PIET DERKSEN VERLANGT NAAR DE HEMEL

De wereld moest in het jaar 2000 een stuk katholieker zijn. Het middel: een wereldomspannend media-imperium. Voor die droom gaf Piet Derksen, de oprichter en topman van Center Parcs, in 1981 zijn hele fortuin weg. De verhalen dat van zijn projecten intussen weinig over is, wuift hij weg. 'De man van één miljard' is al met een ander rijk bezig: “Ik verlang toch zo naar de hemel. En naar het weerzien.” Het weerzien met zijn vrouw Trude, die vorige maand overleed.

Het klimmen der jaren en het verlies van Trude hebben hun tol geëist, zoveel is duidelijk. Oude tv-beelden tonen Derksen nog met een vol, wat blozend gezicht. Hij praat enigszins onwennig voor de camera's in korte zinnen, maar je ziet dat hij toch ook weer geniet van de aandacht. Hij heeft steeds iets schalks, jennerigs, alsof iedereen mag weten: 'Ik doe toch mijn eigen zin'. Nu lichten zijn lichtblauwe ogen maar enkele keren op.

Derksen leeft sterk in zijn eigen wereld, herhaalt nogal eens wat hij al eerder heeft gezegd en volgt bij voorkeur zijn eigen gedachtenlijn. Reden waarom de bewindvoerder van Levend Water Beheer N.V., de beheersmaatschappij waarin Derksen in 1984 zijn geld stopte, bij het gesprek aanwezig is. Toch is de 82-jarige nog goed bij de pinken. Hij citeert uit het hoofd cpmplete teksten uit het Nieuwe Testament. Halverwege het gesprek vraagt hij plots of hij het notitieblok van de verslaggever mag zien. Hij knikt: “Mmmm, open e's en o's. Daar zie ik aan dat je een eerlijk karakter hebt.” Beoordeelde hij bij Center Parcs ook zo de brieven van sollicitanten?

Interviews heeft Derksen weinig gegeven, zeker de laatste jaren. Voor Trouw maakte hij, zo kort na het overlijden van zijn vrouw, een uitzondering. Hij wil getuigen, vertellen van zijn geloof. Maar bovenal lijkt hij een handreiking te willen maken naar protestanten. “Ik ben de laatste jaren steeds oecumenischer geworden. Ik heb meer begrip voor uw standpunt gekregen.” Trouw is in zijn ogen een exclusief protestantse krant. De verslaggevers spreekt hij dan ook aan met 'jullie protestanten'.

“Ik ben ervan overtuigd dat alle kerken op termijn één zullen worden. Christus brengt hen samen. Laten we toch voortaan kijken naar wat we gemeen hebben.” Opmerkelijke woorden, want nog niet zo lang geleden steunde Derksen evangelisatie-projecten in Latijns-Amerika met als doel een dam op te werpen tegen het 'protestants fundamentalisme'.

De protestanten mogen van vijand tot oecumenische vriend zijn geworden, Derksens visie is nog altijd die van een getrouwe zoon van Rome. Hij stelt: “Laten we toch beiden beseffen hoe rijk we zijn door de liefde tot God”. En even krijgt hij weer iets plagerigs: “Maar als katholiek ben ik toch wat rijker.” Om meteen over te stappen op het genot van de biecht: “die kennen jullie niet. Elke keer kom ik er rein van terug als een pasgeboren baby.” En welke rol krijgt de paus in die ene kerk? Derksen haalt de schouders op als wil hij zeggen: 'Dat is iets waar jullie uit moeten komen'. “Voor mij is hij een heilig man, Gods plaatsvervanger op aarde.”

Maar niet altijd was Derksen zo'n goed katholiek. In zijn jeugd nog zeker wel. Als zoon van de hoofdonderwijzer van een roomse school en een Vlaamse moeder kreeg hij het geloof met de paplepel mee naar binnen. Hij was misdienaar. Ging elke dag ter communie. Als Vincentiaan bezocht hij behoeftige katholieke huisgezinnen in de parochie.

Maar toch koos hij na de HBS voor een carrière in de harde wereld van de grote zaken. Eerst bij Unilever, later begon hij voor zichzelf. Tot twee maal toe bedacht hij een gouden formule. Eerst kwam hij met gespecialiseerde sportwinkels onder de naam Sporthuis Centrum. Daarna introduceerde hij de luxe bungalowparken, Center Parcs. Derksen was gewiekst, keihard met een neus voor de rages. Nu terugkijkend, ziet hij het als louter genade. “Het ging vanzelf. Ik werd rijker en rijker.” Maar het geloven schoot er bij in. Meewarig schudt hij het hoofd: “Ik heb toen zo gezondigd.”

Langzaam rijpte het inzicht dat het aardse slijk hem niet gelukkig maakte. Hij schetst het verhaal van zijn bekering in prachtige kleuren en vol vuur, alsof het gisteren is gebeurd. “In een jaar tijd maakte ik twaalf aanrijdingen met de auto. Toen begon ik te beseffen dat alle ellende in mijn leven van God kwam. Dat ik niets aan mezelf heb kunnen toevoegen. Dat ik mijn leven aan Hem moest toevertrouwen.”

De definitieve vingerwijzing dat God een bijzonder plan had met zijn leven, was een 'medisch wonder'. “Ik lag in het ziekenhuis. Alle bloedvaten in mijn hoofd waren ontstoken. Al weken had ik zeer hoge koorts. De artsen gaven me geen enkele hoop meer. Ze stuurde me naar huis met een heleboel medicijnen. Mijn vrouw bad toen tot Onze Lieve Vrouwe van Altijd Durende Bijstand om hulp en kreeg te horen dat het snel beter met me zou gaan. Na twee weken kon ik al stoppen met medicijnen slikken. De artsen snapten er niets van.”

Maar daar bleef het volgens de voormalige zakenman niet bij. Onze Lieve Heer zou hem daarna ook nog eens op wonderlijke wijze uit een shock hebben gered. Nu pas zegt Derksen in te zien dat God hem in zijn leven zeven maal - een getal met grote symboliek voor christenen - te hulp schoot. De eerste keer, zo wordt hij niet moe te vertellen, was hij tweeëneenhalf. “Ik viel in een teil met kokend heet water. Meteen werd ik naar het ziekenhuis vervoerd. Daar belden ze mijn moeder: 'Er is geen hoop meer voor hem'. Maar ik werd gered door een verpleegster, die nachten aan mijn bed bleef zitten en steeds mijn verbanden verschoonde. Ik draag nog altijd de littekens.” Hij wijst op zijn zij. “Ik moet de laatste tijd vaak aan die verpleegster denken.” Zachter: “Maar ik bid niet genoeg voor haar.”

Al die jaren dat Derksen als zondaar leefde, was het zijn vrouw Trude die voor hem bad. Dat het toch goed zou komen, dat haar Piet God weer in zijn leven zou toelaten. Maar toen haar gebed werd verhoord, moest zij toch even slikken. Alles weggeven? Ook de bungalow in het Belgische Turnhout? En de kunstcollectie? Maar toen het paar in een huisje trok van Center Parcs-vestiging De Kempervennen - Derksen woont er nog - was zij verrukt. Die mooie natuur, een vijver met eendjes. Hij: “Mijn vrouw hoorde toen in haar hart: 'Ik laat me in liefde niet overtreffen'.”

Trude, de naam duikt op in elke twee zinnen die hij zegt. Op roerende wijze maakt hij het gesprek tot één lofzang op zijn echtgenote, met wie hij 55 jaar was gehuwd. “Ik weet nog dat ik voor het eerst over haar hoorde. Ik volgde in Hamburg een opleiding. Daar hoorde ik over de parel van Kralingen. Ze was beeldschoon. Ik snap nog altijd niet dat ik haar heb kunnen veroveren.”

Voor het oog van de wereld was Trude de eenvoudige, vrome katholieke huisvrouw en moeder. Maar op de achtergrond was zij er altijd. In de Center Parcs-tijd bepaalde zij hoe de huisjes werden ingericht. Daarna werd zij de stille kracht achter de goede werken. Zij was strenger in de leer dan hij: evangelisatie en niets anders. En intens mystiek. Jezus was haar 'werkelijke bruidegom', “al ben ik gehuwd met een lieve man en heb ik vier schatten van kinderen.”

Over haar ziekte praat hij voluit. Niet met rauw verdriet, niet met valse pathetiek, maar met wat blijmoedig moet lijken, maar het (nog) niet is. “Zij heeft zo gevochten voor het leven. Maar toen ze de thee niet meer wou die de kanker zou genezen, wist ik dat het voorbij was.” En over haar overlijden: “Zij lag in mijn armen. Ik voelde haar pols zwakker worden. Toen blies ze haar laatste adem uit. Ik denk dat ze recht naar de hemel is gestegen.”

Ook in zijn geloof staat de mystiek centraal. Hij benadrukt het bovennatuurlijke, goddelijke signalen. Hij is vol van het mysterie van Maria's Onbevlekte Ontvangenis. “Dat is gewoon niet te bevatten. Jezus is heus niet uit de lucht komen vallen.” Hij praat over wonderen in Fatima, toen Maria daar in 1917 zou zijn verschenen. Prenten en beelden van de Heilige Maagd staan door de hele kamer.

Geesten, engelen, heiligen zijn voor hem een dagelijkse realiteit. Zo zegt hij te geloven dat Trude in de kamer is en het interview volgt. En hij koestert zijn beschermengel, Gabriel. “Wat lijkt u op de apostel Johannes”, zegt hij tegen de verslaggever. Maar dat heeft een rationele verklaring. Derksen woonde in Tegelen de Passiespelen bij. De 'Johannes' daar was volgens hem het evenbeeld van de verslaggever.

“Satan bestaat ook. Het is een van zijn grootste trucs om te doen alsof dat niet zo is.” Voor Derksen is de duivel een onafhankelijke macht, die hem zelfs lichamelijk heeft aangevallen. “Thuis heeft hij een keer de hostie uit mijn handen geslagen. Ik heb toen een priester laten komen, die hem uit mijn woning verdreven heeft.”

Het klinkt naar het katholicisme van voor de oorlog, met zijn nadruk op het irrationele, het bovennatuurlijke, met zijn Maria-verering en Fatima. Derksen zelf zal het niet ontkennen. De vernieuwingen in de kerk van na het Tweede Vaticaanse Concilie gaan hem eigenlijk te ver. Een nieuw geestelijk huis vond hij bij de Emmanuel-gemeenschap. Deze charismatische lekengemeenschap benadrukt de persoonlijke spiritualiteit.

Derksens kamer bevindt zich boven in een vijf verdiepingen tellend kantoor aan de Markt in Eindhoven. Het is moeilijk voor te stellen dat van daar uit evangelisatieprojecten over de hele wereld werden aangestuurd: radio- en tv-stations op diverse plaatsen, een journalistenopleiding in Brussel, een mediatheek in Dallas, tijdschriften in Nederland. Voor geld zorgde de Stichting Getuigenis van Gods, SGGL, die de winst van Levend Water kreeg (jaarlijks 65 miljoen gulden).

In het magische jaar 2000 moesten deze activiteiten op hun hoogtepunt zijn. Een netwerk van satellieten moest de wereld omspannen, zodat op Kerstavond van dat jaar de boodschap in elke hoek van de aarde te horen was. 'Geschenk aan een 2000-jarige' heette het. Kon Jezus zich immers een beter cadeau wensen dan een katholiekere wereld?

Dat ideaal “is bijna voor elkaar”, zegt Derksen. En hij vertelt over de Amerikaanse non Moeder Angelica, die naar schatting 35 miljoen gulden kreeg om op de Romeinse kust een radio-zender te beginnen. “We kunnen met tussenstations nu bijna de hele wereld bestrijken. En we hebben ook een zender in Moskou helpen opzetten.”

Toch zijn ook veel roze dromen verstoord, dat geeft men te Eindhoven grif toe. Verkeerde beleggingen legden de bron van Levend Water Beheer voor een groot deel droog. Slechte adviseurs, verkwisting en onvoldoende controle zorgden voor een janboel bij de SGGL. Veel activiteiten ontvingen geen ondersteuning meer, de meeste eigen projecten in Nederland werden stopgezet. “Die activiteiten hebben intussen een eigen leven gekregen. We hebben gezaaid. En het zaad is in goede grond gevallen”, zegt Derksen nog monter. Het klinkt niet echt overtuigend.

Tragischer nog is, dat ondanks het ogenschijnlijk oprechte verlangen van Derksen al zijn bezit weg te geven, zijn werk nooit algemeen respect won. Altijd is rond hem de reuk van controverse blijven hangen. Deels omdat hij koos in stilte te werken. Die geheimzinnigheid leidde tot speculaties. Wat was die Derksen toch van plan? Wat stak er achter zoveel goedheid? Wilde hij macht?

Maar belangrijker nog was dat hij partij leek te kiezen in de sterk verdeelde kerk. Zijn aanvallen op de KRO, die hij anti-katholiek noemde, de ruzies met bisschop Bür over een nieuwe omroep, de geldelijke steun voor het nieuwe, zeer conservatieve seminarie in het Noordhollandse Nieuwe Niedorp, zijn vriendschap met mgr. Ter Schure van Den Bosch, in alles - ook in het buitenland - schaarde hij zich aan de zijde van de zeer conservatieven.

Beseft Derksen dat hij daarmee de polarisatie in de kerk bevorderde? De vraag lijkt niet door te dringen, ook niet wanneer hij anders wordt geformuleerd. Heeft de wereld van de 82-jarige zich echt versmald tot de godsdienst? Of weet hij zo moeilijke vragen te omzeilen?

De bewindvoerder schiet te hulp: “Nou, dat u tegen abortus was, terwijl sommigen in de kerk zeiden dat dat wel kon. En dat u eraan vasthield. Derksen kijkt op: “Ja, vanzelf.” De vraag andermaal gesteld. Droeg u bij aan de ruzies in de kerk? Na enig nadenken haalt hij de schouders op en zegt: “Nou als dat zo is, dan is het maar zo.” De bewindvoerder legt uit: “Als je lang leiding hebt gegeven aan een groot bedrijf als Center Parcs, dan word je eigenzinnig.”

Maar ook heeft meegespeeld dat Derksen zich altijd gesteund wist door de paus. Voor een gezagsgetrouw zoon van de kerk als hij is diens woord wet. Eerbiedig spreekt hij over zijn vriendschap met Zijne Heiligheid: “Zijn perschef heeft me op mijn verjaardag nog gebeld. Hij heeft me ook ontvangen op zijn buitenverblijf.” Bij de begrafenis van Trude werd een brief van Johannes Paulus voorgelezen.

En hij geeft op van zijn ontmoeting met die andere levende 'heilige', Moeder Teresa in Calcutta. “Ze zat tijdens een priesterretraite tussen mij en Trude in en wreef over onze handen.” Hij peutert uit zijn binnenzak een stapel brieven van haar. “Die heb ik altijd bij me.” Hij vouwt er eéé - door veelvuldig gebruik gehavend - open en draagt voor. Eén zin springt er uit: “Ziekte is een gift.” Hij schuift hij het papier over de tafel. “Kijk zelf, wat een prachtig handschrift.” Voor hem een teken van rechtschapenheid.

Maar hoe ziet hij nu de kerk in Nederland? Zit zij nog in een diepe crisis, zoals hij in de jaren tachtig beweerde? “We zijn teruggekomen”, stelt hij vast. Ook de KRO zou het beter doen. “Kijk naar Ad Langebent (KRO-correspondent in Rome) die was ver weg van God. Ze luisteren beter naar de bisschoppen.” Meer voorbeelden heeft hij niet. Is hij niet gewoon milder geworden? “Ja, dat ook.”

Het vertrek van mgr. Gijsen van Roermond ziet hij niet als een verlies voor de kerk. “Maar hij was wel een goed mens. Hij is nog komen eten.” Ook heeft hij intussen waardering gekregen voor mgr. Bür van Rotterdam. Hij spreekt schande van de manier waarop die vanwege vermeende homoseksualiteit moest vertrekken. Hij ontkent een rol te hebben gehad in de roddelcampagne. Over de nieuwe bisschoppen houdt hij zich op de vlakte.

Spijt heeft hij niet. Zijn ogen twinkelen van plezier: “Ik had één miljard.” Tegen de bewindvoerder: “Dat zijn toch zeven nullen?” Maar even klinkt er ook pijn door als hij terugdenkt aan vorig jaar, toen hij met zijn kinderen ruzie maakte over de koers van SGGL. Hij probeerde tevergeefs al het geld door te sluizen naar Gibraltar. “Het was alsof ik gekruisigd werd.” Intussen is de harmonie hersteld en hebben de vier beloofd met de SGGL door te gaan. Al staat voortaan de zorg voor de armsten centraal en niet evangelisatie.

Blijmoedig kijkt hij uit naar de dood. Is hij niet soms bang, kent hij geen twijfel? Nee, die gevoelens heeft niet. En daar geeft hij een verklaring voor. “Ik heb heel lang geworsteld met de uitverkiezing. Maar nu zie ik in dat God weet hoe je leven begint en eindigt. Hij weet tevoren wie verdienstelijk zal leven en wie niet.” Hij zeg het niet, maar de suggestie is er. Derksen voelt zich uitverkoren, hij vertrouwt erop dat God oog heeft voor zijn verdiensten.

Een vrouwenstem meldt tegen half één dat de eucharistie-viering over vijf minuten zal plaatsvinden op de tweede verdieping. Derksen richt zich op en schuifelt met stok richting lift. Eerder had hij al gezegd dat hij elke dag ter communie gaat. “Dat is voor mij het mooiste moment. Niemand ziet het aan me. Maar ik zit dan te schokken van binnen. Ik noem dat de genade van de tranen.”

Op de tweede verdieping bevindt zich naast de boekhandel een kapel. Glas-in-lood tegen de achterwand, een Heilig Hart-beeld, de Maria van Fatima, rode vloerbedekking. Met nog zo'n 25 anderen - de helft personeel, de rest komt van buitenaf - bidt Derksen hardop mee. En knielt, hoe moeilijk dat ook gaat, bij de consecratie voor zijn stoel neer. De wilde, grijze krullen springen op in zijn nek. De priester bidt voor 'Trude en de andere overledenen'. En hij sluit af met een tekst van St. Augustinus: 'Heer, laat ben ik tot u gekomen'. Het kon ook op Derksen slaan.

Na afloop neemt Derksen het bezoek mee terug naar boven. Hij drukt hen een bidprentje van zijn vrouw in de hand. Haar foto buitenop, ze lacht vriendelijk. Derksen neemt afscheid. “Bid voor haar. Ze is een heilige vrouw.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden