Column

Piketty zet meer zoden aan de dijk dan Samsom

De Franse econoom Thomas Piketty. Beeld afp
De Franse econoom Thomas Piketty.Beeld afp

Thomas Piketty heet de nieuwe held van links. De Franse econoom wordt al de nieuwe Karl Marx genoemd, al ontkende hij zaterdag in een interview in deze krant de gelijkenis. Volgens Piketty vertelt hij een compleet tegenovergesteld verhaal.

Anders dan Marx beweerde, is er volgens Piketty economisch gezien geen reden dat ongelijke bezitsverhoudingen logischerwijs het einde van het kapitalisme zullen inluiden. Sterker, ongelijkheid zou vanuit economisch oogpunt tot in het oneindige kunnen bestaan. Maar dat is uit sociaal oogpunt ongewenst, en zullen we met politieke middelen moeten voorkomen. Geen economisch determinisme maar zelf ingrijpen, is de boodschap van Piketty.

Inkomen uit vermogen groeit veel sneller dan inkomen uit arbeid. Na een daling van dat verschil na de oorlog, stijgt de kloof weer sinds het tijdperk van Margaret Thatcher en Ronald Reagan. Ook in Nederland is sprake van een groeiende ongelijkheid. Momenteel bezit één procent van de Nederlanders 23 procent van het totale vermogen. Bij arbeidsinkomens is die ongelijkheid veel kleiner: de één procent hoogste inkomens verdienen in dit land zes procent van het totale arbeidsinkomen.

'Daar moet je iets aan doen'
De studie van Piketty komt op een prachtig moment in de Nederlandse discussie over fiscale politiek. Op zoek naar mogelijkheden om de economisch uiterst improductieve lasten op arbeid te verlagen, kan de belasting op vermogen goed in beeld komen.

Diederik Samsom is kennelijk al klaar met die zoektocht. Dat één procent van de Nederlanders 23 procent van het vermogen bezit, is volgens hem uitermate oneerlijk. "Daar moet je iets aan doen", stelde hij vorige week in een interview in De Volkskrant. Die uitspraak is zo algemeen dat je het bijna niet oneens kunt zijn met de PvdA-leider.

Ooit voerde een Nederlands kabinet, aan het begin van deze eeuw, een vermogensrendementsheffing in. Ongeacht het werkelijk genoten inkomen uit beleggingen of spaargeld, over het vermogen werd 1,2 procent belasting geheven. Dat kwam de geestelijk vaders van de heffing, minister van financiën Gerrit Zalm en zijn staatssecretaris Willem Vermeend, op zware kritiek te staan; 1,2 procent was een belachelijk laag tarief bij een gemiddeld rendement van vier procent. Maar de tijden zijn veranderd. Vier procent is over normale vermogens bijna onhaalbaar, waardoor het netto-inkomen uit vermogen, na aftrek van inflatie en belasting, op nul, zo niet negatief uitkomt.

Pensioenfonds
Wat bedoelt Samsom dan precies met het meer belasten van vermogens? En op welke vermogens doelt hij dan precies? In de bewijsvoering van de groeiende ongelijkheid gaat het over vrij beschikbaar vermogen. Wordt rekening gehouden met in eigen huis en pensioenfonds gestort vermogen, dan zijn de verschillen in Nederland minder schril.

Samsom is wel iets preciezer. Vermogens aan de bovenkant belasten, bepleit hij. Dat duidt op een progressieve belasting: de aanslag wordt hoger naarmate het vermogen groter is. Akkoord. Maar vanaf welk vermogen gaat de aanslag dan omhoog? En denkt hij nu werkelijk met die (karige) opbrengst de lasten op arbeid betekenisvol te kunnen verlagen?

Vermogens aanpakken klinkt lekker. Het is stoer en het komt tegemoet aan gevoelens van rechtvaardigheid en (ongetwijfeld) jaloezie. Maar of het werkelijk zoden aan de dijk zet....

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden