Naschrift

Piet Hoekstra (1929-2018) bracht in Joure de melk rond, en deed dat met een brede blik

Piet en Lammie bij zijn SRV-wagen.

Zijn interesse gold de hele wereld. Zijn leefgebied bleef beperkt tot de paar vierkante kilometer rond de Jouster Toer, de kerktoren waarop hij uitzicht had vanuit het huis waarin hij was geboren en vanwaaruit hij werd uitgedragen. Hij had het nooit anders gewild.

In de Hobbe van Baerdtkerk was Piet Hoekstra gedoopt, had hij belijdenis gedaan en was hij getrouwd. Als tiener was hij er op 15 april 1945 met de andere kerkgangers naar buiten gerend toen tanks van de Canadese bevrijders Joure binnenreden. En nog maar een half jaar geleden werd de dienst aangepast voor zijn 60-jarige trouwdag met Lammie de Jong.

Toen het na zijn herseninfarct van een aantal jaren geleden steeds minder ging, verzuchtte hij dat het mooi was geweest. Piet was doelgericht, de dingen die hij deed moesten zin hebben. Hij had er genoeg van, wilde naar boven. "Kom ook maar mee", zei hij tegen Lammie.

Eigenlijk waren ze 'pas' zestig jaar getrouwd. Tien jaar voor hun bruiloft troffen Piet en Lammie elkaar al schaatsend op Friese doorlopers op het Nannewijd. Hij negentien jaar, zij vijftien. Nee, in de herinnering van Lammie kon het geen zondag zijn geweest, dan mocht er niets worden gedaan. Een andere dag was ook vreemd. Piet werkte zes lange dagen in de week, en zou dat zonder een dag ziekteverzuim tot zijn 62ste blijven doen.

Lammie's moeder was uitgesproken over de verkering: geen sprake van. Haar dochter was te jong. De rustige, bedachtzame Piet had andere overwegingen om de liefde warm te houden maar een verbintenis uit te stellen. Hij werkte in de melkhandel van zijn vader. Hij wilde zijn eigen zaken op orde hebben, voor hij de verantwoordelijkheid van een huwelijk op zich nam. Met zijn ouders als voorbeeld: hij wilde niet zoals zij uiteindelijk niets hebben.

Piet op de fiets met zijn vrouw Lammie.

Hondenkar

Piet was de jongste van de acht kinderen die Nanne Hoekstra en Grietje Kuindersma in hun bescheiden woning aan de Bûtsingel in Joure grootbrachten. Nanne bracht met een hondenkar melkproducten rond. Piet werd al jong bij de zaak betrokken. 's Ochtends voor school had hij zijn eerste bestellingen al bij klanten afgeleverd.

In de oorlogsjaren moest hij daarvoor wegens schaarste aan kleding soms in de vrieskou in korte broek op pad. Als elfjarige werd in die periode zijn belangstelling gewekt voor de oorlog. Op die leeftijd begon Piet in een blauw schoolschrift een oorlogsdagboek, allengs gedetailleerder en soms voorzien van eigen commentaar of conclusies over de wereldpolitiek.

'Zaterdag 26 juni 1943 is Hauptdienstleiter Schmidt (Fritz Schmidt, leider NSDAP in Nederland, red.) gestorven. Hij is in Frankrijk uit een rijdende trein gevallen. Ze zullen hem wel een duwtje gegeven hebben.' Ook in 1943: 'Ze zijn in Engeland aan het vrede onderhandelen, maar het zal wel niets worden.'

Piet begon met de mobilisatie, schrijvend over de angst dat zijn drie dienstplichtige broers zouden sneuvelen. 'Maar gelukkig was het niet zo.' De ontwikkelingen in Joure en omgeving werden nauwgezet gevolgd, vanaf het moment dat de eerste Duitsers hem voorbijstoven, tot ze verderop stuitten op een vastzittende, openstaande brug.

Piet in zijn SRV-wagen

Melk en karnemelk gingen op de bon, luidde zijn zakennieuws. Toen de melkfabrieken bij gebrek aan kolen, gas en elektriciteit geen melk meer verwerkten, haalden de Hoekstra's die bij de boeren. Ze hadden altijd melk en kaas. 'Hier in Friesland is het nog best vergeleken bij de grote steden in Holland.'

Piet moet zich bewust zijn geweest van het gevaar dat zijn dagboek kon vormen voor anderen. Hij schrijft bijvoorbeeld niet over de onderduikers die hij op zondag in het bos nabij Joure bezocht. Wel over moffen, de levendige zwarte handel, de honderden langskomende vluchtelingen in erbarmelijke toestand, het 'prachtige schouwspel' van uit de lucht geschoten vliegtuigen, het zoeken naar pamfletten, en de frequentie van de illegale Heerenveense Koerier.

'Op het laatst kwam het krantje elken dag, want toen was er zoveel nieuws, dat drie keer in de week te weinig was.' Een aantal van zijn aantekeningen werden verwerkt in het boek 'Om niet te vergeten. De oorlog 1940-1945 in Doniawerstal en Haskerland'.

Piet schreef in het Nederlands. Hij zou altijd verontwaardigd blijven dat op school geen Fries werd onderwezen. Hij voelde zich daardoor een analfabeet in zijn eigen taal, en ergerde zich aan de afkalving ervan.

Nooit kwam Piet in opstand, maar hij demonstreerde in 1948 mee tegen de veroordeling van twee melkboeren die 'molke' en 'sûpe' op hun bussen hadden geschreven, Fries voor melk en karnemelk. Graag ging hij op de laatste zaterdag van september naar de herdenking van de Slag bij Warns, toen de Friezen in 1345 de Hollanders op hun lazer gaven. Of hij sprak de caissières bij de supermarkt aan op hun Nederlandse taalgebruik.

Kort na de oorlog werd zijn vader ziek. De bedrijfsvoering kwam op zijn jonge schouders en die van broer Sietse terecht. Piet verdiende een rijksdaalder in de week en kluste bij met het bezorgen van het kerkblad en schoenen voor de schoenmaker.

De ambachtsschool moest hij eraan geven. Op de avondschool voor het middenstand- en vakdiploma viel hij soms van vermoeidheid in slaap, maar hij haalde wel zijn diploma's in één keer.

Piet en Lammie op hun trouwdag.

SRV-wagen

In 1950, op zijn 21ste, begon Piet voor zichzelf, al bleef hij zijn ouders onderhouden tot in 1956 de AOW werd ingevoerd. Hij ventte achtereenvolgens met een bakfiets, een uitgebouwde scooter die bij het starten 's ochtends de hele buurt wekte, een bestelwagen en tweemaal een SRV-wagen.

Lang werd gespaard en eenvoudig geleefd, tot de rijdende winkels contant konden worden betaald. Schulden wilde hij niet. Zo verbouwde hij de bovenverdieping van het ouderlijk huis pas toen hij de benodigde 7000 gulden had. Elke cent werd omgedraaid, maar de klant bleef bovenal koning. Bezorging was gratis, niets werd naar boven afgerond en nooit was de zaak gesloten.

In veertig jaar groeide het assortiment uit van 25 losse producten naar 400 verpakte artikelen, plus de kaskraker losse drop. Voor Piet en zijn collega's veranderden versplinterde klantenkringen in vaste wijken. Aanvankelijk namen sommige klanten van vijf leveranciers af. Van elk één liter melk die met een maatkan uit de melkbus werd geschept. Het toppunt van moderniteit was destijds een melktank met tapkraan.

Als medeoprichter van de onderafdeling van de Friese Bond van Zelfstandige Melkhandelaren was Piet verantwoordelijk voor de financiën. Dat kostte lange avonden vergaderen omdat alle deelnemers met hun vaste wijken via een vereveningsfonds evenveel moesten blijven verdienen. Tijdens vakanties liepen de werktijden nog hoger op omdat de wijken van elkaar werden overgenomen. Geen klant mocht verloren gaan aan de oprukkende supermarkten.

Piet hield vakanties liefst zo kort mogelijk. Met een vrije dag had hij al moeite, die schopte zijn bezorgschema door elkaar. Want sommige straten deed hij om de dag aan, andere wekelijks één keer. Hij werd door de politie zelfs een keer gewaarschuwd toen hij er op Koninginnedag toch met zijn rollende winkel op uit trok.

Voor het lintje dat hij in 1991 kreeg voor zijn bindende sociale rol in zijn wijken, wilde hij geen vrij nemen. Dat kon worden gecombineerd met de bruiloft van zijn dochter waarvoor hij toch naar het stadhuis kwam.

Een hekel had hij aan sneeuw, zeker tijdens de befaamde winter van 1979 toen het noorden daardoor onbereikbaar was. Piet kon niet weg met zijn wagen. Zijn dochter Roelina en zoon Nanne werden er met sleeën op uitgestuurd om de meest hulpbehoevenden van spullen te voorzien.

Piet stond 's morgens om zes uur op voor zijn tien tot twaalf uur lange werkdag. Niet zelden moest hij dan 's avonds aan de gang met alle op briefjes gekrabbelde rekeningen. Een dagje met het gezin naar zee kon alleen op zondag.

Het bedrijf werd staande gehouden met de hulp van Lammie, de kinderen en zijn schoonvader, een gepensioneerde voeger en schoorsteenbouwer die zich met zijn vrije tijd geen raad wist en tot zijn tachtigste de handen uit de mouwen stak.

Piet op de bakfiets waarmee hij melk rondbracht.

Zwart gat

Die energie had Piet op zijn 62ste niet meer. Iedereen was bang dat hij in een zwart gat zou vallen en op de vraag van klanten wat hij ging doen, antwoordde hij om ervanaf te zijn: vissen. De hengels die dat bij zijn afscheid opleverde, werden amper aangeraakt.

Tot dagjes uit en vakanties was hij zelfs toen moeilijk te verleiden. Als hij al met de kinderen naar Spanje of Italië ging, liet hij zich rijden, zittend op de achterbank de omgeving observerend.

Historische lezingen over Joure en omgeving sloeg hij zelden over. En vol overgave stortte hij zich op zijn enige hobby's: fietstochtjes maken in de omgeving en het volgen van het wereldnieuws. Hele dagen kon hij verdiept zijn in het lezen van kranten. Dat maakte zijn wereld zoveel groter, zonder dat hij er zijn grenzen voor moest overschrijden.

Veertig jaar lang maakte hij als zelfstandige melkman ononderbroken werkweken van zes lange dagen. Hij was met weinig al tevreden.

Piet Hoekstra werd op 13 juli 1929 geboren in Joure, waar hij op 9 december 2018 in zijn geboortehuis overleed.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Lees meer verhalen op trouw.nl/naschrift. 

Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden