Plaatjes voor de geschiedenisboeken

Juventus zet zich schrap, maar kan Champions League-zege van Barcelona niet voorkomen

BARCELONA3 JUVENTUS1

Het mooist waren zaterdagavond laat de symbolische beelden, nadat de beste voetbalploeg van Europa in Berlijn de meest wilskrachtige was voorgebleven. De finale van de Champions League had meer spanning en minder technische en tactische bijzonderheden geboden dan verwacht (of gehoopt), maar het gebrek aan dat laatste werd met plaatjes voor de geschiedenisboeken ruimschoots vergoed.

Juventus-middenvelder Pogba, 22 jaar en zonder twijfel een van de grote spelers van de toekomst, sloot Pirlo aan de borst, de bijna gepensioneerde strateeg - in tranen na de 3-1 nederlaag in mogelijk zijn laatste wedstrijd, zeker op dit niveau. Even later kon Pirlo glimlachen, in een omhelzing met de afzwaaiende Xavi, die als aanvoerder van Barcelona de Cup in ontvangst zou mogen nemen. Daar stonden ze, kort voor dat gepaste moment: twee aristocratische vormgevers van een hierbij afgesloten tijdvak in de voetbalhistorie.

In de optocht van de Barcelona-spelers naar het ereschavot liep daarna Messi onopvallend mee, ergens in het tweede of derde gelid. Het was zijn avond een keer niet geworden - zoals dat natuurlijk niet altijd kan, ook bij 's werelds beste voetballer niet. Op een relatief mindere dag was zijn inbreng op een bepaalde manier doorslaggevend geweest, dat nog wel. Met een door doelman Buffon half gekeerd schot had Messi het tweede doelpunt van Barcelona geforceerd, in een fase waarin Juventus zich sterker en sterker had gewaand.

Suarez had de terugketsende bal in het doel gejaagd (2-1) en in de slotminuut had na een uitbraak ook Neymar kunnen scoren (3-1). Zo schoot twee derde van de gevierde voorhoede zich in de annalen, maar de aanvallers excelleerden niet, zoals - alsof de tegenstander niet taai zou zijn - toch was verlangd, dan wel voorzegd. Dat ze scoorden, en dat een oprisping van Messi loonde, tekende de uitzonderlijke slagkracht van Barcelona, maar in het breedste perspectief was het voor het voetbal goed dat het zaterdag liep zoals het liep.

Van groot tot klein kon de wereld zien wat een goede wedstrijdinstelling, doorzettingsvermogen en vasthoudendheid vermogen, ook tegen een ongenaakbaar veronderstelde tegenstander. Juventus was zich onverstoorbaar schrap blijven zetten, zoals het dat ook in de halve finale tegen Real Madrid had gedaan. Evenals toen had spits Morata een 1-0 achterstand tenietgedaan (1-1), nu met een doelpunt dat was ingeleid door Marchisio, ook zo'n krachtpatser op het Juve-middenveld.

De kracht was niet toereikend, kon dat niet zijn, maar de verliezers werden na afloop - ook fraai - luidkeels geëerd door hun fans. Op de tribunes heerste het besef dat Juventus, kampioen en bekerwinnaar in Italië, het maximaal denkbare had geleverd. Dat mocht ook zoet aanvoelen voor coach Allegri, die vóór dit seizoen met scepsis in Turijn was ontvangen. Maar nog wonderlijker was het jaar verlopen voor zijn tegenstrever, Barcelona-coach Luis Enrique, die zijn eerste seizoen na de titel en de beker met een derde triomf kon afsluiten.

Hij evenaarde daarmee een illustere voorganger als Guardiola, die dat in 2009 had kunnen doen. Met dat verschil dat Luis Enrique een stroeve start kende waarin zijn relatie met Messi niet goed zou zijn geweest. Zaterdag kon hij de vuist al vroeg ballen, toen de Kroaat Rakitic de score opende (1-0), de speler met wie Luis Enrique een modern wapen als loopvermogen had toegevoegd aan het zo wat minder verfijnde Barcelona. Luis Enrique had het wel zo kunnen regisseren dat Xavi, dit seizoen veelal reserve, in Berlijn bij het eindsignaal toch de aanvoerdersband droeg.

De gloriërende coach sprak van een 'spectaculair en historisch seizoen'. Maar over zijn toekomst bleef Luis Enrique vaag - zo zwaar was het dan wellicht ook geweest.

Ook Pirlo, 36 jaar, zegt er nog niets over. Juventus wil hem behouden. Dat is mooi en eerbiedig, maar in alle eerlijkheid leerde de finale van 2015 óók dat het maar beter hierbij kan blijven - bij de beelden van Berlijn, waarmee de onvermijdelijke loop der dingen waardig werd vastgelegd.

Clarence Seedorf niet meer op eenzame hoogte

In de officiële boeken is Clarence Seedorf na zaterdag niet meer de enige speler die vier keer de Champions League won. Hij kreeg in een klap gezelschap van vier Barcelona-spelers: Xavi, Andres Iniesta, Lionel Messi en Gerard Piqué.

De eerste drie wonnen met Barcelona ook in 2006, 2009 en 2011, Piqué won in 2008 met Manchester United en daarna met Barcelona. Vertekenend is het wel. In 2006 waren Iniesta, Xavi en Messi reserves (of niet eens), Piqué was dat in 2008. Seedorf was basisspeler in de finales met Ajax (1995), Real Madrid (1998) en AC Milan (2003 en 2007).

De 35-jarige Xavi, die naar Qatar vertrekt, speelde zaterdag als invaller zijn 151ste duel in de Champions League, een record. "Zelfs in de mooist mogelijke droom zou ik niet zo blij zijn als nu", jubelde Xavi, die zeventien jaar bij Barcelona speelde. "Ik heb niets meer te wensen. Om op zo'n manier te vertrekken, is perfect."

Juventus-doelman Buffon legde zich snel neer bij de nederlaag. "Deze frustratie hoort bij sport", zei de routinier. Hij keek trots terug op een succesvol toernooi. ,,We hebben mooie momenten beleefd met onze fans. Dit is jammer, maar we hebben ons geweldig ontwikkeld."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden