Pinkpop zat dit jaar in een wiebelige spagaat

Toeschouwers tijdens het optreden van Guus Meewis op Pinkpop. Het was dit jaar bovenal de Pinkpop van de overduidelijke generatiekloof. Beeld ANP

De 48ste editie van Pinkpop was een gedenkwaardige, alleen niet om muzikale redenen – maar gelukkig was daar Guus Meeuwis.

Die extatische vreugdekreet van de 11-jarige Juul, duidelijk zichtbaar op de grote schermen, nadat hij hoorde dat hij de gitaar mocht houden. Het maakte Pinkpop bíjna in een klap goed. Green Day-zanger Billie Joe had de jonge fan even daarvoor het hoofdpodium opgetrokken en gevraagd of hij een liedje kon meespelen. Het jochie rockte met verve, en kon zijn tranen na afloop niet bedwingen.

Ander prachtmoment: hoe de voormalige drafbaan in Landgraaf maandagmiddag als één man ‘Het is een nacht’ inzette, samen met Guus Meeuwis. Dergelijke momenten blijven festivalgangers bij. Ze zijn van het soort waaraan het dit jaar verder danig ontbrak, op de 48ste editie van Pinkpop, afgelopen Pinksterweekend.

Dat wil niet zeggen dat het geen gedenkwaardige editie was. Dat was het vooraf al, om de veelbesproken komst van het Canadese tieneridool Justin Bieber. Daarnaast kan deze Pinkpop de boeken in als die waarbij de Nederlandse ster-dj Martin Garrix als eerste dance-act ooit een Pinkpopdag afsloot. Overigens bewees hij dat dit makkelijk kon: met zijn bombardement aan opzwepende climaxen redde de 21-jarige Garrix de zaterdagavond, na de matte vertoning van Bieber.

Generatiekloof

Maar het was bovenal de Pinkpop van de overduidelijke generatiekloof. Garrix, Bieber, en hele trits populaire namen in hun kielzog, illustreerden de weg die het festival is ingeslagen: die naar verjonging, naar tieners die afkomen op pure pop. Gek genoeg een niche op de overvolle Nederlandse festivalkalender. Dat Pinkpop daar inspringt is niet verkeerd, het wisselende resultaat echter wel.

Want met zo’n meganaam als Bieber, stond de rest van het weekend in diens schaduw, hoe onterecht ook. Illustratief was hoe het publiek de bombast van Kensington zaterdagavond onbewogen over zich heen liet komen, wachtend op de Biebs. Die zaterdag was nagenoeg uitverkocht, op de twee Pinksterdagen was er met zo’n 30.000 onverkochte dagkaarten flink wat ruimte op het terrein. Zinderde het zaterdag van afwachting door vrolijk uitgedoste Beliebers, de andere twee dagen bleef het wat gelaten wachten op, ja, niks eigenlijk.

Nauwelijks stonden er acts die vooraf nieuwsgierig maakten. Zelfs Oasis-broertje Liam Gallagher, die voor wat spanning had kunnen zorgen, draaide maandag vooral op de automatische piloot. En dat een goede radioband nog geen stevige festivalact maakt, werd vooral op de zwakke tweede dag pijnlijk duidelijk. Gavin James, Kodaline, Clean Bandit, Imagine Dragons: ze doen het prima op de autoradio, maar slaan op een festivalweide zo dood als een festivalbiertje in de zon. De hits waren er, de vonk bleef achterwege.

De tekst gaat verder na de afbeelding.

Fans van Justin Bieber op Pinkpop. Beeld ANP Kippa

Kater

Uitzonderingen waren Chef’Special, die met hun zonnige feestje wél het veld meekreeg, net als Kaiser Chiefs, met een energieke combinatie van hun festivalhits van jaren terug (‘Ruby, Ruby, Ruby!’) en hun heruitgevonden discogeluid. Ook de ramstrakke psych-rock van My Baby overtuigde voor de zoveelste keer, met hypnotiserende frontvrouw Cato van Dijck als voorbeeld voor alle muurbloempjes die de avond ervoor stonden te krijsen bij Bieber.

Andere positieve uitzonderingen: het enorme springfeestje van Broederliefde, of de Jamaicaanse dancehall-grootheid Sean Paul die zijn hitmachine naar code rood schakelde. Naar ontroerende schoonheid was het even zoeken, maar in een weggestopt hoekje ontwapende de Nederlandse troubadour Charl Delemarre, met fijne rasp op zijn stem.

Toch blijft het veelzeggend dat de kater na Bieber pas écht werd weggespoeld door de pretpunkers van Green Day, afsluiters op de zondag. Hun geoliede rockmachine verraste beslist niet, maar enthousiasmeerde tenminste. Net zoals het veelzeggend is, en veelgehoord, dat Guus Meeuwis met zijn Pinkpopdebuut (!) maandagmiddag precíes bleek wat het festival nodig had. Ongedwongen de polonaise in de zon, de meesterentertainer liet Pinkpop uit zijn hand eten.

Kiezen

Ook een ware verademing was de supergroep Prophets of Rage - met leden van Rage Against the Machine, Public Enemy en Cypress Hill. Het betere goud van oud, met bovendien een prachtig eerbetoon aan de onlangs overleden Soundgarden zanger Chris Cornell ('Like a Stone', met Serj Tankian) en natuurlijk de RATM-klassieker 'Killing in the Name Off'.

Maar relevant, of spannend? Neuh. Net als de belegen rock van het Live, aan een weinig overtuigende reünieshow bezig. Of nu-metalband System of a Down, die zich snoeihard een weg rommelde door nummers die meer dan een decennium ook al voor kolkende moshpits zorgden. En met de weinig geïnspireerde rockband Kings of Leon, die stoïcijns hun nummers afwerkten, kreeg deze editie van Pinkpop de afsluiter die het verdiende.

Het was een wiebelige spagaat, dit jaar. Het is te hopen dat Pinkpop volgend jaar écht durft te kiezen wat het wil zijn, en in de breedte de risico's neemt die de organisatie nam in het boeken van Justin Bieber en Guus Meeuwis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden