Pionier gelukzoeker op de golfbaan

Terwijl Sven Nijs, Richard Groenendaal en Adri van der Poel van hun sponsor de opdracht krijgen ervoor te zorgen dat bij de profs geen outsider met de wereldtitel veldrijden aan de haal gaat, hoopt Daphny van den Brand de vrouwelijke equivalent van Jean Robic te worden: de eerste wereldkampioen in haar sekse.

Johan Woldendorp

Nicole Leijten is de pionier. De 25-jarige wielrenster bestookte de KNWU en de wereldbond UCI al sinds het begin van de jaren negentig met vriendelijke, doch indringende en naarmate de tijd vorderde ook boze brieven om het veldrijden voor haar en haar seksegenoten een volwaardige plaats op de kalender te geven.

Met haar klom Daphny van den Brand (21) op de barricaden. Ook zij schreef brieven naar de bond en verzamelde handtekeningen om de petitie kracht bij te zetten. Vijftig jaar nadat de Fransman Jean Robic de eerste mondiale crosstitel uit de geschiedenis veroverde, krijgen de beide Nederlandses hun zin: vanochtend verdringen ze zich bij de golfclub in Sint-Michielsgestel (golfclub? Is crossen op de green niets zoiets als biljarten op een kiezelstrand?) rond de startlijn om een goede uitgangspositie voor het eerste WK voor vrouwen te veroveren. Achter de schermen hebben ze hun regenboogtrui al verdiend, maar met name Van den Brand is er op gespitst als de eerste wereldkampioene in de statistieken te worden opgeslagen.

De voorvechtsters hadden in hun strijd tegen het mannelijke establishment niet alleen de emancipatie van hun sport op het oog. Verbreding is hoognodig om het eigen niveau op te krikken. Leijten heeft ondanks haar jeugdige leeftijd al een lange staat van dienst. Als 14-jarig meisje greep ze op het eerste NK voor vrouwen, in 1988 in het Zuid-Limburgse Hulsberg, net naast de titel. In 1991 en '93 kreeg ze de kampioenstrui wel overhandigd, maar een winnaarstype is er nooit uit Leijten gegroeid.

Dat gaat wel op voor haar collega Van den Brand. In nationale wedstrijden is deze schriele Brabantse, 1,58 meter klein en 51 kilo licht, onklopbaar. Dit seizoen won ze reeds zeven keer; de mooiste was de zege in het bijprogramma van de wereldbekerwedstrijd (voor de mannelijke elite) in het Luxemburgse Leudelange.

Haar grootste kwelgeest buiten Nederland is Hanka Kupfernagel. De Duitse is dit seizoen nog ongeslagen. Van den Brand moest het eind vorig jaar in Kalmthout, Loenhout en Herford tegen haar afleggen. Van den Brand tipt haar dan ook voor de wereldtitel. ,,Van veel tegenstandsters weet ik niets. Maar Kupfernagel brengt in grote veldritten altijd iets bijzonders. Ik kom meestal op haar te kort. Zij heeft de klasse, ik moet gewoon geluk hebben.''

Dat geluk probeert Van den Brand met bijgeloof af te dwingen. Ze vertelt van een haar onbekende man die bij iedere wedstrijd een kaarsje aansteekt. ,,Mijn moeder is altijd doodzenuwachtig als ik rijd. Op zekere dag heeft ze een foto van mij naar een man gestuurd. Wanneer ik moet fietsen, denkt hij aan mij, dan laat hij een paar kaarsjes branden. Nee, ik ken hem niet, hij is een kennis van mijn moeder. Ik vind het wél zeer rustgevend. Ik beschouw hem als een soort Jomanda. Baat het niet, het schaadt ook niet.''

,,Ik heb meer van die dingetjes. Ik heb ook een tijdje blauwe bolletjes-sokken aangetrokken voor een wedstrijd. Ik hecht aan bepaalde bad- en massagerituelen. Laatst liepen we met de Nederlandse selectie over het parcours. We vonden een golfballetje. Sindsdien draag ik het bij me. Op het WK moet het geluk brengen.''

Daphny van den Brand zou de klautertocht naar de internationale top graag minder van mystieke bijzaken af willen laten hangen. Sinds enige tijd richt ze haar aandacht volledig op het crossen. De mountainbike staat sinds kort in het schuurtje te roesten, op de weg liet ze zich al veel langer niet meer zien. ,,Dat ging vrij goed, maar het fietsen in ploegverband stond me tegen. Ik vond de omgang met andere meiden niet leuk. Crossen doe ik al vanaf mijn achtste. In 1995 ben ik het mountainbike erbij gaan doen. Qua techniek heeft het een beetje weg van veldrijden. En het is een individuele sport, De sterkste wint onherroepelijk.''

Ze personifieert zich graag met Leontien van Moorsel; ook iemand die het liefst zelf de mensen om zich heen zoekt en fanatiek verheven doelen nastreeft. ,,Haar manier van werken vind ik een aansprekend voorbeeld. Wat ze wil bereiken, bereikt ze ook. Dat wil ik ook, maar in Nederland loop ik vast. De veldritten hier vind ik niet leuk. In het buitenland heb je betere klimmetjes.''

Op de terreinfiets zou Van den Brand zich tot een potentiële deelneemster aan Olympische Spelen kunnen opwerken, maar dat onderdeel van het wielrennen spreekt haar steeds minder aan. ,,Bij mountainbike volstaat duurtraining om goed te zijn. Het veldrijden is veel specifieker.'' Een vergelijking met haar mannelijke evenknieën Nijs, Groendendaal en Van der Poel gaat alleen bij de tweede niet mank. En dat niet omdat de thuisrijder van morgen in internationaal gezelschap ook meestal de tweede viool speelt. ,,Richard kan, net als ik, heel lang in het rood rijden. Het is belangrijk dat je dat kunt. Want dan houd je het die veertig minuten dat je moet rijden, makkelijk vol. Verder is Richard fel, dat ben ik ook. En hij moet het maar in beperkte mate van zijn techniek hebben.'' Ook is Groenendaal in de sprint te vaak de op voorhand geklopte renner. ,,Op de weg was ik wel een pure sprintster,'' zegt Van den Brand. ,,Dat was eens. Ik heb nu niet meer van die dikke sprintersbenen.''

Erkenning van het veldrijden voor vrouwen is één ding, maar lucratief zal het voorlopig niet worden. Een optimale voorbereiding op het seizoen blijft een schone droom. ,,Ik zou in dat kader graag wat etappekoersjes in het buitenland willen rijden. Maar ik zit niet in de nationale wegselectie en kan dat dus vergeten.'' Het trainen achter de brommer van haar vriend leeft vaak op gespannen voet met het werk in een kinderdagverblijf. ,,Het is voorlopig het belangrijkste dat we dit weekeinde ons bestaansrecht afdwingen. Er van leven kan onmogelijk. Ik heb een materiaalsponsor en krijg wat onkostenvergoeding. Wanneer ik in Nederland een wedstrijd win, levert me dat welgeteld 55 gulden op.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden