Pingpongcoaches willen bovenop de tafel blijven zitten

De coaches binnen de internationale tafeltenniswereld staan op hun achterste poten. Een speciale commissie die zich bezighoudt met de imago-verbetering van de sport, heeft bepaald dat coaching vanaf 1 september 1993 niet meer is toegestaan. Evenals bij het tennis moeten de coaches straks plaatsnemen op de tribune. Het is de vraag of het ook zover komt. De coaches hebben hun krachten gebundeld en zijn niet van plan zich te laten verbannen.

In het tafeltennis mogen coaches hun pupillen ook tijdens de wedstrijden terzijde staan. Officieel is het hen alleen toegestaan tussen de games door aanwijzingen te geven, maar de meesten kunnen het niet laten om ook na rallies met technische en tactische tips te komen. De een verbergt zijn bewegende lippen achter een grote krullende snor, de ander trekt zijn pet zo diep naar beneden dat van het gezicht bijna niets meer is te zien. Een cursus buikspreken zou verplichte kost moeten zijn voor een tafeltenniscoach. Tijdens de pauzes tussen de games kunnen de coaches zich uitleven. Met wilde gebaren laten zij zien wat er allemaal misgaat. Alsof zijn pupil voor het eerst een bal slaat en nog nooit heeft gehoord van de tegenstander aan de andere kant van de tafel.

De voorstanders van het op handen zijnde coach-verbod zijn van mening dat coaches hun huiswerk voor een partij goed moeten doen en dat de spelers en speelsters zelf hun flesje drinken wel kunnen pakken. Bij de Top Twaalf in Kopenhagen geeft de Rus Igor Tateosow een geheel eigen interpretatie van het coachen. Zonder een spier te vertrekken kijkt hij naar de verrichten van zijn pupil, Elena Timina. De Russische bond had zich een ticket naar Kopenhagen kunnen uitsparen door een pop uit het wassenbeelden-museum van Madame Tussaud langs de baan te zetten. De Bulgaarse Daniela Guergueltsjeva doet het in de KB-hallen zonder coach. Geen Bulgaar is meer zo gek te krijgen om zich de huid vol te laten schelden door de Europees kampioene van 1990.

Het merendeel van de coaches vindt uiteraard dat zij een onmisbare schakel vormen in de vaak mentale oorlog die hun pupillen achter de tafel uitvechten. "Ik heb nog niet een argument gehoord waarom het goed zou zijn om de coaching te verbieden" , zegt Milan Stencel "en volgens mij is er ook niet een steekhoudend argument." De oud-bondscoach van Nederland leeft in de stellige overtuiging dat de nieuwe regel nimmer van kracht zal worden. Een kleine rondvraag heeft Stencel geleerd dat een groot aantal landen er niets voor voelt om de coaches in de ban te doen. Vanuit China, Duitsland, Nederland en Italie ontving hij al negatieve reacties op het coach-verbod. "Er is zoveel oppositie. Als we van onze sport een kopie van het tennis willen maken, zijn we beslist verkeerd bezig."

Commmercie

Onder aanvoering van de Japanse voorzitter Ichiro Ogimura werkt de Internationale Tafeltennisfederatie (ITTF) hard aan de aanblik van de sport. Commercie is het toverwoord en derhalve is het niet verwonderlijk dat er met een schuin oog naar het tennis wordt gekeken. Dat vindt ook Anders Thunstrom, de hoogste technische baas van de invloedrijke Zweedse bond. Als een van de weinige coaches is Thunstrom er voorstander van dat hij en zijn collega's straks vanaf de tribune moeten toekijken. "Het is nu vaak een chaos rond de plek waar een partij wordt gespeeld" , meent Thunstrom. "Het is uit commercieel oogpunt veel beter wanneer er op een clean floor wordt gespeeld. Alle mensen eromheen verstoren het beeld van de partij."

Thunstrom begrijpt best dat de meeste coaches fel gekant zijn tegen een verhuizing naar de tribune. "Waarschijnlijk zijn zij bang dat zij hun baan kwijtraken" , zegt de Zweed, die in de ogen van veel coaches makkelijk praten heeft, omdat hij na de komende wereldkampioenschappen in Gothenburg zijn werk als bondscoach neerlegt. "Laten we eerlijk zijn" , vervolgt Thunstrom, "het werk van een coach doet hij voor 85 procent voor de partij. Wat voor invloed heeft hij nog tijdens de wedstrijd?" Dat de ITTF met jaloerse blikken naar het tennis kijkt, vindt Thunstrom begrijpelijk. "We hoeven niet alles over te nemen, maar financieel zit het tennis goed in elkaar. Als de ITTF dat doel voor ogen heeft, worden ook de coaches er beter van."

De Nederlandse bondscoach Jan Vlieg voorspelt de ondergang van het tafeltennis als de coaches straks tussen familie-leden en toeschouwers moeten zitten. "Ik snap best dat de ITTF het plaatje commercieel aantrekkelijker wil maken, maar het coachen is nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met het tafeltennis. Zonder coaching hebben we straks een mooi plaatje, maar dan komt de ontwikkeling van de sport zonder twijfel in een negatieve spiraal terecht" , aldus de Groninger, die meent dat de vergelijking tussen tafeltennis en tennis op een aantal punten mank gaat. "Het probleem in tafeltennis is dat het een sport is met een gigantische moeilijkheidsgraad. Het is zo'n

tricky sport, die mentaal zo verschrikkelijk veel vraagt van een speler. Je zou supermensen moeten kweken om spelers zonder coach naar de top te leiden."

Vlieg realiseert zich ook dat de oppositie van de coaches voor een deel voortkomt uit emotionele bezwaren. Het is in zijn ogen niet leuk om veel geld, tijd en energie te investeren in een speler die je later niet mag coachen. "Op het moment dat zo'n speler internationaal aan de weg gaat timmeren, word je als coach het bos ingestuurd" , vertelt Vlieg, die rilt bij de gedachte dat tafeltennissers straks in navolging van de tennissers oogcontact moeten zoeken met hun coaches op de tribune. "Het is voor het publiek toch leuk om te zien hoe een coach en een speler tussen de games door met elkaar communiceren. We moeten er niet naar toe dat tafeltennissers in de toekomst ook met een handdoek over het hoofd op een stoel zitten. Want is dat dan zo'n commercieel mooi plaatje?"

Geen controle

Ook Stencel vindt dat tafeltennis zich niet te veel moet gaan spiegelen aan het tennis. De in Zagreb geboren, in Luxemburg wonende en in Duitsland werkzame coach meent dat de meeste nationale tennisbonden geen controle over de toppers hebben. Vlieg is het met Stencel eens dat de autoriteiten in het tafeltennis ervoor moeten waken dat de spelers de dienst gaan uitmaken. Vorig jaar organiseerden de spelers zich al in een vakbond (CTTP) en dat was voor de coaches het sein om ook de krachten te bundelen in de ETTCA, de European Table Tennis Coach Association. Stenzel werd gekozen tot voorzitter en Vlieg nam zitting in het bestuur. "Onze club was een antwoord op de club van de spelers" , legt Vlieg uit. "Straks bepalen de spelers waar en door wie er wordt gespeeld. Kijk naar Belgie, daar heeft Saive alle macht in handen. Zijn wil is wet en dat is een gevaarlijke situatie."

Onmiddellijk nadat het naderende coach-verbod door de ITTF werd aangekonigd, kwam de nieuwe trainingsbond in actie. Er werd een brief gestuurd naar de Wilhelm Gab, de Duitse voorzitter van de Europese Tafeltennisunie, de ETTU. Gab kon zich vinden in de bezwaren van de coaches en beloofde de kwestie te bespreken met Ogimura, de ITTF-baas, die gisteren een bliksembezoek bracht aan het Top Twaalf-toernooi in Kopenhagen. Tijdens een persconferentie beaamde de Japanner dat de ITTF van het tafeltennis een van de belangrijkste sporten wil maken. Hij sprak over een mogelijk totaal plakverbod, over nieuwe materialen om de rallies langer te maken en over de lopende studies over een gewijzigde puntentelling. Maar met geen woord repte hij over de verbanning van de coaches.

Zelfstandig

Bij de komende WK in Gothenburg buigt de ITTF zich over het coachverbod, dat volgens Stencel snel van tafel moet worden geveegd. "Thunstrom zegt dat een speler van achttien jaar in staat moet zijn om zelfstandig zijn partijen af te werken" , aldus Stencel. "Daar heeft hij wel gelijk in, maar het geldt natuurlijk niet voor alle spelers. In Duitsland coach ik momenteel een speler van 24 jaar, Prause, die pas twee jaar internationaal actief is. Hij kent nauwelijks iemand in het internationale circuit. Zonder coach maak je zo'n speler kapot." Stencel vindt het geen wonder dat Thunstrom voorstander is van de afschaffing van het coachen. "Als ik coach van de Zweden was, zou ik daar ook voor zijn. Hij heeft vijf absolute toppers tot zijn beschikking. Hij heeft maar een probleem en dat is om er drie te selecteren voor een ploeg."

Stencel verliet in 1984 Nederland. Hij werd eerst bondscoach van Belgie en via Italie is hij inmiddels terecht gekomen in Duitsland, waar hij de topclub Grenzau coacht. Anderhalf jaar geleden accepteerde hij het aanbod vanuit Zagreb om bondscoach van Kroatie te worden. Over de situatie in het voormalige Joegoslavie is Stencel bijzonder pessimistisch. "Ik voel dat een oplossing van de problemen erg ver weg is. Ik weet hoe heet de hoofden daar zijn en internationale politiek doet helemaal niets. Het is toch schandalig dat het meeste geld tegewoordig wordt verdiend in de wapenindustrie. Ik voorspel grote moeilijkheden in heel Europa. De mensen denken te individualistisch en kunnen zich moeilijk met een groep identificeren. Het wantrouwen is groot. Ik merk dat aan mijzelf. Als iemand mij vraagt hoe laat het is, denk ik: waarom vraagt hij dat aan mij, wat zal daar achter zitten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden