Review

Pijpenkoppen in de taiga

Russen die vermoeden dat ze Nederlands bloed in de aderen hebben, stammen misschien af van de Nederlanders die in Archangel een handelspost hadden. Meer dan twee eeuwen heeft die post gefloreerd.

Het was min of meer toeval. Schipper Claes Jansz van Hoorn wilde voor anker gaan bij Cholmogori in de Poedozjemski-delta, vlakbij de monding aan de Witte Zee. Maar op de hielen gezeten door Deense oorlogsschepen vluchtte hij de rivier op, voor een ongewis avontuur. Want lagen daar geen zandbanken? En zou zijn koopvaarder dan niet stranden en reddeloos in handen vallen van de jagende Denen?

Het was 1582. Met kloppend hart zeilde Claes Jansz van Hoorn de onbekende rivier op en ontdekte dat schepen uit West-Europa veel verder de binnenwateren van Noord-Rusland konden opvaren dan men voor mogelijk had gehouden. Bij het klooster van de aartsengel Michael liet hij zijn anker vallen, wat een stuk veiliger was dan bij Cholmogori.

Daarmee nam het lot van Michajlo-Archangelski monastir een endere wending. De afgelegen nederzetting aan de Noordelijke Dvina, bestaande uit twee kleine houten kerkjes, één abt en dertien monniken, omringd door een eindeloze en zompige taiga, zou uitgroeien tot een aanzienlijke handelspost. Rusland kreeg naast Sint-Petersburg een nieuw venster op Europa, en Nederland, dat knarsetandend moest buigen voor de Deense hegemonie op de Oostzee, vond een prachtig alternatief voor de handel op Rusland. In Archangel.

Zo vreemd is het dus niet dat medewerkers van het Arctisch Centrum in Groningen hun oog hebben laten vallen op de geschiedenis van deze Noord-Russische stad. Louwrens Hacquebord en Jan Willem Veluwenkamp zijn inmiddels aardig thuis aan de Dvina. Professor Hacquebord, hoogleraar archeologie en directeur van het centrum, heeft vorig jaar met Russische collega's van de Pomoren Universiteit in Archangel veldonderzoek gedaan naar restanten van de Nederlandse aanwezigheid. Van de handelspost in Cholmogori was geen spoor terug te vinden, in Archangel lagen de Hollandse overblijfselen daarentegen bij wijze van spreken op straat. Historicus Veluwenkamp deed in Nederland en Rusland gedegen studie naar de handelsbetrekkingen die Nederlanders tussen 1550 en 1785 via Archangel met Rusland hadden, wat afgelopen najaar resulteerde in een boek over dit onbekende stukje geschiedenis.

Voor de onderzoekers uit Groningen is er alle reden om terug te keren naar de plek waar het in 1582 met Claes Jansz allemaal begon. De relatie tussen Russische en westerse wetenschappers, jarenlang gedomineerd door een Siberische vrieskou, is de laatste jaren sterk ontdooid. Hacquebord, die omstreeks 1980 naam maakte met de opgraving van het 17de-eeuwse Nederlandse walvisvaartstation Smeerenburg op Spitsbergen, herinnert zich van zijn verblijf in Moermansk in 1987: ,,Alles zat potdicht. Ik wilde toen al naar Archangel, maar dat was een verboden stad. Ook een bezoek aan Nova Zembla, waar Willem Barentsz met zijn mensen in 1596 had overwinterd, was absoluut uit den boze.'

In 1989 was hij weer in Moermansk, om te overleggen over wetenschappelijke samenwerking tussen Nederlanders, Noren en Russen, maar het duurde nog tot 1991 voordat hij toestemming kreeg om naar Archangel af te reizen. Een jaar later ging de deur naar Nova Zembla voor hem open en kon hij eindelijk - samen met Russische collega's - de plaats onderzoeken waar Barentsz' Behouden Huys heeft gestaan.

Veluwenkamp was inmiddels bij het Arctisch Centrum in dienst getreden om de commerciële aanwezigheid van Nederlanders in de 16de, 17de en 18de eeuw in Archangel in kaart te brengen. Met een goede introductie lukte het hem binnen te komen in de Russische bastions. ,,Dankzij de contacten die Louwrens had opgebouwd, werd ik in Archangel aan Jan en alleman voorgesteld en gingen de archieven in Moskou en Sint-Petersburg voor me open. Vanaf dat moment kwam er een uitwisseling op gang: zij hadden heel lang droog gestaan wat West-Europese literatuur betreft en ik wist eerlijk gezegd niets van Russische onderzoek af.'

De samenwerking groeit, de Groningers hebben meegedaan aan congressen in Archangel en zij boden de Russen de kans om te publiceren in westerse uitgaven, een gelegenheid die de armlastige collega's dankbaar aangrijpen. Het heeft voor de Nederlanders het voordeel dat hun netwerk wordt uitgebreid en dat nieuwe projecten van de grond kunnen komen.

Archangel is een logisch vervolg op zijn archeologisch onderzoek naar het verblijf van Nederlanders in de arctische wereld, zegt Hacquebord. Op Spitsbergen hebben walvisvaarders nederzettingen gehad, maar dat was geen permanente bewoning. Op Nova Zembla heeft de aanwezigheid maar één miserabele winter geduurd. In de regio Archangel hebben Nederlandse kooplieden daarentegen van 1570 tot eind 18de eeuw heel geregeld vertoefd, zijn er veel schippers en zeelui 's zomers geweest en moeten duizenden Nederlanders hebben gewoond. ,,Voor ons is Archangel op sociaal, economisch en cultureel gebied van groot belang geweest.'

Het begon allemaal in 1565 met het dramatische verhaal van Philips Winterkoning uit Oltgensplaat, die als werknemer in Deense dienst al aardig bekend was geraakt in het noorden van Europa en contacten had opgebouwd met Russische monniken op het schiereiland Kola. Na een conflict met de Denen, die het in Noorwegen voor het zeggen hadden, besloot Winterkoning voor zichzelf een handeltje te beginnen. Hij reedde een schip uit naar de kust van Moermansk, laadde daar kabeljauw, traan en zalm in en stuurde het vaartuig alvast naar zijn compagnon in Antwerpen. Zelf huurde hij een Russische schuit en trok verder naar de Witte Zee. Nog nagenietend van een geslaagde ruilhandel met Russische kooplui werd hij door hen in zijn slaap overvallen. Zijn metgezellen werd de keel afgesneden. Zelf vluchtte hij aan land, maar werd daar met een pijl gedood.

De Antwerpse koopman Jan van de Walle liet zich niet tegenhouden door dit treurige nieuws. In 1578 zeilde hij met vier schepen (waaronder vermoedelijk één oorlogsschip) de monding van de Poedozjemski op, tot voorbij het St. Nicolaasklooster. Vermoedelijk was hij de eerste (West-)Europeaan die zo ver naar het oosten een ankerplaats koos. Er waren al tientallen jaren Engelsen gesignaleerd, maar die durfden niet met zeeschepen de rivier op. Zij waren neergestreken op het eiland Jagri, hadden daar wat pakhuizen en woningen gebouwd en hadden hun stek Rozeneiland gedoopt. Met kleinere Russische lodja's voeren zij verder naar Cholmogori, waar ze met de Russen handel mochten drijven.

Ook Van de Walle kreeg zo'n permissie van tsaar Ivan IV en liet in de de buurt van zijn ankerplaats een huis en een paar pakhuizen bouwen. De volgende jaren koersten meer Nederlandse schepen richting Cholmogori, tot ontsteltenis van de Deense koning: die zag deze gang van zaken als ondermijning van de scheepsroute via de Baltische Zee (Oostzee) waarvoor hij bij de Sont een stevige tol kon heffen. En zo gebeurde het in 1582 dat Claes Jansz de rivier opvluchtte en de ankerplaats bij Archangel ontdekte.

In rap tempo ontwikkelde het Aartsengel Michael-klooster zich tot een levendige handelsplaats. Iwan IV, die zich vanwege zijn barbaarse optreden de naam De Verschrikkelijke verwierf, had in de ogen van de Nederlanders een heel wat positiever imago: hij gaf hun toestemming vanuit Archangel handel te drijven en zette daarmee volgens Veluwenkamp de ramen naar Europa open. Zijn zoon Fedor gelastte zelfs dat Archangel voortaan de enige handelshaven van het Russische noorden zou zijn.

De Engelse primeur op Rozeneiland verwelkte snel, de Nederlandse koopvaardij bloeide daarentegen ongekend. In 1604 kwamen 17 van de 29 Europese schepen die op de Dvina ankerden, uit Holland. Veluwenkamp oordeelt dat hun koopmanschap de Nederlanders veel heeft opgeleverd. Met ruime schenkingen verwierven zij de gunsten van de tsaar en zijn hof. En ze verkregen bovendien een superieure positie ten opzichte van andere landen, omdat zij van alle (internationale) markten thuis waren: ze voerden Russische producten als bont, juchtleer, kaviaar, graan, teer en hennep naar het westen uit en importeerden wapens, specerijen, laken, juwelen en zelfs kerkklokken (die van het Kremlin bijvoorbeeld).

In de zomer zaten ze in Archangel en werden goederen over de rivieren van en naar Moskou verscheept, in de winter gebeurde dat over het ijs. Her en der werden steunpunten opgericht en ontstonden weer nieuwe handelscentra. De Nederlandse kolonie in Archangel groeide zelfs zo uit dat er een kerkje werd gebouwd en uit het vaderland een predikant werd gestuurd.

Op verschillende plaatsen in Archangel zijn tabakspijpen met Hollandse merktekens gevonden, maar ook aardewerk. De bebouwing is helemaal verbrand. Toch moet er nog veel van die Hollandse bewoners op te sporen zijn. Hacquebord: ,,Wat hebben ze meegenomen uit Nederland, wat hebben ze ter plaatse toegepast, hoe hebben ze zich aangepast aan de omstandigheden, wat vind je nog terug aan Nederlandse goederen? De Dvina-delta is voor ons extra boeiend, omdat het een smeltkroes van culturen is. Er hebben Vikingen en Russen gezeten, maar er zijn ook vondsten uit de bronstijd gedaan en zilveren munten aangetroffen uit de twaalfde eeuw, afkomstig uit hanzesteden als Deventer en Groningen. Daarom hebben we contact gezocht met Noorse collega's én met de universiteit van Archangel. Samen willen we het hele gebied archeologisch gaan verkennen, waarbij we de Russen zoveel mogelijk de leidende rol laten spelen.'

Veluwenkamp ziet nog meer studiebronnen: ,,Ik heb nog lang niet alles kunnen bekijken. Kloosters hebben bijvoorbeeld uitgebreide archieven, die nog maar spaarzaam bestudeerd zijn. Ook genealogisch kun je een hoop doen. Veel mensen in Rusland vermoeden dat ze Nederlandse of Duitse wortels hebben. Er zijn ook nog wel Nederlandse namen in Archangel, herkenbaar of gerussificeerd, maar die dateren vooral uit de tijd van Peter de Grote - dat was later.'

Naast het in kaart brengen van de bodem staat er ook taalkundig onderzoek op stapel: wat is de taalkundige beïnvloeding geweest tijdens de Archangel-handel? Als het aan Hacquebord ligt, worden bovendien bedrijven in Nederland benaderd voor steun aan het project (waarvoor inmiddels subsidie is aangevraagd bij de Europese Unie). ,,Er zijn nu zeker twintig bedrijven die handel drijven met Archangel. De houthandel heeft er veel connecties. Scheepswerf Damen laat er casco's bouwen, een ander bedrijf hele boten. Er rijden opvallend veel tweedehands auto's met een Nederlands opschrift rond. In de supermarkt sta je verbaasd van de Nederlandse producten die je kunt kopen, zelfs Conimex. Er is ook een docent aan de universiteit die een paar maanden per jaar Nederlandse lesgeeft. Die heeft wel dertig Russische leerlingen in de klas, van wie een aantal heel goed als tolk zou kunnen functioneren. Helaas zet de Taalunie binnenkort de subsidie stop. Dan stort zo'n aardig initiatief weer in. Tenzij er steun komt. Uiteindelijk is Archangel voor Nederland al vierenhalve eeuw een heel interessante plaats.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden