Plaats van handeling: Elsinore

Het klassieke boek schenkt op eigen houtje kennelijk nog onvoldoende verbeelding; de helden moeten ook te zien, te voelen, ronduit tastbaar zijn. De lezer wil vervoerd en bedrogen worden en daarna ook nog eens bij de literaire held op schoot. Shakespeare kan Hamlets lief in een handomdraai zelfmoord laten plegen, maar in welke rivier deed Ophelia dat precies? Van welke oever valt dat het beste te fotograferen? En kan ik daar een kaartje voor kopen? Na het Paard van Troje, het Balkon van Julia, het Huis van Dulcinea, Galerie Bovary, de Baron von Münchhausen, de Vlaamse en Saksische Tijl Uilenspiegel vandaag het zevende deel van een serie over letterlijk literaire helden: Hamlets burcht Kronborg in Helsingor of Elsinore.

Maritieme preciezelingen zullen de Sont wel niet als zee, hooguit als binnenzee erkennen, maar dank zij het strategische Sontwater kon Erik van Pommeren in 1420 hier een tolhuis bouwen dat tot Slot Kroonburg uitgroeide. Elk van of naar de Oostzee koersend schip kon ter hoogte van Helsingor kiezen: tol betalen of een kanonskogel door de boeg.

Een van de kasteeltorens, vanwaaruit vuurtorenlicht over de Sont cirkelt, benadrukt ook vandaag de dag nog hoe strategisch 'Kroonburg' ligt. Kasteelheer John Zilmer heeft bijna gelijk als hij stelt dat deze plek de mooiste van het land is. Nog mooier verheft het slot zich immers als je het per veerboot vanuit Zweden nadert. Kroonburg voldoet ruimschoots aan de verwachting die een kind over een kasteel koestert: een dubbele slotgracht met ophaalbrug, fiere vestingsmuren waarachter even fiere uitkijktorens, geheimzinnige piratenkerkers (waarin ook nog volksheld koning Knut de Grote begraven ligt), een brouwerij, smidse, stallen en een binnenhof waarin je gemakkelijk met tachtig vriendjes ridder kunt spelen.

Kasteel Kroonburg is opgetrokken in Hollandse renaissancestijl (veel trapgevels en baksteen). Als je alle wapenschilden, tapijten, schilderijen en het kerkinterieur naar nationaliteit duidt, blijft er weinig Deens over. Sinds de middeleeuwen kwamen er nogal wat buitenlanders over de vloer; op uitnodiging of verzeild geraakt in een Deens-Russische, Deens-Noorse of Deens-Zweedse oorlog. Vlaamse architecten (Hans van Paeschen, Antonius van Opbergen), Nederlandse schilders en meubelmakers (Gerrit van Honthorst schilderde onder andere de vermaarde 'Slag om Rotebro' uit 1497), beeldhouwers (Lienhart Schacht, Gert van Groningen) tot uit Italië, Ierse barden en Engelse toneelspelers frequenteerden het slot aan de Sont. Geen nieuws onder de zon, want die beroepsgroepen zwerven er al sinds mensenheugenis op los.

Nu komen de meeste bezoekers niet zozeer naar 'Kroonburg' vanwege de koningen Knut, al die Frederiks of koningin Sofie van Mecklenburg, eerder om het liefdespaar dat buiten de slotgracht als standbeeld verrijst: Ophelia en haar Hamlet, prins van Denemarken. De eerste regie-aanwijzing van Shakespeares tragedie luidt:

Plaats van handeling: Elsinore - aan het hof en daaromtrent.

Als je het Deense 'Helsingor' met drie knikkers in de mond hardop uitspreekt, heb je de Engelse verbastering Elsinore al te pakken.

Je kunt kasteelheer John Zilmer maar beter niet vragen waar zich de kamer van Hamlet bevindt, waar Ophelia verdronk en op welke trans zijn vaders geest verscheen, want dan onderbreekt hij je kortaf: 'Onzin, Hamlet woonde hier niet.' Hij vindt het al vervelend genoeg dat hij om de haverklap Zuid-Koreaanse televisieploegen moet afwijzen, die zo nodig de voetsporen van Hamlet willen komen filmen. 'Kom maar niet', schrijft hij dan terug, 'want Hamlet is hier niet.' Zilmer weidt liever uit over de talrijke wandtapijten van Slot Kroonburg dan dat hij weer zo'n hardnekkig opduikende Hamletgraver te woord staat. Maar dat neemt zijn overtuiging niet weg dat Shakespeare wel degelijk in Helsingor geweest is, er als acteur waarschijnlijk ook gespeeld heeft. En daarmee gaat hij er dus ook van uit dat William Shakespeare geleefd heeft.

Met frisse tegenzin wil de kasteelheer even op Shakespeare ingaan, kort dan, want de vroege landkaarten, plafondschilderingen, gobelins en het Japanse en Chinese aardewerk wachten vol ongeduld. “Shakespeare zocht gewoon een exotische lokatie voor zijn toneelstuk. En dat is Helsingor. Hij schreef toch ook niet 'De koopman van Liverpool' of 'Twee mannen van Manchester'?” Dat Hamlet niet in Engeland en juist wel in Denemarken moest wonen, verklaart Zilmer met twee mogelijkheden: Engeland - ooit onderdeel van het Deense rijk - zou in de dagen van Shakespeare vertoornd zijn geraakt nadat Denemarken niet was ingegaan op het Engelse verzoek om de Spaanse Armada te helpen verjagen. En dan speelde er ook nog de protestants/katholieke bekerings- en herbekeringskwestie tussen Anna van Denemarken en Jakob VI van Schotland, de latere James I van Engeland.

Sindsdien bleven de Deens-Engelse verhoudingen wankel. Denen die beweren dat Engeland het graafschap waar veel immigranten belandden naar Denemarken vernoemde (Norfolk = folk from the north), worden in Engeland weggehoond. Ook al zal de hedendaagse Brit toegeven dat in het graafschap Suffolk oorspronkelijk zuiderlingen (south folk) woonden.

Toen Denemarkens literaire zoon Hans Christian Andersen na veel geschipper uiteindelijk bij zijn collega Charles Dickens op bezoek kwam, kregen zij prompt slaande ruzie. Dickens vond Andersen maar een suffe zeurDeen, dry as a stick.

Ook al 'stinkt er' in het eerste bedrijf al 'iets in de staat Denemarken', weet Hamlet zelf heel goed waarom hij nooit in Engeland wil wonen. Zelfs niet als hij naar Engeland gestuurd wordt om daar 'zijn verstand terug te krijgen'. In Engeland spreek je Hamlet staccato als hemlet uit, wat 'gehucht' betekent. Ham is familie van het oud-Engelse haam, de basis van 'home', en is ook verwant met het Nederlandse 'heem' als in Heemstede ( = woonplaats), en met 'heim' van heimwee ( = verlangen naar huis).

In Denemarken noem je de Deense prins Hamlet (zoals in inham). Gezagvoerders van de Scandinavische luchtvaartmaatschappij kondigen de landing ook niet met dat internationaal geachte Emsterdèm maar vertrouwd met 'Amsterdam' aan. De Deense fijnproever last tussen 'Ham' en '-let' bovendien een korte pauze in, spreekt de t als dubbele t uit en noemt hem vervolgens De Tweede, aangezien zijn vader al Hamlet I heette.

Ophelia moet haar verdrinkingszelfmoord, hoe stellig de kasteelheer die suggestie ook verwerpt, wel degelijk in de modderige slotgracht hebben gepleegd. Als Laertes wil weten waar zijn zus Ophelia gebleven is, antwoordt Koningin Gertrude immers onomwonden (in de hertaling van Gerrit Komrij):

Daar is een wilg die groeit over de beek En haar fluweelgrijs blad de glazen stroom toont. (-) Terwijl ze klom om daar haar bloemguirlande Te hangen aan het overhellend takwerk, Brak een jaloerse twijg af en omlaag Viel, met haar bloeiende trofee, zij zelf Het wenend beekje in. (-) En aldoor zong ze flarden oude hymnen, Als iemand die haar eigen pijn niet voelt, Of als een schepsel, met dat element Van kindsbeen af vertrouwd. Lang mocht 't niet duren: Daar trokken haar gewaden, zwaar van drank, Het arme kind uit haar welluidend lied De modderdood in. (IV, 7)

Op twee witte zwanen na valt er weinig te zien in de slotgracht van 'Kroonburg', zeker niet als die bevroren is. In de vestingmuur tussen de slotgrachten bevindt zich een winkeltje dat geen Ophelia-sweaters maar wel Hamlet-trekpoppen verkoopt. In zijn rechterhand houdt hij een schedel, en hoewel de prins het net niet tot koning schopte draagt hij een kroon. 'Two beers or not two beers', luidt het dan in zoutloze horecahumor.

Buiten de kasteelmuren gaat het leven van Helsingor z'n dagelijkse gang. Beurtelings meren Deense en Zweedse veerboten af, Zweedse passagiers zeulen in ganzenpas trekkarretjes volgeladen met bier en dozen sterke drank achter zich aan. Door de hoge alcoholaccijns in Zweden groeide het grensgehucht Helsingor met op elke straathoek een filiaal tot één wijdvertakte slijterij uit. Hamlet zou niet om die glasrinkelende bedrijvigheid gemaald hebben en hooguit een plaatselijk gebrouwen Wiibroe-biertje tot zich hebben genomen.

De Deense veerboot heet 'Tycho Brahe', naar de beroemde Deense astronoom (1546 - 1601), die onlangs alsnog in een Deens-Engelse samenzwering werd betrokken. Volgens de Amerikaanse hoogleraar astronomie en astrofysica Peter Usher heeft 'Hamlet' namelijk niets met verraad, vertwijfeling en verantwoordelijkheid, maar alles met kosmologie te maken.

Shakespeare zou met zijn tragedie de Engelse astronoom Thomas Digges tegenover diens Deense collega Tycho Brahe hebben gezet. Beiden onderzochten heelalmodellen, en hoewel op de Engelse theorie over het heelal navolging en op de Deense verguizing volgde, kreeg Digges geen krater op de maan naar zich vernoemd, en Brahe wel. De Deens-Engelse twist belandde daarmee op een even eenzaam als actueel hoogtepunt. Digges redendeerde volgens het Copernicaanse systeem dat sterren geen lichtgevende punten zijn, maar zonnen, uitgestrooid over een oneindige ruimte. Brahe, die van koning Frederik II het Sonteiland Hveen als sterrewacht ter beschikking kreeg, koesterde andere heliocentrische gedachten en ontdekte dat kometen geen atmosferische verschijnselen zijn.

Hamlet moeten we volgens de Amerikaan Usher als de Engelsman Digges beschouwen, zijn medestudenten Rosencrantz en Guildenstern vertegenwoordigen de Deense astronoom. In duizelingwekkende helderheid staaft Usher zijn stelling met een Shakespearecitaat: “Wanneer Hamlet over de twee studenten zegt: 'O God, ze konden me opsluiten in een notendop en ik zou mezelf heerser wanen over een onafzienbaar heelal', zet hij de schil met de vaste sterren tegenover het oneindige universum van Digges.”

(Wie alles over de astronomische Hamlet wil weten wendde zich per Internet tot http://www.science.psu.edu/alert/Hamlet.html.)

Boeiender dan een Engelse of Deense sterrennacht zijn de hedendaagse vrouwen van Helsingor, die in levende lijve nog steeds de schedelkwestie uit 'Hamlet' oproepen. De Deense schedelstructuur, en daar is niets oneerbiedigs mee gezegd, verschilt aanmerkelijk van, laten we zeggen, de Engelse. De Deense schedel spaart een diepere ruimte voor de ogen in - vooral bij vrouwen valt dat op. De beeldhouwer van Ophelia's standbeeld buiten de slotgracht heeft haar niet per ongeluk zo hologig uitgebeeld.

Als Hamlet met de schedel van z'n vriend Yorrick speelt:

Je kaak helemaal ingevallen? Kom, maak dat je naar mevrouws kamer komt en zeg haar: al schildert ze zich ook duimdik op, dit gezicht zal ze uiteindelijk krijgen.

Behalve het kasteel, de Deense vrouwenschedels en 'Helsingors nye steakhouse Ophelia' dat Ophelias Fiskesupe serveert, kan het Maritiem Museum nog als bezienswaardigheid van Helsingor worden aangemerkt. Daar vallen levende en ongekaakte Sontharingen te bezichtigen; boven het heldere bassin bij de ingang vermeldt een bord dat bezoekers de vissen mogen aanraken maar niet uit het water mogen halen. Een educatief aaibaarheidsproject? De suppoost licht toe dat de vissen zich niet zo gemakkelijk laten strelen en bij toenemend kinderbezoek rap de bodem opzoeken. Het museum is verbonden aan het Maritiem-Biologisch Laboratorium van Helsingor, dat over het onderzoeksschip 'Ophelia' beschikt. Dat je een schip met die uitgesproken naam optuigt, getuigt toch van een zekere onverschrokkenheid. Sinds 1965 publiceert het laboratorium het 'Ophelia-Journaal'. Iedereen ter wereld die iets over 'welk aspect van maritieme biologie' ook wil publiceren, kan z'n kopij verzenden naar: The Editor, Ophelia, Marine Biological Laboratory, DK-3000 Helsingor, Denmark.

Terwijl de Deense prins zelf in 1601 toch het laatste woord al had:

Jeg dor, Horatio; den staerke Gift / betvinger Livets Kraft. De Tidender, / der kom fra England, faar jeg ej at hre. / Men dette spaar jeg: Valget falde vil / paa Fortinbras; ham giver jeg i Doden / min Stemme. Sig ham det samt hele Sagen, / det Mindste med det Strste, som har voldet - / det Ovrige er Tavshed. (V, 2)

(Horatio, ik sterf. / Het machtig gif kraait in mijn geest victorie. Ik haal het nieuws uit Engeland niet meer. Maar ik voorspel: de kroningskeuze valt / Op Fortinbras. Hij heeft mijn stervensstem. / Vertel hem dat, met ieder voorval dat / Er mij toe heeft gebracht - de rest is stilte.)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden