Pionieren in Roemeens dorp

Gerrit Timmerman 1949-2016

Als hij thuiskwam van de nachtdienst in het ziekenhuis, zette hij 's morgens altijd even CNN aan voor het laatste wereldnieuws. Het waren spannende tijden eind jaren tachtig. Het ene na het andere communistische bewind verkruimelde en nu was het de beurt aan Roemenië. De slordige executie van dictator Ceausescu en zijn vrouw was te zien op tv.

Het maakte diepe indruk op hem. Ook zijn 10-jarige zoontje zag de gruwelijke beelden en hij kreeg er nachtmerries van. Om er een positieve draai aan te geven, besloten ze een doos te vullen met eten en kleren voor de uitgemergelde Roemenen. Hun 7-jarige dochter maakte er een tekening bij waarop ze hun adres zette.

Drie maanden later ontvingen ze een bedankbrief met een uitnodiging. Zo kwamen ze terecht in een dorpje in Transsylvanië. Ze werden er meteen verliefd op. Hun verdere leven zou nauw verbonden zijn met dat dorp.

Gerrit Timmerman was een echt dorpsmens. Hij groeide op in het Friese dorp Balk in Gaasterland, waar zijn Overijsselse vader directeur van een landbouwschool was en zijn Friese moeder druk was in het verenigingsleven en met hun twee kinderen. Gerrit had talent voor muziek en speelde vanaf zijn negende hobo. Toch trok het conservatorium hem niet aan, muziek moest plezier blijven. Hij koos voor een studie geneeskunde en trok in 1969 naar Amsterdam. Om daar nog een beetje een dorps gevoel te hebben, ging hij op een woonboot wonen.

Hij bleek een 'eeuwige student' te zijn. Niet dat hij zich overgaf aan feesten en partijen, dat interesseerde hem niet. Al zijn vrije tijd werkte hij als verpleeghulp in ziekenhuizen. Dat ging hem meer boeien dan zijn studie, die hij te technisch vond. Het ging hem vooral om de zorg voor mensen.

Verpleegkundige

In de zomervakanties ging hij terug naar Balk om ook in Sneek in het ziekenhuis te werken. Daar ontmoette hij in 1972 receptioniste Tony Buzing. Zij was vanuit de Randstad verhuisd naar een klein huisje in het dorp Sybrandaburen. Daar was hij voortaan elk weekeinde te vinden. In 1974 trouwden ze.

Met zijn studie wilde het maar niet vlotten en toen hij na zeven jaar zijn kandidaatsexamen nog altijd niet had gehaald, gaf hij er in 1976 de brui aan. Het ziekenhuis in Sneek wilde hem graag als verpleegkundige in dienst nemen. De opleiding kostte hem, na al die jaren medicijnen, nauwelijks moeite.

Maar hij moest in militaire dienst. Hij dacht er hospik te kunnen worden, maar dat viel tegen. Met zijn kleine gestalte van 1 meter 68 werd hij ideaal geacht om een tank te bemannen. Hij protesteerde dat hij geen mensen wilde doden, maar toen hem duidelijk werd gemaakt dat een hospik uiteindelijk ook moet meevechten, weigerde hij dienst. Vervangende dienstplicht bleef hem bespaard, omdat hij in een ziekenhuis werkte.

De eeuwige student van weleer bleek alsnog een studiebol. Naast zijn werk als verpleegkundige in het ziekenhuis, volgde hij een driejarige managementstudie in Leeuwarden, gevolgd door bedrijfskunde in Groningen. Die laatste studie maakte hij niet af, want het werd hem te zwaar. Hij was inmiddels ook lid geworden van de ondernemingsraad, waarvan hij later lange tijd voorzitter was.

In september 1989 werd hij nachthoofd, een ideale baan voor hem. Hij was zelfstandig, en na zeven nachten had hij zeven dagen vrij. Dan kon zich wijden aan hun drie kinderen Margje, Jan-Dorus en Louise, aan de natuur en aan muziek.

Ze waren al lang op zoek geweest naar een vakantiehuisje in Frankrijk, maar toen de omwentelingen in Oost-Europa om zich heen grepen, besloten ze met de caravan naar Hongarije te gaan. Toen kwam die uitnodiging uit Roemenië.

Ze lieten de caravan achter in Hongarije en trokken verder naar Transsylvanië, naar het dorp van hun gastheer. Op het land werd nog met een zeis geoogst. De winkels waren leeg en als er wel iets te koop was, stond er een lange rij. De mensen waren allervriendelijkst. De streek bulkte van de natuur, en het klimaat met warme zomers en strenge winters beviel hen. "Laat mij maar hier blijven", zei Tony. Toen ze weer thuis waren, hadden ze meteen heimwee.

Het dorp Richis, bij de stad Medias, stond ook bekend als Reichesdorf, vanwege de vele Duitsers die daar al eeuwenlang woonden. Na de omwenteling heette Duitsland hen welkom en velen trokken daarheen. Toen Gerrit en Tony met Pasen 1991 weer in het dorp waren, stonden er al zeven huizen te koop. Ze lieten hun plan voor een Frans huisje varen, en kochten in het dorp een boerderijtje met een flinke lap grond. Voor de Tweede Wereldoorlog was het dorp befaamd geweest om zijn witte wijn, maar de communisten hadden de particuliere wijnbouw afgeschaft. Bij hun boerderijtje stonden nog oude druivenstokken, waarvan ze elk jaar hun eigen wijn maakten.

Langzamerhand vergroeiden ze met het dorp. Als hij vrij had, reed hij er in twee dagen heen, met volbeladen auto. In Friesland hadden ze hun huis in Sybrandaburen verruild voor een woning in Balk met een minder bewerkelijke tuin, die ze lang alleen konden laten.

Kroeg en kerk

Toen in het Roemeense dorp de winkel en de aanpalende kroeg te koop stonden, begonnen ze te denken over een toekomst daar. In 2002 kochten ze de onderneming. Ze namen het personeel over en een vriend nam hun zaken waar. Het was een afgeleefde zaak, met een koelvitrine die raasde als een diesellocomotief. Ze knapten alles op en ze verruimden het aanbod aan levensmiddelen en kleren.

Het café had geen wc's en de mannen plasten vanaf de veranda op de binnenplaats, wie het verste kon komen. Dat pleziertje was afgelopen toen er urinoirs kwamen. Het hele dorp liep uit om die te proberen.

Tussen kroeg en winkel was een binnenhof met stallen, waar ze een kleine camping wilden beginnen. In 2009, als Gerrit met prépensioen zou gaan, zouden de riolering, de wc's en douches klaar moeten zijn. Ook andere uitdagingen namen ze aan. Zoals de pastorie bij de evangelisch-lutherse kerk uit 1250, waarvan de dominee al jaren geleden was vertrokken naar Duitsland. Die pastorie was ideaal voor een pension, dachten ze.

Soms zat het zo tegen dat ze even dachten aan opgeven. Ze weigerden steekpenningen te geven en kruiwagens te gebruiken, en dat zette kwaad bloed bij de ambtenarij. Keer op keer kregen ze hoge boetes als er een detail verkeerd was in de administratie. Toch hielden ze het vol om niets onder tafel te regelen.

Het personeel deed het meeste dagelijkse werk. Het was nog een hele klus om ze te leren zelfstandig beslissingen te nemen en niet op de baas te wachten.

Er kwamen steeds meer toeristen naar het dorp. Elk jaar ontvingen ze op hun camping ook vijftig studenten uit de hele wereld die de biodiversiteit kwamen bestuderen. Ook twintig andere buitenlanders vestigden zich in het dorp.

Naast hun winkel kwam een concurrent, die de klanten krediet gaf, en problemen veroorzaakte met hun vergunning voor het pension. Ze zaten in een lastig parket. Nog één keer deden ze een grote investering en ze sloten zich aan bij een landelijke winkelketen. Dat was de redding.

Knobbeltje

In 2013, toen Gerrit de AOW-leeftijd van 65 had bereikt, emigreerden ze echt en ze verkochten hun huis in Balk, dat jaren leeg had gestaan. De toekomst in het Roemeense dorp zag er goed uit.

Vorig jaar voelde hij een knobbeltje op zijn tong. Toen de diagnose kanker werd gesteld, vertrokken ze meteen naar Nederland. Het zou te genezen zijn. In maart was hij zo goed dat ze teruggingen naar Roemenië.

De problemen kwamen heftig terug. Zelfs havermoutpap kon hij niet meer eten, en dat voor een man die graag kookte en genoot van de maaltijd. Praten ging ook niet meer; hij schreef wat hij wilde zeggen op papiertjes.

Ze huurden een vakantiehuisje in het bos van Oudemirdum, in zijn geliefde Gaasterland. Daar lag hij in de woonkamer. Op een papiertje schreef hij: 'Ik hoop voor jullie dat het niet te lang duurt'.

Gerrit Albert Timmerman werd geboren op 30 januari 1949 in Kampen. Hij stierf op 25 oktober 2016 in Oudemirdum, Friesland.

Na een week nachtdienst had hij een week voor zichzelf. Steeds vaker scheurde hij dan naar Roemenië.

Toen het afgeleefde café urinoirs kreeg, liep het dorp uit om die eens te proberen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden