Plaatje 149 (II)

Een week lang heeft mijn recent verkregen Miss Blanche Nationaal Sport-Album 1932 bij plaatje 149 open gelegen. Op het ingekleurde plaatje staat een stevige vrouw in een niet al te flatteus badpak stram in de houding. In een hoek van een kleedkamer studeert zij voor standbeeld - mijn plaatje lijkt naar het Wilhelmus te luisteren. Het is geen vloed aan informatie die plaatje 149 vergezelt: Mej. VIERDAG, Zwemkampioene.

Mej. VIERDAG is Marie Vierdag. Bij verschijning van het album heeft zij er drie Olympische Spelen opzitten. Parijs 1924 en Amsterdam 1928 leverden geen eremetaal op, maar als 27-jarige was Los Angeles 1932 wel raak: zilver op de 4x100 vrij, samen met Puck Oversloot, Willy den Ouden en Corry Laddé.

Vijfenvijftig jaar na dat succes in Los Angeles, was ik een dag bij Marie Vierdag thuis. In haar bovenwoning, schuin tegenover het Concertgebouw, trof ik een geboren verteller. Met groot enthousiasme sprak zij over haar mooie sporttijd. Inmiddels werd zij zwaar gehinderd door een visuele handicap, maar het leven had haar ook op 82-jarige leeftijd toch nog veel te bieden. Wist ik trouwens wel dat zich tijdens het Olympisch zwemtoernooi van 1932 een mysterieus zaakje had afgespeeld? Ik wist het niet. En daar vertelde zij het verhaal, dat ik later in de Koninklijke Bibliotheek via artikelen in enkele dagbladen uit 1932 tot in de details tot mij nam.

Marie Vierdag won dus zilver, maar misschien was het wel goud geworden wanneer Marie 'Zus' Braun inzetbaar was geweest. Zus Braun was de titelverdedigster op de 100 meter rugslag en tevens de favoriete op de 400 meter vrij, maar aan zwemmen kwam zij in Los Angeles in het geheel niet toe. Een dag voordat haar toernooi begon, zat ze op de tribune naar de 400 meter vrije slag bij de heren te kijken. Plotseling voelde zij een stekende pijn onder haar rechterknie. Zij dacht aan een beet van een insect, 's avonds begon haar been angstaanjagend te zwellen. Zij kreeg hoge koorts, moest naar het ziekenhuis en zou daar vele weken blijven. Artsen konden niet vast stellen wat precies aan de hand was, maar een beet van een insect was het beslist niet.

Pas half oktober, twee maanden na de Spelen, kon Zus Braun terug keren naar Nederland. Daar vertelde zij haar mysterieuze verhaal. Ze was er van overtuigd dat zij het slachtoffer was geworden van een misdaad. Een Amerikaan zou haar met een puntig voorwerp hebben geprikt en op die manier gif hebben toegebracht. Zus Braun zei ook de achtergrond van deze misdaad te kennen. Haar rivale op de 100 meter rugslag, de Amerikaanse Eleanor Holm, kon een filmcontract krijgen, maar dan moest zij wel goud winnen. Zonder de tegenstand van Zus Braun, zwom Eleanor Holm soepel naar het goud.

Haar filmrol kreeg zij pas zes jaar later, als Jane in De Revanche van Tarzan. Twee jaar eerder hadden de Amerikaanse officials haar uit het olympisch bad van Berlijn weggehouden, omdat zij tijdens de reis met het stoomschip Manhattan zo veel dronk dat zij op zeker moment een alcoholvergiftiging opliep. Holm was toen al getrouwd met de orkestleider Art Jarrett. Zij combineerde het zwemmen met het beroep van nachtclubzangeres. Die zeldzame combinatie weerhield haar op 27 februari 1936 niet van een wereldrecord op de 100 meter rugslag; het oude stond op naam van Rie Mastenbroek.

Holm ging zich voortdurend te buiten aan alcoholische en seksuele uitspattingen. Haar huwelijken verliepen buitengewoon tumultueus. In Berlijn schold zij de officials voortdurend de huid vol, maar op het ereterras en op allerlei party's vermaakte zij zich prima. Vooral met de nazi-kopstukken Joseph Goebbels en Hermann Göring had zij dolle pret.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden