Pillen kunnen goedkoper

De Antwerpse huisarts Dirk van Duppen bond de strijd aan tegen de pillenmarketing van de farmaceutische industrie. Door zijn toedoen veranderde de Belgische overheid het geneesmiddelenbeleid. Niet tot tevredenheid van Van Duppen overigens. ,,De industrielobby heeft toch nog gewonnen.’’

Dirk van Duppen is een activistisch huisarts. Op zijn spreekkamer in de dokterspraktijk van ’Geneeskunde voor het volk’ ligt een stapeltje van het PVDA-partijblad Solidair voor het grijpen. Politiek en geneeskunde liggen bij deze dokter in elkaars verlengde.

Van Duppen hoopt op een zetel in de deelraad van Deurne, stadsdistrict van Antwerpen. De arts die in de jaren tachtig werkte in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatilla in Libanon is actief in de Belgische PVDA, een politieke partij die nog het best te vergelijken is met de SP in Nederland.

Van Duppen is ook de man die ’het kiwi-model’ in België introduceerde, een methode om de almaar stijgende uitgaven voor geneesmiddelen te beteugelen. Het kiwi-model is de naam die de huisarts bedacht voor het systeem waarmee Nieuw-Zeeland de medicijnkosten beheersbaar probeert te houden. Inmiddels proeft ook België als eerste land in Europa van de kiwi.

In Nieuw-Zeeland komen geneesmiddelen pas voor vergoeding in aanmerking na een openbare aanbesteding. Een onafhankelijke commissie van deskundigen beoordeelt eerst groepen van onderling vergelijkbare pillen op effectiviteit en veiligheid. De fabrikanten van de middelen die het beste scoren mogen een prijsopgave doen. Het middel met de laagste aanbiedingsprijs komt als medicijn van eerste keuze op Nieuw-Zeelandse lijsten van middelen die voor volledige vergoeding in aanmerking komen. Andere pillen mogen wel worden voorgeschreven, maar de patiënt loopt de kans dat er moet worden bijbetaald.

Ondanks een heftige tegencampagne van de farmaceutische industrie in Nieuw-Zeeland, werd het systeem in 1993 ingevoerd. Het effect was spectaculair: In 2005 werd in Nieuw-Zeeland (4 miljoen inwoners) voor 275 miljoen euro aan geneesmiddelen uitgegeven, bij ongewijzigd beleid was dat bijna 700 miljoen euro geweest.

Het kiwi-model werkt zo goed doordat fabrikanten van geneesmiddelen zich de laatste jaren minder toeleggen op innovatie en meer op het namaken van elkaars succesproducten, de me too’s. Van de nieuwe middelen die op de markt komen is meer dan driekwart geen innovatie, maar meer van hetzelfde. Het zijn de pillen die op grote schaal worden geslikt en waaraan het meest wordt verdiend – bloeddrukverlagers, cholesterolmiddelen, maagzuurremmers. In België wordt, net als in Nederland, dit soort middelen soms door tien tot twintig verschillende fabrikanten gemaakt.

Dirk van Duppen stuitte op het Nieuw-Zeelandse model toen hij een boek schreef over de marketing van de farmaceutische industrie. In ’De Cholesteroloorlog. Waarom Geneesmiddelen zo duur zijn’ (2004) brak Van Duppen een lans voor het kiwi-model.

Hoewel de farmaceutische industrie de conclusies van zijn boek met grote felheid bestreed, zijn er tot dusver 7000 exemplaren van verkocht. Van Duppen: ,,De Artsenkrant, een door de industrie gesponsord blad dat tweemaal per week gratis aan alle artsen in België wordt gestuurd, zweeg eerst vier weken lang over mijn boek terwijl het in die tijd op elk tv- en radiostation en in iedere krant werd besproken. Daarna zette het blad in 26 opeenvolgende nummers de aanval in. Ik moest uiteindelijk procederen om mijn recht op wederhoor te krijgen. Maar de actie van De Artsenkrant schoot haar doel voorbij: ik werd de bekendste huisarts van België, ook in Wallonië. Het werkte als een boemerang.’’

Sinds de publicatie van zijn geruchtmakende boek is Van Duppen veelgevraagd spreker op universiteiten en wordt hij door de Belgische overheid geraadpleegd als deskundige op het gebied van farmamarketing. De huisarts stelde in ’De Cholesteroloorlog’ vast dat de Belgische overheid ieder jaar honderden miljoenen over de balk smijt door te dure middelen te vergoeden. ,,En dit gebeurt terwijl er volop goedkopere middelen voor handen zijn, waarvan de veiligheid en effectiviteit vaststaat.’’ Van Duppen denkt dat ook Nederland veel geld, honderden miljoenen, kan verdienen met het kiwi-model. De effectiviteit van de Nieuw-Zeelandse constructie blijkt volgens hem uit het voorbeeld van het antidepressivum Cipramil van de Deense fabrikant Lundbeck. Van dit middel (met als werkzame stof citalopram) is het patent verlopen. Sindsdien brengen elf fabrikanten het op de markt. Maar de prijs ligt bij alle leveranciers opmerkelijk dicht bij elkaar in de buurt. In Nederland kosten 28 tabletten citalopram rond de 22 euro.

In 2005 werden in Nederland bijna 800.000 recepten uitgeschreven voor dit antidepressivum, de totale kosten bedroegen ruim 23 miljoen euro. In Nieuw-Zeeland konden fabrikanten van dit middel in een openbare aanbesteding een prijsopgave doen. Er kwam een veel lagere prijs uit de bus: 28 pilletjes citalopram bleken slechts 3,33 euro te hoeven kosten. Omgerekend naar Nederlandse verbruikscijfers zou het kiwi-model voor dit middel een besparing opleveren van bijna 20 miljoen euro. Voor België becijferde de Antwerpse huisarts het voordeel op zo’n 36 miljoen euro (citalopram is daar tien euro per 28 tabletten duurder). Volgens Van Duppen kan dit voorbeeld worden herhaald voor tal van andere veelgebruikte medicijnen.

Zijn pleidooi voor invoering van het kiwi-model sloeg aan bij het Belgische parlement. Een commissie van de senaat reisde begin 2005 naar Nieuw-Zeeland, bestudeerde het kiwi-model en kwam enthousiast terug, hoewel parlementariërs ook kritische kanttekeningen plaatsten. De Belgische minister van sociale zaken en volksgezondheid Rudy Demotte kondigde afgelopen maand aan dat hij het kiwi-model op beperkte schaal gaat toepassen. Hij introduceerde aanbestedingen voor twee groepen geneesmiddelen: cholesterolverlagers en maagzuurremmers.

Maar Van Duppen is niet blij met het initiatief. ,,Het kiwi-model wordt enkel toegepast op geneesmiddelen waarvan het patent al is verlopen. Er wordt dus concurrentie georganiseerd tussen de fabrikanten die generieke producten maken. De grote farmaceutische bedrijven blijven buiten schot.

Dit is het gevolg van een perfecte lobby van de industrie. Ze hebben zich aanvankelijk stevig geroerd toen er sprake was van het kiwi-model in België, maar zijn ineens stil nu Demotte met zijn voorstel naar buiten is gekomen. Ik begrijp dat wel. Bij de cholesterolverlagers blijven de kaskrakers als lipitor van Pfizer en crestor van AstraZeneca keurig buiten schot omdat daarop het patent nog staat. Het zijn juist die dure middelen die massaal worden voorgeschreven.’’

De Nederlandse reacties op het Nieuw-Zeelandse model zijn gemengd. In Nederland bestaat sinds 1999 het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS), waarin geneesmiddelen die onderling vervangbaar zijn aan een vast prijsplafond zijn gebonden. Maar die limieten zijn nooit meer aangepast. Bovendien zijn de fabrikanten van generieke middelen dicht tegen het prijsniveau van de spécialités gaan zitten, waardoor er amper nog sprake is van concurrentie.

Daar komt bij dat minister Hoogervorst de afgelopen jaren afspraken maakte met de farmaceutische sector over fikse prijsverlagingen van geneesmiddelen, die ook in generieke varianten beschikbaar zijn. Dit jaar denkt Hoogervorst met de geneesmiddelenconvenanten 843 miljoen te besparen en komend jaar 971 miljoen. De innovatieve farmaceutische bedrijven doen alleen mee omdat de minister heeft beloofd dat er voorlopig niet wordt getornd aan de limieten van het GVS.

Volgens hoofdredacteur Dick Bijl van het Geneesmiddelenbulletin was het GVS in zijn opzet een goed systeem. ,,Maar het is aan vervanging toe omdat fabrikanten van generieke middelen hun prijzen hebben opgeschroefd.’’

Het College van Zorgverzekeringen vindt het GVS een goed systeem. Het CVZ werkt aan een ’modernisering’ en gaat ervan uit dat het GVS na afloop van de convenanten in opgetuigde vorm weer zal gaan functioneren.

Ook de geestelijk vader van het GVS, Joost de Metz van het instituut voor verantwoord medicijngebruik DGV, meent dat het systeem in Nederland heeft geleid tot een gemiddeld lager prijsniveau van geneesmiddelen. ,,Het GVS kan ook worden gebruikt als dwangmiddel’’, zegt De Metz. ,,De fabrikanten weten dat de limieten omlaag kunnen worden gebracht en die wetenschap maakt het makkelijker te onderhandelen over convenanten. Onze prijspolitiek is redelijk goed.’’

Joost de Metz wijst erop dat zorgverzekeraars wel in de positie verkeren dat ze openbare aanbestedingen, zoals in Nieuw-Zeeland, kunnen invoeren. Een collega van De Metz, directeur/voorzitter van DGV Ruud Coolen van Brakel vindt het kiwi-model wel interessant voor Nederland. ,,Het zou misschien kunnen in aanvulling op het GVS. Maar we moeten het niet doen zoals in België. Dat is een waterige oplossing, een homeopatische versie van het kiwi-model.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden