Planten geven hun zaden mee aan het water

In wetlands weten planten de waterstromen te benutten om hun zaden naar de plekken te krijgen waar ze kunnen gedijen, ontdekten Nederlandse biologen. Om te zorgen voor nakomelingen moet de plant zijn zaad naar nieuwe, geschikte gronden brengen. Maar de gewortelde kan er niet heen lopen. Hij moet andere manieren vinden. En dat is gebeurd; planten hebben talloze manieren gevonden om hun zaad naar de juiste plek te krijgen. De onderzoekers hebben nu aangetoond dat zelfs waterstromen door planten optimaal worden benut.

De simpelste methode die een plant kan volgen is heel veel zaad produceren, het vele zaad laten vallen en dan maar zien of het ergens terecht komt waar het kan kiemen en wortelschieten. Maar er zijn ook plantensoorten die mechanismen hebben ontwikkeld om hun zaden weg te schieten en zo hun verspreidingsgebied te vergroten en daarmee de kans op kiemen.

En dan zijn er talrijke voorbeelden van planten wier zaden worden verspreid door dieren, die hun vruchten eten, en daarmee hun zaden, die ze later weer uitpoepen. De meest gebruikte dieren zijn vogels, mieren en knaagdieren. Maar er zijn ook voorbeelden bekend van moerasplanten wier zaden door eenden worden ingeslikt en in een naburige plas worden gedeponeerd.

Die bemiddelende rol van dieren fascineert biologen, omdat de plant hiermee een veel selectievere methode van verspreiding lijkt te hebben dan simpelweg het zaad mee te geven aan de wind. Die selectieve verspreiding van zaad is niet beperkt tot plantensoorten die dieren het werk laten doen, schrijft een groep onderzoekers geleid door Merel Soons van de Universiteit Utrecht nu in vakblad Functional Ecology. In natte gebieden kunnen ook waterstromen selectief worden gebruikt.

De biologen onderzochten de zaadverspreiding van verscheidene plantensoorten in en rond wetlands, en vonden opmerkelijke verschillen. Planten die alleen gedijen in natte gebieden brengen zaden voort die niet drijven maar zinken. Dat is de beste garantie dat de zaden door de waterstroom naar natte gebieden wordt vervoerd. Oeverplanten daarentegen brengen veelal zaad voort dat drijft en eerder wordt afgezet op de grens van water en land.

Water is een selectievere transportband dan gedacht, concluderen Soons en haar collega's. Planten in wetlands maken er handig gebruik van. Planten op de droge gronden kunnen dat niet. Die zijn aangewezen op de minst selectieve transporteur van alle, de wind. Ze produceren zaden die weinig gewicht hebben en veel oppervlak, en daardoor lang kunnen meeliften.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden