Pionier op zoek naar erkenning

(FOTO MAARTJE GEELS) Beeld Maartje Geels/Hollandse Hoogte
(FOTO MAARTJE GEELS)Beeld Maartje Geels/Hollandse Hoogte

In de jungle of in Artis was hij een briljant onderzoeker met vernuftige methoden. Maar in het wereldje van de wetenschap was hij vooral boos.

Joep Engels

Een dier in dubio maakt soms rare keuzes. Een vogel die twijfelt tussen vechten en vluchten, kan plots zijn veren gaan poetsen. Overspronggedrag, heet dat in de biologie, en deze term is gemunt door de Nederlandse gedragsbioloog Adriaan Kortlandt die vorige week op 91-jarige leeftijd overleed.

In dierentuin Artis herinnert een bankje aan deze ontdekking. Hier zat Kortlandt vaak, om samen met dierpsycholoog Frits Portielje de aalscholvers te observeren in de nabijgelegen vijver. Het ’oversprongbankje’ zoals het nu heet, is een van de weinige Nederlandse eerbetuigingen aan een wetenschapper die internationaal meer faam genoot.

Vijf jaar geleden was Kortlandt, die een groot deel van zijn leven in Oxford woonde, terug in Artis om het eerste deel van zijn autobiografie ’Aalscholvers, apen en aapmensen’ te promoten. Het werd geen presentatie als gebruikelijk. Kortlandt was boos. Boos op alles en iedereen. Boos, omdat hij niet de erkenning kreeg die hij verdiende.

In Nederland had hij altijd in de schaduw moeten staan van Niko Tinbergen, de man die in 1973 de Nobelprijs kreeg. Maar Kortlandt vond dat de schijnwerpers op hem moesten zijn gericht, want Tinbergen was ooit aan de haal gegaan met de ideeën van Kortlandt.

„Zo zwart-wit lag het niet”, zegt Carel ten Cate, hoogleraar gedragsbiologie in Leiden. „Anderzijds: iedereen erkent dat Kortlandt belangrijk werk heeft verricht. Hij was op veel terreinen een pionier, een wegbereider. Maar hij was de makkelijkste niet. Zijn hele leven stond in het teken van die erkenning.”

Toen Ten Cate voorzitter was van de Nederlandse vereniging van gedragsbiologen, heeft hij vaker geopperd om Kortlandt op de een of andere manier in het zonnetje te zetten, maar dat kwam er nooit van. „We wisten dat hij dat direct als een erkenning zou opvatten. Hij trok altijd alles in de context van de strijd met Tinbergen. Dat wilden veel mensen weer niet, juist omdat de geschiedenis niet zo duidelijk was en omdat Tinbergen en andere betrokkenen inmiddels waren overleden.”

Niet de makkelijkste, het is een kwalificatie die in bijna elk gesprek over Kortlandt terugkeert. Maar ook: wie hem op dat bankje bij de aalscholvervijver trof, ontmoette een boeiende man, allerbeminnelijkst. „Toch kwam vroeg of laat die kwade kant boven”, zegt bioloog Wim Bergmans die wel eens met hem heeft samen gewerkt. „Het was een zeer individualistisch ingestelde man. Briljant. Stelde hoge eisen aan zichzelf én aan anderen. En als hij niet tevreden was, liet hij dat duidelijk merken. Dat heeft veel mensen van hem vervreemd. Ook ik heb dat lot moeten ondergaan.”

Ja, eigenwijs kon je hem wel noemen, zegt zijn broer Bruins Kortlandt (89).

„Je moest hem niet tegenspreken. Maar zo zijn alle wetenschappers, toch? Eigenzinnig. En Adriaan was een typische wetenschapper. Altijd op onderzoek uit. Hyperintelligent.”

Dat dat onderzoek dieren zou betreffen, zat er al vroeg in. Huize Kortlandt in Rotterdam bood in hun jeugd altijd wel onderdak aan een of ander dier. Een sijsje, kauwtjes, en moeder ging ooit de deur uit om een hond te kopen en met een geitje thuis te komen. Daarnaast had Adriaan, die op zolder sliep, altijd nog zijn dakvenster dat uitzicht bood op de zwaluwen en meeuwen van het Kralingse bos.

Hij wordt lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, maar komt er al snel achter dat daar zijn roeping niet ligt. „Via de NJN werd ik een beginnend natuuronderzoeker”, schrijft hij in zijn autobiografie. „Het zou voor de hand hebben gelegen dat ik bioloog zou zijn geworden. Maar de NJN-sfeer beviel mij niet helemaal. Het opschrijven van namen van waargenomen vogels of van gedetermineerde planten in een dagboek lag mij niet. Ik wilde het hoe en waarom in de natuur verklaren en begrijpen.”

In 1936 gaat hij in Utrecht psychologie en geografie studeren. Maar dankzij de NJN heeft hij eerder een aalscholverkolonie ontdekt rond een eendenkooi tussen Krimpen aan de Lek en Lekkerkerk, een uurtje fietsen vanaf zijn ouderlijk huis. Hij bouwt er een enorme observatiepost, een twaalf meter hoge toren van triplex, van waaruit hij de vogels van een paar meter afstand kan bestuderen zonder ze te verstoren.

In 1939 is hij zo ver dat hij de kolonie vijf maanden lang kan observeren –hij woont in zijn schuilhut. Hij pakt het zorgvuldig aan. Van zijn opleiding psychologie en van zijn wandelingen met Portielje in Artis heeft hij geleerd op de kleinste details te letten en objectief te observeren.

Dankzij die analytische aanpak valt het hem op dat er een rangorde zit in het gedrag van de vogels. Er zit een hiërarchie in hun instincten, concludeert hij: vogels hebben bijvoorbeeld een sterk instinct om een nest te bezitten en worden door zwakkere instincten gedreven om er een te bouwen of eraan te sleutelen. Bij de ’oversprong’ zijn er conflicterende instincten zodat een derde de kans krijgt tussenbeide te komen.

Hij legt zijn idee voor aan Tinbergen die welwillend reageert. „Je hebt een heel interessant punt geraakt”, schrijft hij „Dat kan nog heel wat moois tevoorschijn brengen.” Dat ’moois’ is er al snel. Gerard Baerends, een promovendus van Tinbergen, blijkt twee jaar later iets vergelijkbaars te hebben ontdekt bij graafwespen en Tinbergen zelf past het model van Kortlandt toe op zijn onderzoek naar stekelbaarsjes. De twee spreken er wel met Kortlandt over maar vermelden hem niet in hun publicaties.

Het kwaad is geschied, en meer dan een halve eeuw later is Kortlandt er nog steeds boos over. Hij wijt de controverse aan de verschillen tussen ’zijn’ psychologie en de gedragsbiologie waar vroeger menselijke interpretaties van dierlijk gedrag niet werden geaccepteerd. In de jaren vijftig krijgt hij nog een briefje van Tinbergen met de zinsnede ’Nu pas beginnen we te begrijpen wat je hebt bedoeld’. Het leidt er hooguit toe dat in zijn biografie Baerends de kwade genius is geworden.

In 1953 richt hij zijn aandacht op primaten. Hij trekt naar Belgisch Congo om chimpansees in het wild te onderzoeken –daarmee is hij pioniers als Jane Goodall ver vooruit. Maar het gaat Kortlandt niet zozeer om de chimpansee zelf, hij wil weten hoe de vroege mens op de Afrikaanse savanne heeft kunnen overleven.

Opnieuw toont hij zich een origineel onderzoeker. Zo neemt hij een opgezette panter mee, bouwt een ruitenwisser met motortje in diens kop in en laat deze achter op een ontmoetingsplaats voor chimps. Nieuwsgierig komen de apen dichterbij totdat Kortlandt de panterkop laat bewegen. Hij bestudeert hoe de chimpansees zich verdedigen.

In een andere proef test hij zijn idee dat oermensen zich met de scherpe punten van acaciatakken tegen roofdieren hebben verdedigd. Eerst wil hij een vrijwilliger aanwijzen die zich met acacia’s tussen de leeuwen moet begeven. Uiteindelijk stuurt hij er een geit op af en plaatst hij een mechaniek met roterende acaciatakken. En inderdaad, de leeuwen blijven op afstand.

Inmiddels heeft hij zijn standplaats Amsterdam allang verlaten na een conflict met een collega op de universiteit. Hij is naar Oxford verkast, toevallig of niet ook de plaats waar Tinbergen woont en werkt. Kortlandt komt nog wel eens terug om de aalscholvers van Artis te bestuderen, maar meer ook niet.

November 2008 worden twee tumoren in zijn longen geconstateerd. Naar verwachting heeft hij nog een half jaar te leven. Hij keert terug naar Amsterdam en staat zijn hele wetenschappelijke archief, inclusief neppanter, af aan natuurhistorisch museum Naturalis.

Hij gaat langzaam achteruit en de laatste maanden is hij nauwelijks meer aanspreekbaar. Hij wordt opgenomen in een verpleeghuis waar hij nog één keer een helder moment heeft en het personeel college geeft over zijn verblijf in Afrika.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden