Planten, mossen en paddestoelen hebben zwaar te lijden

's GRAVELAND - De vitaliteit van de bossen is dit jaar licht verslechterd. Dit melden de Vereniging Natuurmonumenten en het ministerie van landbouw. Maar gaat het nu slechter door natuurlijke oorzaken of door menselijk handelen, zoals te lage grondwaterstand of verzuring door de enorme hoeveelheden mest die we produceren?

JAN SLOOTHAAK

Sommige deskundigen zetten vraagtekens bij de in hun ogen soms wat sombere voorstelling van zaken. De Stichting Bos en Hout te Wageningen meldde in een gesprek met Trouw al eens: “Elke boom gaat nu eenmaal een keer dood.”

Dr. B. van Tooren van Natuurmonumenten in 's Graveland: “De lichte achteruitgang van dit jaar is inderdaad vooral te wijten aan natuurlijke oorzaken - een groeizaam voorjaar, gevolgd door een zeer droge zomer - maar ik denk wel degelijk dat er reden is tot zorg. Ik zou het ministerie van landbouw toch willen adivseren: let goed op schadelijke elementen als stikstof-emissies en ozon.”

Hij baseert die veronderstelling niet in eerste instantie op de staat van de bomen, maar vooral op de lagere begroeiïng. Planten, (korst-) mossen en paddestoelen hebben zwaar te lijden. Dat kan komen door een te lage grondwaterstand en ook verzuring speelt een rol. Paddestoelen zijn grotendeels verdwenen door een combinatie van verzuring en sterke bemesting. Door verzuring van de grond komen deeltjes aluminium vrij die dat verzuringsproces weer wat vertragen, maar deskundigen houden er rekening mee dat het aluminium kan afnemen en verzuring verder kan oprukken. Kalk, de traditionele vijand van verzuring, is al zo goed als op. “Mogelijk zitten we nu in een tussenstadium”, zegt Van Tooren.

Oorspronkelijke planten maken plaats voor andere. Dat kan ook ten koste gaan van dierlijk bodemleven. Grote mierenbelten aan de bosranden worden overschaduwd door bijvoorbeeld braamstruiken, die juist goed gedijen op stikstof. Onder meer brandnetels gaan de oorspronkelijke begroeiïng van boomwallen en bosranden steeds meer overwoekeren. De ondergroei heeft dus duidelijk extra te lijden. Het ministerie van landbouw heeft voor volgend jaar, net als Natuurmonumenten, dan ook op het programma staan om dit aspect extra aandacht te schenken.

Een beoordeling van de staat van de bomen zelf valt in twee categorieën uiteen. De soorten die hier van oorsprong groeien, zoals eik, beuk en grove den, doen het redelijke goed. Het zijn bomen met een behoorlijke weerstand en ze halen hun voeding en water, anders dan de ondergroei, diep uit de bodem. Voor de beuk was het desondanks een slecht jaar door de droogte. De eik deed het juist ietsje beter dan vorig jaar, maar die is dankzij diepere worteling dan ook minder gevoelig voor droogte en lage waterstand. De berk daarentegen deed het weer slechter. Een duidelijk beeld van algemene verslechtering levert dit niet op. Dat kan eigenlijk ook niet worden gezegd over de termijn van elf jaar dat door het ministerie bosonderzoek in Nerderland wordt gepleegd. “Een teruggang van 95 tot 85 of 90 procent is niet significant”, zegt Van Tooren.

Anders dan bij de inheemse is er echter bij de uitheemse soorten wel een 'significante' teruggang. In die elf jaren van onderzoek zijn bomen als douglas, fijnspar en Corsicaanse den achteruit gehold. De vitaliteit van de douglas liep terug van 90 naar 15 procent. Bij de fijnspar en Corsicaanse den ging het wat minder hard, maar er was toch ook een sterke teruggang tot respectievelijk 42 en 35 procent. Een vergelijking met de periode vóór 1984 is overigens niet mogelijk. “Maar het is toch wel opvallend dat de bomen er tien jaar geleden nog goed voorstonden en nu ineens een enorme teruggang laten zien”, zegt Van Tooren. Een boom als de douglas wordt vooral voor de produktie gekweekt. “Maar ik zou de boseigenaar niet meer willen aanraden die te planten. Overigens gebeurt dat ook al nauwelijks meer.”

De slechte resultaten van de ondergroei, in combinatie met die van de uitheemse boomsoorten, wijst er volgens Van Tooren toch op dat er reden is tot zorg. “Het is toch een indicatie dat het op den duur ook mis kan gaan met de inheemse bomen. Die mogen er dan nu nog goed voorstaan, omdat ze veel weerstand hebben, mogelijk komen ze gewoon in een later stadium aan bod.”

De stand van zaken op dit moment is dat ongeveer 24 procent van het bos op de zandgronden bestaat uit bomen die er minder florissant aan toe zijn. Net als Natuurmonumenten meldt het ministerie achteruitgang van de den en met name de beuk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden