Pionier tussen lectuur en literatuur

Umberto Eco was een in eigen land gerespecteerde hoogleraar semiotiek aan de prestigieuze unversiteit van Bologna, toen hij in 1980 wereldwijd doorbrak met zijn roman 'Il nome della Rosa'. Die roman, vertaald als 'De naam van de roos', is tot de canon van de twintigste eeuw gaan behoren, en een van de meest gelezen en vertaalde boeken van onze tijd.

"Ik ben in maart 1978 begonnen, gedreven door een vaag idee: ik voelde de sterke behoefte om een monnik te vergiftigen. Ik geloof dat de meeste romans ontstaan door zo'n ideekiem, de rest is vruchtvlees dat stukje bij beetje groeit", schreef Eco later over zijn motief om De naam van de roos te schrijven.

De naam van de roos, spelend in het jaar 1327, voert de bewoners en bezoekers van een welvarende benedictijnse abdij in de bergen ten tonele, waarin geheimzinnige gebeurtenissen plaatsvinden. Allerlei monniken sterven een vreemde dood, en er lijken duivelse machten werkzaam. Een zekere William van Baskerville, geholpen door de jonge monnik in spe Adson, onderzoekt de zaak en ontmaskert uiteindelijk de boosdoener, een oude blinde monnik die een omstreden boek vergiftigd heeft waaraan jan en alleman sterft.

De naam van de roos is een whodunit, op dat moment nog ongebruikelijk voor de hoge literatuur. Eco speelt erin een spel met de detectivetraditie, de naam Baskerville en Adson (verbastering van 'My dear' Watson) verwijzen naar de Sherlock Holmes-verhalen van Sir Arthur Conan Doyle. Het boek is verder ingedeeld volgens de kloosterlijke gebedsuren, en het verhaal zit vol romantische avontuur- en spookscènes. Niet toevallig werd naast het boek ook de film, met Sean Connery als William van Baskerville, een kassucces.

Het is duidelijk dat Eco, geboren in 1932 in het Italiaanse Alessandria, als schrijver een heel andere weg bewandelde dan andere literaten zoals bijvoorbeeld George Steiner of bij ons Kees Fens, verdedigers van de haute literature. Reeds in 1964 had Eco laten merken geïnteresseerd te zijn in wat toen nog heette 'Trivial'-literatuur. In zijn studies 'Apocalittici e integrati' en 'Il superuomo di Massa', later in het Nederlands vertaald onder de titel 'De structuur van de slechte smaak', buigt hij zich over de structuur en de verhalende kwaliteiten van strips en feuilletons, tot dan toe als 'lectuur' beschouwd. Ook stond hij bekend als kenner en analyticus van James Bondfilms. Je zou hem wat dat betreft een van de founding fathers van de ontdekking van 'kitsch' en 'nepkunst' als inspiratie voor schrijvers en kunstenaars kunnen noemen. Typisch een kind van de jaren zestig waarin de democratisering van kunst en literatuur hoog op het programma kwam te staan.

Ook in zijn latere romans, zoals 'De slinger van Foucault' (1988), toont hij zich een fantasievol kenner van de Middeleeuwen. Het boek speelt zich af in het heden, maar gaat over de mysterieuze invloed van het middeleeuwse denken op onze tijd. Drie redacteuren krijgen een aantal manuscripten onder ogen waarin een geheimzinnig verband wordt gesuggeerd tussen onze hoogontwikkelde en technologische wereld en oude praktijken zoals die van Rozenkruizers, Tempeliers en de Kabbala. Ook hier weer speelt Eco een spel met alle mogelijke genres, de historische roman, de detective, strips, partizanenboeken etcetera.

Pas in zijn laatste roman, het vorig jaar verschenen 'Het nulnummer', richtte Eco zich volledig op onze eigen tijd. Het boek gaat over de schandaleuze corruptie in Italië aan het eind van de vorige eeuw.

Naast verder talloze, deels wetenschappelijk, deels populair-wetenschappelijke werken, schreef Eco ook kinderboeken. Een merkwaardig bijproduct is het boek 'Geloven of niet geloven' dat hij samen met de emeritus-bisschop van Milaan, Carlo Maria Martini, schreef. Umberto Eco, oorspronkelijk katholiek, was in zijn latere leven atheïst. Sommige van zijn latere boeken waren trouwens omstreden, zoals 'De begraafplaats van Praag' (2010) met een fervente antisemiet in de hoofdrol. Het was de tol die hij betaalde voor zijn experimenten met de geschiedenis.

De invloed van Umberto Eco op het huidige literaire klimaat valt moeilijk te overschatten. Met zijn literaire detectiveromans en zijn studies over kitsch en camp opende hij de ogen van de generatie na hem voor nieuwe mogelijkheden van de literatuur; wereldwijde bestsellers als die van Donna Tartt ('De verborgen geschiedenis') en Dan Brown, ('De Da Vinci Code'), zijn zonder het pionierswerk van Umberto Eco niet goed denkbaar.

Wie Eco louter als een profeet van nieuwe, democratische literatuur ziet doet hem echter geen recht. Hij schreef ook gedegen studies over schrijvers als Aristoteles, Dante, Joyce en Borges. Juist de fusie van hoge en lage literatuur en de invloed van de literaire teksten op historische gebeurtenissen hadden zijn wetenschappelijke interesse.

De wereldberoemde schrijver kreeg diverse prijzen (maar niet de Nobelprijs voor literatuur), niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland. In 1998 ontving hij de uitzonderlijke Duitse onderscheiding 'Pour la mérite'. Bij ons kreeg hij in 2012 de 'Vrede van Nijmegen Penning'. Umberto Eco, die wel de Erasmus van onze tijd werd genoemd, is 84 jaar geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden