. De vreemde taal vermoeit hem. Hoe langer het gesprek duurt, hoe meer klopjes op knieen hij uitdeelt. The players, tik-tik, begrijp je? Altijd die spelers. "Als coach ben ik volledig van hen afhankelijk" , is steeds weer zijn argument om zijn eigen invloed te bagatelliseren. "Ik kan onmogelijk van mezelf zeggen dat ik een goede trainer ben. Zet Johan Cruijff bij Valladolid en hij zal Barcelona nooit verslaan. Laat mij bondscoach van Albanie zijn en ik win geen wedstrijd. Ik vergelijk het met de Formule 1. Ik ben de coureur, de spelers zijn de wagen. Is de motor perfect en kies ik de goede banden, dan heb ik zestig tot tachtig procent kans op winst."

Wanneer het werk van een trainer/coach tot deze abstractie beperkt blijft, bezit Platini kennelijk de gave om, als het erop aankomt, de juiste keuzes te maken. Gedurende het kwalificatietoernooi verloren de Haantjes geen duel, zodat Frankrijk zich voor het eerst via de voorronde plaatste bij de beste acht van Europa. Een gewichtig deel van de spelers bestaat uit dezelfden met wie Platini's voorganger Henri Michel geen fatsoenlijke uitslag realiseerde. Deze feitenlast moet Platini toch vermurwen iets lovends over zichzelf te bedenken.

Maar hij zegt: "Ik weet het niet. Ik weet het niet. Toen ik begon (op 19 november 1988 verloor Frankrijk met 3-2 van wat eens het Joegoslavisch elftal was - red.) heb ik tegen de spelers gezegd: Wat jullie in de toekomst ook bereiken, ik heb het al bereikt. Ik denk dat ze daar respect voor opbrengen. Ik ken de jongens, ik weet wat ze doen, hoe ze denken, wat ze willen. Ik kan ze de weg wijzen. Ik ben ervoor om ze beter te laten voetballen, om ze beter te laten nadenken. Daarbij doel ik niet op tactiek. Ik denk in mensen en vertrouw op hun intelligentie. Hoe stem ik elf individuen het best op elkaar af, dat zie ik als mijn taak. Goede spelers, die zijn belangrijk. Eerst speelden we 4-4-2. Toen kwam Laurent Blanc (van Montpellier via Napoli naar Olympique Marseille - red.). Hij werd mijn libero en we speelden 3-4-3, 5-2-3, 3-5-2, en meer van die varianten. Als Maradona morgen Fransman wordt, verander ik mijn team opnieuw. Wat is tactiek dan nog waard, he? Je speelt elf tegen elf, een doel hier, een doel daar. Win je dan is je tactiek fantastisch, verlies je dan is ze ontoereikend. Ik ben geen Johan Cruijff die zegt dat hij alleen maar aanvalt. Ik ben geen coach van een rijke club die koopt wie ze wil. Ik ben bondscoach en moet het doen met de spelers die me ter beschikking staan. Al ik een elftal had dat technisch zo goed was als dat van 1984 dan zou ik wellicht voor het offensief kiezen. Doe ik dat met dit elftal dan zijn we kansloos. Mijn spelers zijn aanvallend niet zo onderlegd als die van Cruijff. Mijn spelers hebben andere kwaliteiten."

Denk nu niet dat Frankrijk zich ingraaft. Het scoort veelvuldig en speelt speelser dan de lichtingen na Platini, Tigana, Giresse, Bossis, Tresor en die andere zangerige namen die zelfs Nederlanders destijds het allezlesbleusgevoel bezorgden. Van dat swingende elftal zijn nog twee geselecteerden over: OM-verdediger Manuel Amoros (30) en Cannes-middenvelder Luis Fernandez (32). Met zes anderen van het Olympique Marseille van Bernard Tapie zijn zij het nieuwe hart van Frankrijk. Het succes van l'OM is, om kort te gaan, het succes van les tricolores. Die samenvatting steekt Platini (36) echter als de angel van een bij. "Je hebt gelijk als je zegt dat het een voordeel is dat veel spelers bij een vereniging spelen. De geschiedenis bewijst dat het vaak de basis van succes is. Korte tijdperken zijn het. In het begin van de jaren tachtig steunde Frankrijk op zes spelers van Bordeaux, zoals Nederland zijn goede tijden aan Ajax te danken heeft. Maar het is een misverstand te zeggen dat ik de spelers van Olympique Marseille heb. Olympique heeft de spelers van Michel Platini. De afgelopen drie jaar heeft Tapie bijna alle spelers uit mijn selectie gekocht."

Alle vedetten? "Nee, geen vedetten. Er zijn geen vedetten." Papin noch Van Basten noch Gullit is een vedette. Platini rekent niemand nog tot het ster-dom. "Terwijl het voetbal schreeuwt om een superster. De wereld heeft een Maradona, Beckenbauer of Cruijff nodig. Iemand die speelt als een artiest, iemand die kinderen versteld doet staan." Klop-klop, begrijp je? Ja, we begrijpen het.

Platini zit in de FIFA-commissie die suggesties aandraagt om al te veel saaie momenten in een wedstrijd te vermijden. Met ingang van het nieuwe seizoen is al de risicoloze terugspeelbal verboden, althans de doelverdediger mag het tikjeachteruit niet meer oprapen. "We hebben geklokt dat een doelman de bal per wedstrijd tien minuten in zijn handen heeft. Dat zijn tien minuten zonder voetbal."

Maar in het kader van spektakel en vergane glorie staat meer op stapel. "Mogelijk schaffen we de beslissende strafschoppen-serie af tijdens grote toernooien. Als het in de verlenging gelijk staat gokken ploegen vaak op de kracht van hun doelman. Wij willen sudden death. Wie het eerst scoort gaat door. Vermoedelijk passen we deze regel volgend jaar al toe op het WK voor jeugdteams in Australie. La mort subite."

Zijn gezicht drukt zuinigheid uit als hij de veranderingen een week eerder aankondigt dan de FIFA deed. Ze gaan hem niet ver genoeg. Als hij, Michel Platini, werkelijk dictator was, zoals excollega's van hem zeggen, werd morgen al de tackle verboden. Niks doelen vergroten en teams verkleinen - gestes van enkele Amerikaanse organisatoren van het wereldkampioenschap van 1994 - maar gewoon elke schop met de rode kaart bestraffen. "Dat komt het technische spel ten goede. Twintig jaar geleden werden veel meer doelpunten gemaakt en tackelde misschien een speler per team. Nu tackelen ze alle elf. Ga eens na waarom iemand tackelt. Hij is te laat. Iemand die schopt komt te laat, hij doorziet de actie niet. Zolang je dit tolereert houden spelers zich staande die helemaal niet zo goed kunnen voetballen, die eigenlijk alleen maar tegen een bal kunnen trappen en hard kunnen lopen. Misschien ben ik een idealist. Maar stel je eens voor hoe leuk voetbal kan zijn als niemand onderuit wordt gehaald."

De twee luisteraars stellen het zich voor. "In Engeland" , zegt er dan een, "In Engeland kunnen ze het voetbal in dat geval meteen opheffen." Michel Platini hoort het verbaasd aan. "John Barnes tackelt niet." Dan zal hij de enige zijn. "Mijn plan is onmogelijk door te voeren. Het heeft allemaal te maken met de veranderde mentaliteit. Iedereen is het erover eens dat het voetbal spectaculairder moet, maar aan de andere kant is er de last die op de trainer rust. Hij mag niet verliezen, dus wil hij niet verliezen."

De vermogende voorzitters vlakt hij daarmee niet uit. Met hun munten, die soms ronddraaien in het zwarte circuit, leggen zij de druk op, verhevigen ze de concurrentie en bezorgen ze het spel, vooral in Frankrijk, een zweem van valsheid. De gevangenisstraf voor Claude Bez van Girondins Bordeaux, die verantwoordelijk was voor een schuld van een paar honderd miljoen gulden; de omkoopschandalen rondom Brest; het bankroet van Toulon; de beschuldigingen aan het adres van Tapie die 4,5 miljoen gulden aan bedrijfstegoeden in eigen portemonnee zou hebben gestoken; het verdoezelen van kilo's franken bij St. Etienne in de periode dat Johnny Rep en Platini er speelden; de gesloten enveloppe met inhoud die de huidige Franse bondscoach ooit kreeg overhandigd en waarvan hij zei 'er wel blij mee te zijn'...

"Dat zwarte geld is niet mijn probleem." Dat is makkelijk. "Wat kan ik er aan doen? Ik weet wel dat het een probleem is, maar als trainer of speler heb je toch geen idee hoe bestuurders met hun geld omspringen. Ik vraag jou toch ook niet of je in het rood staat. Wat heb ik daarmee nodig? Le public s'en fout. Het publiek trekt zich geen moer aan van wantoestanden. Toeschouwers betalen voor spektakel, ze willen hun ploeg zien winnen. Ze eisen goede spelers en het kampioenschap. Dat maakt het moeilijk, heel moeilijk. Als het alleen om geld zou gaan dan was het probleem niet zo groot. Voetbal is als het leven, het gaat zoals het gaat. Ik neem het zoals het komt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden