Plan Nederland mag niet meer meesnoepen

Plan Nederland krijgt geen subsidie meer, en verkeert in diepe crisis. Als de organisatie geluisterd had naar de signalen van het ministerie, had het wellicht niet zo ver hoeven te komen.

Foster Parents Plan kon zijn geluk in 2000 niet op. De organisatie, die inmiddels Plan Nederland heet, kon toetreden tot het exclusieve gezelschap van organisaties dat mocht meesnoepen uit de ruif van overheidsgelden voor ontwikkelingshulp.

Van het gejuich van destijds is niets meer over. Minister Van Ardenne heeft zes jaar later anders beslist dan haar voorganger Herfkens. Plan Nederland krijgt geen geld meer van de overheid. Dat betekent dat de inkomsten met veertig procent dalen.

Het negatieve oordeel van de minister heeft grote gevolgen. Dat wordt hakken in de organisatie; de baan van een deel van de 90 medewerkers staat op de tocht. En het oordeel kan ook grote gevolgen hebben voor de werving van nieuwe sponsors op de ’chari-markt’. Op die markt voor goede doelen is het toch al dringen. Zo ongeveer elke organisatie in Nederland doet wel iets met kinderen, en als ze het nog niet doen dan liggen de plannen daarvoor wel op het bureau.

Bij Plan Nederland tasten ze in het duister over de reden voor de afgewezen subsidieaanvraag. De top van de organisatie is nog immer overtuigd van het eigen kunnen, van de unieke hulp die wordt verleend in de ontwikkelingslanden.

Wat ging er mis? De feiten lijken simpel, de werkelijkheid achter die feiten is aanzienlijk gecompliceerder. Plan Nederland vroeg net als 114 andere organisaties een subsidie aan voor de komende vier jaar. Van Ardenne had 2,1 miljard euro te verdelen en schakelde een adviescommissie in om alle aanvragen te beoordelen. Wie 65 procent scoorde op een groot aantal criteria kreeg geld, wie daaronder bleef niet. Het oordeel van Van Ardenne krijgt zo – bedoeld of onbedoeld – de waarde van een keurmerk.

Brancheorganisatie Partos, de club van hulporganisaties, benadrukt dat ook nog eens. Van de 2,1 miljard gaat 92 procent naar 36 Partos-leden en dat is erkenning van de kwaliteit, juicht Partos. Vijf Partos-leden, waaronder Plan Nederland, krijgen niets. Onvoldoende kwaliteit dus.

De kille scores bewijzen dat. Plan Nederland kwam niet verder dan 58 procent. De collega’s, zoals Oxfam Novib (82 procent), Icco (77), Cordaid (70) en Terre des Hommes (76) scoorden aanzienlijk beter en kregen wel hun gevraagde miljoenen. Maar waaraan lag dan de lage score van Plan Nederland?

Plan Nederland scoort vooral slecht op het zogeheten partnerbeleid. Zowel het bestaande als het nieuwe wordt negatief beoordeeld. Om het partnerbeleid te beoordelen, wordt aan hulporganisaties gevraagd hoeveel partners ze in de ontwikkelingslanden hebben, hoe hun invloed is geregeld op de geldgever en welke kans ze krijgen om op basis van wederkerigheid kritiek uit te oefenen op hun machtige donor.

Volgens betrouwbare bronnen is het op dat punt misgegaan. Plan Nederland, zo stelt een bron, heeft maar een zeer beperkt aantal eigen relaties. De bulk van het geld wordt weggezet via de internationale koepelorganisatie Plan International en dan vervolgens via Plan Inc (gevestigd in Rhode Island, VS) uitgegeven. Plan Inc. is dus feitelijk de uitvoerder, niet Plan Nederland. Van de 70 miljoen euro die Plan Nederland in totaal int bij sponsors die kinderen adopteren en aan subsidies ontvangt van de overheid, gaat volgens eigen opgave van Plan Nederland 9,5 miljoen rechtstreeks naar de ontwikkelingslanden. De rest loopt via de lokale kantoren van de internationale moederorganisatie Plan International.

Die lokale kantoren mogen weer niet als partner gerekend worden, zo blijkt uit een uitleg van Buitenlandse Zaken. Dat kan alleen als die landenkantoren een zelfstandige organisatie zijn, een eigen bestuur en een eigen draagvlak in het betreffende land hebben. En daar is geen sprake van. Zij vallen direct onder Plan International.

Dat was in 2000 ook al het grote strijdpunt. Het viertal Novib, Icco, Cordaid en Hivos, de vier grootontvangers van overheidsgeld, hielden Herfkens, de toenmalige minister voor ontwikkelingssamenwerking voor, dat Plan Nederland (toen nog Foster Parents Plan geheten) in feite geen Nederlandse organisatie was. Het geld werd immers door Plan Inc uitgegeven. Plan International was verantwoordelijk voor de selectie, de uitvoering, de beheersing en de verantwoording voor de programma’s.

Herfkens kon echter niet anders dan Plan Nederland toelaten omdat Meindert Witvliet, bij Plan hoofd van de door hem opgerichte afdeling overheid en programma’s met een ordner met dertig projecten op de stoep stond waarvoor het gevraagde geld wel rechtstreeks door het Nederlandse lid van de Plan-familie naar de ontwikkelinglanden werd gesluisd.

Toch is in alle jaren daarna de relatie tussen Plan Nederland en de internationale tak een punt van zorg gebleven. Het kwam regelmatig aan de orde in de beleidsdialoog tussen de ambtelijke top en Plan Nederland, vertegenwoordigd door Witvliet. De geldstromen mochten niet vermengd worden, lokale kantoren van Plan konden niet als partner in het zuiden worden bestempeld. Volgens betrouwbare bronnen heeft Witvliet in de directievergaderingen bij Plan in Amsterdam steeds gewaarschuwd dat al te grote invloed van de internationale koepel de geldstroom van de Nederlandse overheid in gevaar zou brengen.

Hij blijkt achteraf nu gelijk te hebben gekregen, een wrang gelijk. De discussie over het onderwerp, inclusief de lijst met dertig projecten, leidde volgens de bronnen zelfs tot het ontslag van Witvliet vorig jaar. Volgens voorzitter J. W. Gunning en directeur P. Lem van Plan is Witvliet niet om die reden vertrokken. Om welke reden dan wel hebben ze nooit willen openbaren; zowel Witvliet als de top van Plan Nederland heeft een zwijgplicht over het ontslag. Pikant detail daarbij is dat Witvliet van minister Van Ardenne na zijn vertrek een persoonlijke brief kreeg waarin hij voor zijn grote verdiensten werd bedankt. Witvliet kreeg zelfs bij de laatste lintjesregen een onderscheiding voor zijn werk.

Lem ontkent overigens dat Witvliet het onderwerp in de directievergadering aan de orde gesteld heeft. Volgens Lem zijn dat verhalen zonder grond, aperte onzin.

Dat de relatie tussen Plan Nederland met de internationale koepel een bron van grote zorg is, valt ook op te maken uit een brief gedateerd 14 september 2006. Ada Holleman, zeg maar de relatiebeheerder van de Directie sociale en institutionele ontwikkeling op het ministerie van buitenlandse zaken, begint haar brief lovend over het jaarverslag 2005 van Plan. Zij maakt daarna in ambtelijke, nette bewoordingen echter gewag van haar kritiek over de relatie tussen Plan Nederland en de koepel.

Zij schrijft over de uitvoering van het Plan-beleid: „Gelet op de organisatorische structuur waarbinnen Plan Nederland opereert, kan ik mij voorstellen dat niet alle nationale kantoren hier eenzelfde visie op hebben, en dat dat tot frictie kan leiden, cq, remmend kan werken op het uitvoeringsniveau.”

Uit de brief wordt duidelijk dat Witvliet, die altijd als gesprekspartner namens Plan met Holleman heeft gesproken de zorgen over die relatie met de dominante internationale koepel nooit heeft weg kunnen nemen.

Volgens directeur Paul Lem wordt het besluit van de minister nog aangevochten. Hij acht niet uitgesloten dat de commissie de relaties van Plan Nederland met de internationale koepel en de partners in de ontwikkelingslanden goed heeft ingeschat. Een beoordelingsfout, dus, of een fout in de eigen opgave aan het ministerie. Een brief van de minister met motivering van de afwijzing moet nog worden ontvangen.

En Witvliet? Waar is die eigenlijk gebleven? Wat rondbellen in de relatief kleine sector geeft het antwoord. Hij was betrokken bij een subsidieaanvraag. Bij Change for Children juichen ze, zoals in 2000 door Foster Parents Plan werd gejuicht. Het samenwerkingsverband van ICS, KidsRights, Net4Kids, Wilde Ganzen en het Zeister-Zendingsgenootschap heeft, met Witvliet als extern adviseur, ruim 23 miljoen euro toegekend gekregen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden