Pieter Oosterhuis ontsluit 19e eeuw fotografie

'Een Extra Dimensie. Van camera obscura tot stereofotografie', Teylers Museum Haarlem, t/m 21 nov., di-za 10-17 uur; zo- en feest. 13-17 uur. Cat.: f 17,50. 'Stoomkracht en stilte. Foto's van Pieter Oosterhuis (1816-1885)', Gemeentearchief Amsterdam, 1 okt. t/m 21 nov., ma t/m za 11-17 uur, zo 13-17 uur. Cat.: 'Pieter Oosterhuis (1816-1885)', in de reeks 'Monografieen van Nederlandse Fotografen', uitg. Fragment Uitgeverij - f 95.

JOSEPHINE VAN BENNEKOM

In Teylers klinken bewonderende kreten van bezoekers die stereofoto's bekijken en zich midden in een stad, landschap of gezelschap wanen. Niemand ontkomt aan het verrassingseffect die deze vorm van driedimensionaal kijken oplevert. Er zijn ook opticaprenten uit de achttiende eeuw te zien, geetste prenten waarop architectuurdieptewerking krijgt door te kijken via een lens en een spiegel: in eerste instantie vermaak voor de gegoede burgerij, maar rondreizende vertoners zorgden ervoor dat het fenomeen populair werd bij een breder publiek. Geperforeerde 'illuminatieprenten', van achteren belicht, maken stadsgezichten met verlichte geveltjes tot illustraties uit een sprookje. In de expositie ligt het zwaartepunt op stereofotografie en dat is een intrigerend fenomeen.

De collectie stereografie van verzamelaar Wim van Keulen vormt de basis van de expositie. Van Keulen: “In een stereofoto kijk je 'rond' en is de werking van de ogen precies zoals in de realiteit. Je begeeft je als het ware in het gefotografeerde beeld. Het besef van de derde dimensie is veel groter dan in werkelijkheid en de werkelijkheidsbeleving ten aanzien van het verleden is daardoor ook veel sterker. Je wordt bijna fysiek getransporteerd naar andere tijden en plaatsen.”

Het is waar: wie in de stereokijker de foto ziet van soldaten, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een ondergronds telefoonnet bedienen, voelt zich in het beeld verdrinken. De glasstereo-dia van het Lac Miroir (Spiegelmeer) in Californie toont een vissend mannetje in een bootje op een spiegelglad wateroppervlak - je hebt bijna de neiging even te voelen hoe koud het water is.

Van Keulens collectie is aangevuld met materiaal van Teylers zelf en enkele bruikleengevers. De lijn naar het heden wordt doorgetrokken via voorbeelden van viewmasters en hologrammen. Bij de laatste kan zonder bril of lens een fascinerende perspectief-verschuiving worden waargenomen.

Pieter Oosterhuis

Een van de eerste Nederlandse fotografen die de stereotechniek toepaste was Pieter Oosterhuis (1816-1885). Hij dankt zijn bekendheid aan de honderden stadsgezichten die hij in Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Haarlem maakte. Nu zijn artistieke nalatenschap is geinventariseerd blijkt zijn werkgebied zich ook uit te strekken naar de industrie.

We weten niet veel over Oosterhuis: hij werd geboren in Groningen, verhuisde met zijn ouders spoedig naar Amsterdam, trad later in de voetsporen van zijn vader die kunstschilder was. De vraag waarom hij penseel en palet inruilde voor een daguerrotypeeruitrusting en de onberekenbaarheid van chemische baden, moet onbeantwoord blijven. Toen in 1855 de stereofotografie werd gentroduceerd op een tentoonstelling in 'Arti e Amicitiae' op het Rokin in Amsterdam, bevond Oosterhuis zich waarschijnlijk onder de vele enthousiaste bezoekers.

Drie jaar later publiceerde Pieter Oosterhuis in de Praktische Volks Almanak een 'Photographisch Stereoscopische Plaat': een wazige opname van een zonovergoten 'Dam met het Monument ter herinnering aan den Volksgeest van 1830-1831'. Zijn serie 'Vues de Hollande' uit deze tijd bevat voorts foto's van Artis, de Muiderpoort, de haven en andere gebouwen en grachten in de hoofdstad.

Onbekender, maar heel bijzonder om te zien, is de fotografie die hij later in opdracht van de Spoorwegen en Waterstaat zou vervaardigen. Het werd het werk waarmee Oosterhuis zich de eerste plaats verwierf onder de industriefotografen. Wat was er aan de hand? In de catalogus lezen we dat er in de negentiende eeuw een sterk streven naar eenwording is. Dat weerspiegelde zich bij voorbeeld in het besluit van 1860 om een landelijk netwerk van spoorwegen aan te leggen. Het groeiend zelfbewustzijn bij de ingenieurs en de technologische vernieuwingen speelden vervolgens een doorslaggevende rol bij het besluit om deze activiteiten niet door middel van tekeningen, maar via fotografie, het nieuwe medium, vast te leggen. Op de expositie worden bijvoorbeeld opnamen getoond van de stoomheistellingen waarmee het fundament werd gelegd voor het Centraal Station in Amsterdam, maar ook documenteerde Oosterhuis de werkzaamheden voor de nieuwe Willemsluis in 1861, evenals een constructie van de metalen bovenbouw van de Moerdijkbruggen en de aanleg van het Noordzeekanaal rond 1869.

De onderwerpskeuze en standpuntsbepaling van de foto's doen erg modern aan: de koele machines, het grafische karakter van de beelden en de diagonale beeldopbouw van sommige foto's werpen zelfs hun schaduwen vooruit op de fotografie van de 'Nieuwe Zakelijkheid', met kunstenaars als Piet Zwart en Paul Schuitema. De geexposeerde foto's krijgen extra relief doordat ze op hetzelfde papier zijn afgedrukt dat in de negentiende eeuw gangbaar was: alle details, zelfs die aan de horizon, zijn op het zogenaamde POP-papier haarscherp te onderscheiden.

Oosterhuis' belangrijkste opdrachtgever was de Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen, die vond dat fotografie het medium bij uitstek was om de verschillende fasen weer te geven van grootschalige bouw- en grondwerkzaamheden. Een goede en waarheidsgetrouwe documentatie was een belangrijke eis van de ingenieurs. Uit de goed leesbare en informatieve catalogustekst van Anneke van Veen wordt zelfs duidelijk dat het medium destijds zo'n belangrijke status kreeg, dat de Staat de aannemers verplichtte tot het leveren van fotografische afbeeldingen bij belangrijke waterstaatwerken. Deze maatregel, die pas in 1949 is ingetrokken, heeft een groep gespecialiseerde fotografen gedurende enkele generaties een belangrijke inkomstenbron bezorgd en de opdrachtgevers een schat aan historisch fotomateriaal.

Oosterhuis' vakbekwaamheid en trefzekerheid bezorgden hem in ieder geval de eerste plaats onder de zogenaamde 'ingenieursfotografen' en in 1877 was de officiele erkenning een feit toen Oosterhuis werd beloond met de Gouden Stedelijke Medaille van Amsterdam.

Toen Pieter Oosterhuis in 1885 stierf, liet hij een omvangrijk oeuvre na dat dank zij de ontsluiting ervan een goed beeld geeft van de vroege 19e-eeuwse fotografie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden