PINKSTERBLOEM een frele freule aan de waterkant

Vroeger plukten we handen vol pinksterbloemen. De weiden stonden er vol mee. De bloemen kleurden het grasland tegen eind april teer lilaroze. Tegenwoordig krijg je niet snel meer de kans een boeket pinksterbloemen te plukken. Ondanks de sociale controle van voorbijgangers die het plukken afkeuren - eigenlijk wel terecht - zie je zelden meer hele velden bloeiende pinksterbloemen.

O ja, ze zijn er nog wel, maar de meeste liggen in natuurreservaten of in streken met weinig intensieve landbouw. En die zijn tegenwoordig dun gezaaid in agrarisch Nederland. In een land waar mestoverschotten een probleem zijn en waar diepe ontwatering bijna overal wordt toegepast, heeft de pinksterbloem de wijk genomen uit de weilanden.

Zij is maar een van de slachtoffers van overbemesting en waterstandsverlaging. Veel weideplanten die vroeger algemeen waren, kunnen daar niet tegen. Gewone ereprijs, scherpe en knolboterbloem, veldzuring, echte koekoeksbloem, witte klaver, biggekruid en veel vormen van de paardebloem zijn allemaal uit de weilanden verdwenen. De altijd al veel zeldzamere margriet, kievitsbloem, gevlekte orchis, zwarte rapunzel en adderwortel gingen die gewone soorten al voor, toen kunstmest in zwang kwam. Zelfs de meeste grassen voelen zich in de te voedselrijke graslanden niet meer thuis. Al die vroegere weideplanten zijn nog te vinden op lage slootkanten en in wegbermen.

De pinksterbloem vind je nauwelijks meer in weidegebieden met machinaal gegraven sloten, met steile oevers. Waar de oevers geleidelijk naar het water glooien, vindt de plant nog mogelijkheden. Dat zijn bijna de enige plekken waar ze nog even uitbundig bloeien als vroeger in de weiden. Gelukkig zie ik nu ook steeds meer pinksterbloemen in vochtige gazons in het openbare groen, vooral aan sierwateren.

De hoofdbloei valt in de eerste meihelft. De naam klopt dus meestal aardig, zij het dit jaar niet. De eerste bloemen openen zich gewoonlijk rond pasen. Daarom worden ze in Drenthe en op Schouwen paasbloem genoemd. Door hun bouw verraden ze dat de pinksterbloem een lid is van de kruisbloemenfamilie. Ze hebben vier kroonbladen, die samen een kruis vormen. Die kruisvorm is ook in de andere bloemdelen terug te vinden. Er zijn vier groene kelkbladen, die de bloem helemaal omhullen, als die nog in knop is. Tegen het ontluiken kijken de lilaroze kroonblaadjes als een puntje tussen de groene kelkbladen uit. In de open bloem zie je vier meeldraden, maar als je goed kijkt, zie je dat de pinksterbloem er zes heeft: twee andere meeldraden zijn veel korter dan de vier, die meteen opvallen. Tussen de meeldraden zit een gladde, groene stamper, die enigszins de vorm van een fles heeft.

De pinksterbloem is een overblijvende plant met een heel korte wortelstok, die al in de winter een rozetje op de grond ontwikkelt. De bladeren zijn samengesteld uit kleine blaadjes, die tegenover elkaar staan. Elk blad heeft zo'n vijf tot zeven paren zijblaadjes met een enkel blaadje aan de top. De onderste bladeren hebben rondere blaadjes dan de hogere, die aan de bloeistengel zitten. Daarvan kunnen de zijblaadjes heel smal zijn.

Vlinders

Boven aan de bloeistengel staan de bloemen in een tuil. Elke bloem heeft vier honingklieren aan de voet van de meeldraden. De nectar uit die klieren vloeit in het zakvormige onderste deel van de kroonbladen. In de tijd dat de pinksterbloemen bloeien, vliegen juist veel witjes. De eerste grote koolwitjes verschijnen in de eerste helft van april. Ze komen vaak op bezoek. Later zijn het vooral knollewitje en klein geaderd witje, die je op de bloemen ziet. Het kleine geaderde witje is van de andere twee witjes te onderscheiden door de als met donker poeder bestoven aderen aan de onderkant van de achtervleugels.

Een familielid van de witjes is nog meer een vlinder van de pinksterbloem. Het is de oranjetipvlinder. De vrouwtjes lijken sprekend op een koolwitje, maar de onderkant van de achtervleugels is groen met wit geblokt. De mannetjes zijn met geen enkele andere dagvlinder in ons land te verwisselen, want ze hebben een grote, diep oranje vlek op de bovenkant van de voorvleugels, vlak bij de punt. Als een mannetje voorbij vliegt, valt dat meteen op. Maar strijkt hij neer op de pinksterbloemen, dan is hij meteen verdwenen. Hij klapt de vleugels samen en is dan groen en wit gevlekt. Nog moeilijker is hij terug te vinden op de wit met groene bloemtuil van het look-zonder-look, een kruisbloemige, die zijn voorkeur heeft op plekken waar weinig pinksterbloemen groeien.

Oranjetipjes beginnen nu te vliegen. De mannetjes zwerven rusteloos langs bosranden op zoek naar vrouwtjes. Na de paring fladderen de vrouwtjes over weitjes waar veel pinksterbloemen bloeien of door het bos op zoek naar look-zonder-look. De oranjetip legt haar eitjes op beide kruisbloemigen. Look- zonder-look is de voornaamste voedselplant in de duinstreek, waar oranjetipjes hier en daar algemeen voorkomen. De groene rupsen zijn in de zomer te vinden, wat ook al weer moeilijk is door de uitstekende schutkleur.

Op brood

De pinksterbloem is familie van de tuinkers en je kunt het blad net zo eten, op brood met citroen en suiker of door de sla. Die blaadjes wortelen heel gemakkelijk in vochtige grond. Door maaien kunnen pinksterbloemen in vochtige parkgazons, waar de afgesneden blaadjes na de verwijdering van het maaisel op de grond blijven liggen, massaal worden verspreid. Als de blaadjes beworteld zijn, groeien daarop heel kleine pinksterbloemplantjes met blaadjes van maar een paar millimeter. Soms zie je die plantjes ook op de onderste bladeren van pinksterbloemen, die op heel natte plekken groeien, bijvoorbeeld in rietlanden. Zulke moeraspinksterbloemen zien er iets anders uit dan weidepinksterbloemen: ze zijn meestal niet lilaroze, maar wit en wat groter. Ze lijken dan op de verwante bittere veldkers, die vaak op dergelijke plekken te vinden is.

Ooievaarsbek

Naast de vegetatieve vermeerdering door stekken verspreidt de pinksterbloem zich door zaad. Na de bloei groeit het vruchtbeginsel uit tot een smalle, spitse hauw, waarin rijen ronde zaadjes zitten. Naar de vorm van de hauw heet de pinksterbloem in de westelijke Graafschap ook wel euversnep of uiverssnep. Als de hauw rijp is, barst ze met twee kleppen open en springen de zaadjes een stukje weg. Ze ontkiemen makkelijk tussen het gras.

De associatie met de ooievaar in de Graafschap komt in meer streken voor, maar dan gaat het meer om de bloemen. Heukels' Woordenboek der Nederlandsche Volksnamen van Planten (1907, reprint 1987) vermeldt dat voor Groningen (aiverbloum), NoordwestOverijssel (eileuversbloem), Salland (eiloversbloem) en de Veluwezoom (heilevers en uiversbloem). Maar de liefste namen hebben de Limburgers voor de pinksterbloem bedacht: lievevrouwekens en Katrienkes. Het doet denken aan het Engelse Lady's Smock. Inderdaad: pinksterbloemen hebben iets van vervlogen tijden, van juffers in roze japonnen, flanerend aan de waterkant.

EN VERDER

Publieksexcursies van het IVN: vandaag van 9.30 tot 12 uur fietstocht door het Wageningse Binnenveld en langs de Grift, vertrek van de brug tussen Benedeneind en Grote Beer; morgen Bospark in Alphen aan den Rijn, om 14 uur kinderboerderij in het park; 't Hooge Erf even buiten Hilversum aan de Hilversumsestraatweg naar Baarn, 14 uur restaurant 'Groot Kievitsdal'; donderdag Bergse Plas en de Rotte, 10 uur Weissenbruchlaan, bereikbaar met lijn 4 en bussen van Rotterdam CS.

Op 14, 15 en 16 april kunnen kinderen in het Fries NatuurMuseum in Leeuwarden met schelpen bezig zijn. Tot en met 4 mei is daar de tentoonstelling 'Een zee van schelpen', georganiseerd vanwege het 25-jarig bestaan van de Schelpenwerkgroep Friesland. Open van dinsdag/zaterdag van 10 tot 17 uur, op zondag van 13 tot 17 uur.

Overige natuurtentoonstellingen: tot 24 mei 'De kerkuil in Nederland', Milieu Educatie Centrum Eindhoven, Genneperweg 145 (maandag/vrijdag van 13.30 tot 17, zondag van 14 tot 17 uur); tot 1 juni expositie over muurvegetaties, Fort Hoofddijk, De Uithof in Utrecht (maandag/vrijdag van 8.30 tot 16 uur, zaterdag/zondag van 10 tot 16 uur, toegang 5,-); tot 30 juni 'Vleermuizen' met foto's, teksten en een nagebouwde vleermuizengrot, Natuurmuseum, Gerard Noodtstraat 21, Nijmegen; tot en met 6 september roofvogels en uilen, Noordbrabants Natuurmuseum, Spoorlaan 434 in Tilburg.

NATUUR DEZE WEEK

De eerste berken bloeien met slappe meeldraadkatjes, terwijl tegelijkertijd het lichtgroene blad opgevouwen tevoorschijn komt. - De zeggen aan de slootkant tonen tussen het scherpe, dofgroene blad al donkere 'vossestaartjes', de beginnende bloeiwijzen die in de loop van deze maand nog verder zullen uitgroeien. - Steeds meer paardebloemen komen in bloei in de weilanden en in voedselrijke bermen. - Heerlijk is het nu in de beekbossen in het oosten van het land. De bodem ziet hier en daar als besneeuwd door de vele volop bloeiende bosanemonen. Daartussen prijkt het geel van het speenkruid en van de eerste sleutelbloemen. Op een enkele plek is de zeldzame bosgeelster te vinden. - De fitis is terug in het land. Op 3 april hoorde ik zijn zacht vloeiende melodietje bij de Hatertse Vennen bij Nijmegen. - De merels hebben jongen in het nest. Mannetje en vrouwtje vliegen voortdurend aan met kleine regenwormen. - Het is nu de baltstijd van de haviken. In de bossen op de hogere gronden is deze roofvogel al lang niet zeldzaam meer. Hoog boven de dennen cirkelen mannetje en vrouwtje om elkaar heen. Af en toe laten ze het hoge 'kikikikiki...' horen, dat dieper klinkt dan de roep van de torenvalk. De typische baltsroep klinkt als 'kiejek-kiejek-kiejek...' - Op de weilanden is het nu een drukte van belang. Kieviten maken luid roepend wilde buitelingen, grutto's jagen achter elkaar aan, hoog in de lucht tiereliert de leeuwerik en lager bij de grond zingen de graspiepers. Grootste druktemaker is de scholekster of bonte piet.

Er zwemmen al bullekopjes rond van de bruine kikker. Het dril werd in de laatste maartdagen gelegd op ondiepe, zonnige plekken in plasjes en greppels, waar de kikkers elk jaar naar terugkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden