Piekeren over examenvragen

Op het moment dat havo-leerlingen aan hun tweede jaar beginnen, buigt een geheim groepje leraren zich voor het eerst over hun eindexamenvragen. Na eindeloos knutselen aan punten en komma's verdwijnen de opgaven in een kluis. Maandag gaat die open.

Achter de beveiliging van het pand in Arnhem, achter potdichte deuren en matglas, vergaderen drie mannen en een vrouw over examenvragen. Dit is de constructiegroep geschiedenis, het gaat vandaag over het examen van 2014. Geheimhouding verplicht.

De geschiedenisleraren Jan, Marianne en Frank hebben zich opgesloten in een vergaderhok bij Cito, fabrikant van toetsen en examens. Vandaag geen achternamen. Hun collega's mogen niet eens weten dat ze hier zijn, leerlingen al helemaal niet.

Stefan Boom is toetsdeskundige van het Cito en 'voorzitter' van dit door hem samengestelde groepje. In de ochtend behandelen ze, met zijn viertjes, een handvol potentiële vragen. Ontstaan als huiswerk, achter de laptop, of in de bibliotheek. Nu liggen de bedenksels van de docenten op tafel, sommige voor de eerste keer, andere zijn al talloze malen veranderd, verfraaid, aangescherpt, moeilijker gemaakt, of juist minder verdiepend. Het is knutselen met letters, komma's, punten.

Is dat overdreven? Nee hoor, ze moeten overal rekening mee houden. Is een vraag voor havisten of toch meer voor vwo-leerlingen? Het geschiedenisexamen wordt vaak als moeilijk ervaren, weten deze experts. Dat komt omdat havisten voor vrijwel dezelfde stof één jaar minder hebben. Havo-vragen moeten derhalve 'iets minder de diepte in'. "Dat is fingerspitzengefühl", zeggen ze.

Ze moeten in totaal 90 vragen maken. Voor de havo 45: ieder vijftien vragen voor het examen en de twee herkansingen. Negentig procent van het thuis bedachte materiaal wordt uiteindelijk weggegooid, soms pas nadat er al vele uren zijn ingestoken. Toch ongeschikt. En de meeste tijd zit 'm eigenlijk niet in het bedenken van de vraag, zegt Boom, "maar in het formuleren van het antwoord. Het zijn geen vierkeuzevragen. Je moet in de volle breedte aangeven welke aspecten een antwoord moet bevatten voor een x-aantal punten."

Vandaag geeft dit selecte gezelschap dat achter gesloten deuren werkt, opening van zaken. Niet over het examen van 2014, dat kan nog even niet. Op verzoek van Trouw blikken ze even terug op de totstandkoming van het havo-geschiedenisexamen van 2012. Op 21 mei van dat jaar deden 38.979 havisten dat examen, dat later als 'best pittig' werd beoordeeld. Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) meldde die dag een storm aan klachten van examenkandidaten, liefst 5693.

De weg naar die klas, gymzaal of aula vol puffende havisten, begon liefst vier jaar eerder, in 2008, toen het ministerie de examenstof bekendmaakte. Met 'De Republiek in een tijd van vorsten' kreeg geschiedenis een nieuw onderdeel. Het College voor Examens (CvE), dat de examens in opdracht van het ministerie van OCW organiseert en coördineert, stelde een syllabuscommissie samen die de eerste taken verricht.

In de syllabus komt te staan waar het examen over moet gaan, wat er moet worden getoetst, waar de opgaven aan moeten voldoen. De commissie wordt samengesteld na overleg met de vakvereniging voor geschiedenisleraren en klankbordgroepen, zegt CvE-directeur Van Lonkhuyzen: "Voor het draagvlak; we willen geen verwijten dat we vanuit de ivoren toren beslissen."

Geschiedenisdocenten doen ook het werk van de syllabuscommissie. En die hebben allemaal getekend voor vertrouwelijkheid, aldus Van Lonkhuyzen. "We hebben te maken met allemaal serieuze docenten, professionals. Maar zoiets moet natuurlijk gewoon goed geregeld zijn, zwart op wit. Je moet de kat niet op het spek binden."

Het havo-examen geschiedenis 2012 bestaat uit twee delen. Een Nederlands en een buitenlands onderwerp: 'De Republiek in een tijd van vorsten' en 'Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam'. Het laatste is inmiddels redelijk uitgekauwd, daar zijn in eerdere jaren al 27 examens à 15 vragen over gemaakt.

Jan, Marianne en Frank krijgen van Stefan Boom in september 2010, met de fonkelnieuwe door het CvE opgestuurde syllabus op tafel, de opdracht thuis te speuren naar mooie bronnen. Ze gaan op zoek naar teksten of afbeeldingen die tot leuke vragen over de Republiek in de zestiende en zeventiende eeuw kunnen leiden en duiken onder meer in ruim 110 kilometer aan bibliotheekmateriaal (boeken, kranten, tijdschriften, handschriften, kaarten) van de Koninklijke Bibliotheek.

De Cito-constructiegroep is zorgvuldig samengesteld, zegt Boom. In de sollicitatieprocedure wordt gezocht naar enthousiaste, originele, bevlogen docenten. De groep moet representatief zijn: man-vrouw, jong-ouder, spreiding over het land. De leraren worden door hun school voor zes uur per week uitgeleend aan het Cito. En dat maximaal negen jaar.

Jan komt in de bijeenkomst bij het Cito in oktober 2010 met het huwelijksportret van de 14-jarige prins Willem II (zoon van stadhouder Frederik Hendrik) en zijn negenjarige bruid Mary Stuart, de dochter van Koning Karel 1 van Engeland. Hij bedenkt er drie vragen bij: 1. Hoe kun je aan dit huwelijksportret zien dat het een zuiver politiek huwelijk betrof? 2. Wat bracht Karel 1 ertoe zijn dochter te laten huwen met juist een prins uit de Republiek? 3. Welk van beide ouderparen had het meest reden om trots te zijn op dit huwelijk, en waarom?

Daarmee begint het proces van wikken en wegen, van eindeloos steggelen over woordkeuze, punten en komma's. De vragen worden stuk voor stuk van tafel geveegd. Want vraag 1 is bijvoorbeeld hierom onbruikbaar: Hoe je dat kunt zien? Wie durft er dan het antwoord 'met je ogen' fout te rekenen?

In november 2010 komt er een nieuwe versie op tafel in het overleg van de constructiegroep. Ook die wordt afgeschoten. Versie 3 vergaat het net zo. Maar het is niet louter streng corrigeren met rode stift en norse gezichtsuitdrukking in die bijeenkomsten. Hier meten 'vakidioten' hun kennis, worden interpretaties naast elkaar gehouden, heeft niemand de wijsheid in pacht en wordt iedereen om zijn of haar kennis gewaardeerd. En niet alles hoeft bloedserieus. "Tijdens een examen moet er ook minstens één keer geglimlacht worden", zegt Stefan Boom. "Daar heb ik in dertig jaar als surveillant nooit iets van gemerkt. Dan hebben we hierin dus gefaald", zegt Jan.

Versie 4 van de Mary Stuart-vraag doorstaat de toets der kritiek van de constructiegroep en gaat in mei 2011 naar de vaststellingscommissie van het CvE, die ook bestaat uit geschiedenisleraren. Boom vergadert vervolgens met die commissie over de definitieve versie, die in september 2011 weer teruggaat naar het Cito voor een laatste screening. Dat gebeurt door een hoogleraar voor de inhoudelijke toets, en een neerlandicus voor het taalgebruik. De Groningse docent die graag het woord 'steeds' gebruikt, moet worden gecorrigeerd. Dat is spreektaal voor 'telkens'. Een tijdje geleden ging het in een examen over 'grieven van Molukkers'. Daar was kritiek op. Veel leerlingen kenden het woord 'grieven' niet, het is niet de bedoeling bij geschiedenis hun woordenschat te testen.

Soms herken je een vraag, waar je zoveel tijd in hebt gestopt, aan het eind bijna niet meer, zeggen de leraren aan de lunch in Arnhem. Het hoort erbij, er hardop over klagen kan meestal niet. Door die geheimhoudingsplicht. "Na het examen ga ik naar mijn ouders om te laten zien welke vragen ik heb bedacht", zegt Marianne. "Als tijdens de regiovergadering van de vereniging van geschiedenisdocenten het examen wordt geëvalueerd, moet ik wel eens op mijn tong bijten", zegt Jan. "Maar soms deugt er ook helemaal niks van, dan wordt er flink gescholden op de bedenkers van die vragen. Dan is het niet zo erg dat je je niet bekend mag maken."

Zijn vraag over het huwelijksportret van Mary Stuart en Willem II bleek uiteindelijk 'gemiddeld moeilijk'. 58 procent van de havisten haalde de maximale 4 punten. Maar dat was in 2012. Inmiddels ligt het examen van 2013 klaar voor distributie, en zijn de werkzaamheden voor 2014 vergevorderd.

Het is het laatste examen voor Jan, die afzwaait als 'geheim agent geschiedenis'. Na de lunch moet er nog hard worden doorgewerkt. Achter gesloten deuren.

'Honderdduizend klachten, daar worden wij blij van'
In de kelder van het College voor Examens (CvE) in het centrum van Utrecht staan kloeke kluizen vol toekomstige toetsen van alle vakken. "Mijn oudste dochter begon in haar eindexamenjaar vwo heel veel interesse te krijgen voor mijn werk. Die wilde ineens kijken hoe mijn werkplek eruit zag", zegt Geert van Lonkhuyzen lachend, in die kelder die voor een ietwat luie, gemakzuchtige, niet zo heel leergierige scholier wel iets van luilekkerland moet hebben.

Het CvE organiseert en coördineert namens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de centrale examens van (onder meer) het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Daarnaast bewaakt het College de kwaliteit van die examens. Het CvE is op jaarbasis verantwoordelijk voor 2 miljoen afnames van examens en toetsen. De helft daarvan gebeurt digitaal.

De taak van het CvE is drieledig: het voorbereiden van examens, de vaststelling en de normering. De daadwerkelijke inhoudelijke invulling van de examens is grotendeels uitbesteed aan het Cito, Instituut voor Toetsontwikkeling. "Maar wij zijn verantwoordelijk. Dus als ze bij het Cito aan het nadenken zijn over de vragen, kijken wij over hun schouder mee en begeleiden het proces", aldus directeur Van Lonkhuyzen.

Dat meekijken en meelezen wordt dan vooral gedaan door de vaststellingscommissie, een groep geschiedenisleraren die begeleid wordt door de clustermanager van het CvE. Die commissie zorgt ervoor dat de 'vakidioten' die de vragen bedenken de balans in het examen in de gaten houden. De commissie adviseert daarbij en stelt uiteindelijk het examen vast.

Dat gebeurt pas na een laatste toetsing op gevoeligheden, zegt Van Lonkhuyzen. "Wij vinden dat elke vraag gesteld moet kunnen worden. Maar als het over politiek, religie of het Koninklijk Huis gaat, willen we er graag nog een keer extra naar kijken. Zo willen we er bijvoorbeeld voor waken dat er in examens steeds spotprenten over dezelfde partij komen. Daar moet ook balans in zijn."

Van Lonkhuyzen vertelt over het havo-examen muziek van 2011. Daarin stond een vraag over de rockband Green Day en hun song: Jesus of Suburbia. "Er kwam heel veel protest uit de christelijke hoek. Sommige leerlingen dachten, toen ze die titel zagen, dat ze naar godslastering zouden gaan luisteren. Wij vonden dat het lied kon, dat de vragen konden, maar dat we onbedoeld die SGP-jongeren hiermee misschien toch te zeer in verlegenheid hebben gebracht. De kop boven de vraag en de inleiding erbij hadden beter gekund."

Af en toe worden klaarliggende examens uit de kluis gehaald om te worden getest. Dan gaat het om enkele opgaven en die test vindt niet plaats in een klas die dat examen later voorgeschoteld krijgt. Van Lonkhuyzen: "Twee jaar geleden ging dat met economie fout. We kregen na het examen meldingen van de inspectie en, via Laks, van school en leerlingen dat een aantal van de examenvragen al in een proefexamen voorbij waren gekomen. Die leraar dacht zijn klas daar waarschijnlijk een plezier mee te doen, maar hun examen werd ongeldig verklaard. Heel vervelend natuurlijk. Nee, met die leraar doen we geen zaken meer."

Vanuit de kluizen van CvE en Cito verhuizen de examenvragen naar DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie in Groningen. Daarvandaan gaat het naar de drukkerij en dan weer snel, veilig de kluis in. Klaar voor distributie. Vanaf maandag beginnen voor 207.204 leerlingen (109.488 vmbo, 57.600 havo en 40.116 vwo) hun examens.

"Het examen is voor al die leerlingen superspannend. Voor ons is die spanning er vooral de 24 uur erna. Als de klachten bij onze vrienden van Laks binnenstromen." Van Lonkhuyzen zegt het lachend. "Wij zijn waarschijnlijk de enige maatschappelijke organisatie die blij is met honderdduizend klachten per jaar. Het zijn signalen voor ons, wij leren ervan."

De klachten bij het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, de ervaringen van leraren, een evaluatie met deskundigen: met die informatie begint het CvE aan zijn laatste taak: de normering. Hoe moeilijk was het examen, welk puntenaantal is nodig voor de kleinste voldoende: een 5,5? De N-term noemen ze dat bij het CvE. Die N-term varieert van 0 ('makkelijk examen') tot 2 ('moeilijk examen') en werd bij het havo geschiedenisexamen van 2012 vastgesteld op 1,6. Van Lonkhuyzen: "Best pittig dus."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden