Pieter Geenen is net zo’n goedzak

De eerste keer dat Anton Dingeman op de burelen van Trouw kwam, zat ik op de redactie van de Verdieping. En ik zei dat ik hem niet in de kolommen wilde hebben.

De knullige, naïeve tekenstijl stond me zo tegen, dat ik niet eens zag wie Anton Dingeman was. Gelukkig verdween hij niet na die eerste afwijzing. Zijn geestelijke vader, Pieter Geenen, had al een plek in de krant gevonden. In het laatste jaar van de vorige eeuw hadden we in de maandagkrant een pagina waarop de komende millenniumwisseling werd voorbereid. Geenen bracht op die pagina de geschiedenis van de twintigste eeuw in beeld.

Zijn Anton Dingeman kreeg later in diezelfde maandagkrant een dagboek. Hij groeide daarin, van de grijze ambtenaar die buiten de werkelijkheid leek te leven, tot de goeiige dromer die het nieuws haarfijn weet te relativeren.

Hij mag dat nu iedere dag doen, op pagina 2. Het is het eerste wat ik ’s ochtends lees. En ik ga alleen maar meer van hem houden. Niet alle lezers delen dat gevoel. Dingeman heeft de afgelopen weken een paar dingen gedaan die, volgens sommige lezers, niet kunnen. Zo werd God om commentaar gevraagd op de discussie over Schepping en evolutie. Waarop God zei: „Nu Andries Knevel het heeft verklapt, kan ik het wel zeggen: het Scheppingsverhaal is verzonnen”.

Ook Dingemans Cito-toets schoot sommigen in het verkeerde keelgat. De eerste vraag luidde: Wat hebben mensen achteraf verzonnen? A. De nazigaskamers B. God. De klas vulde zonder aarzelen B in, op één na, Richard, die naar het seminarie wil.

Die afleveringen zorgden voor de nodige brieven en mails van lezers. Dat een strip reacties oproept is prima; een goede strip moet dat doen. Maar in sommige reacties werd Dingeman godslastering verweten en een anti-religieuze houding. Die aantijgingen doen Dingeman geen recht. Zijn maker, Pieter Geenen, heeft geen anti-religieuze missie. Het is net zo’n goedzak als Dingeman zelf. Hij kijkt met een verwonderd oog naar het nieuws, naar de oplaaiende discussie over de Schepping en over de katholieke Holocaust-ontkenner Williamson. En hij laat Dingeman in drie plaatjes de opwinding erover duiden.

Het is ironie. En als je ziet hoe gelovigen en atheïsten een reclameoorlog ontketenen voor het eigen gelijk, is een flinke dosis ironie precies wat we nodig hebben. Tekenaar Tom Janssen schetste deze week treffend ons toekomstige straatbeeld, vergeven van de borden: God bestaat! Niet! Wel! Ik geloof er niets van! En toch bestaat Hij! Bewijs het maar eens!

Het bestaan van God, de interpretatie van leer en Bijbel staan in onze samenleving voortdurend ter discussie. Het geloof is geen onaantastbaar dogma. En dat is maar goed ook, want dan zouden we wel kunnen ophouden. Deze krant dankt haar bestaan aan een levendig debat over geloof en levensovertuiging. Het miskennen of beledigen van gelovigen hoort in dat debat niet thuis. Maar ironie en humor zijn er juist erg goed voor. Ze houden de deelnemers aan het debat een spiegel voor. Dat is belangrijk, al kan ik me voorstellen dat niet iedereen het altijd prettig vindt een spiegel voor zijn neus te krijgen.

Anton Dingeman en zijn Inez waren ooit links; blijmoedige idealisten, overtuigd dat liefde en gezang alle aardse ellende en onrechtvaardigheid zouden verdrijven. Dat bloemrijke verleden is herinnering geworden. Maar zij vragen zich nog steeds af waarom de wereld niet een beetje beter kan worden dan zij is. Ze zijn, kortom, net Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden