Picardie wordt meestal overgeslagen

Het is een vergeten gebied. De TGV rijdt er met volle vaart doorheen zonder één maal te stoppen en de automobilisten razen er in de vakantietijd massaal met hun bepakte auto's langs. Picardië, het glooiende dunbevolkte noordelijk deel van Frankrijk, dat zich uitstrekt van de Franse Ardennen tot aan de kust, komt na ruim drie uur rijden te vroeg voor de doorsnee Nederlander om zijn eerste definitieve stop te maken. Pas voorbij Parijs slaat de vermoeidheid toe en worden de Franse steden en dorpen als pleisterplaats echt interessant.

Picardië wordt overgeslagen en is voor veel Nederlanders daarom onbekend. Niet omdat het te weinig te bieden heeft. Wie denkt er aan om 's ochtends na het ontbijt te vertrekken en al 's middags, eventueel na een voortreffelijke dis, een wandeling of fietstocht te maken langs de rivier de Oise door de landelijke natuurgebieden van de Thiérache?

Slechts voor een enkeling bestaat deze Franse streek. Sommige Belgen hebben Picardië wel gevonden, vooral omdat je er al op een dagtochtje zo dichtbij goed en uitbundig kunt eten en kunt kennismaken met de overblijfselen van een andere cultuur. De Britten zien Picardië al als een echt vakantiegebied op het Europese vasteland en nemen de moeite er langer te verblijven. Voor Duitsers komt de streek nog niet in de toeristengidsjes voor. Een enkele Nederlander heeft voor relatief weinig geld een boerderijtje of huisje op de kop getikt en brengt er de weekeinden en andere vrije dagen door, met alles wat een land als Frankrijk te bieden heeft bij de hand. Ze houden zich muisstil, zijn blij dat de invasie van toeristen aan 'hun' Picardië voorbijtrekt.

Max Chicalski, een gepensioneerd ingenieur uit de metaalindustrie, houdt zich vooral bezig met het verhuur van huisjes in de Thiérache. Dat is de streek in de buurt van de stad Vervins, als je vanaf Brussel via Mons (Bergen) Frankrijk binnenrijdt via de secundaire N2. Hij vindt het wel prettig dat de massatoerist zijn streek links laat liggen. De fijnproever blijft over. “We streven naar een kwaliteitstoerisme. Mensen die van goed eten houden, die van de stilte kunnen genieten, prijs stellen op een onaangetaste natuur, wellicht een partijtje golf willen spelen.”

De bewoners in dit deel van Frankrijk zijn volgens Chikalski vriendelijk maar terughoudend, zouden waarschijnlijk geen prijs stellen op een te grote toevloed van pottekijkers. Vele oorlogen zijn hier uitgevochten tussen Duitsers, Fransen, Engelsen en noorderlingen. De slagvelden van de eerste en tweede wereldoorlog lagen hier. “Die terughoudendheid zit in onze genen. Dat komt door al dat oorlogvoeren. Slechts de jongste generatie stelt zich wat opener op.”

Langs de Oise in de Thiérache reed vroeger een treintje van de 'Chemin de fer du Nord'. De spoorlijn bestaat niet meer, het tracé is nu begroeid en wordt gekoesterd als een eerbewijs aan vervlogen tijden. Een enkele wandelaar, paardrijder of fietser neemt de 35 kilometer lange route die op het oude spoor is uitgezet en langs kleine boerendorpjes loopt. Slechts de reclame van alcoholische dranken herinnert nog aan het stationscafé, de stationnetjes zelf zijn in oude staat bewaard en worden bewoond of verhuurd. Het vroegere perron wordt nu versierd door een bloemenperkje en zitje met parasol.

Boven op de heuvels liggen nog versterkte kerkjes uit de zestiende en zeventiende eeuw die in oorlogstijd dienst deden als vesting. Met hun hele have, inclusief koeien, schapen, geiten en kippen, vluchtten de bewoners naar hun kerk op de heuvel. Vanuit de gaten in de muur werd het 'fort' met vuurwapens verdedigd. Een versterkte donjon gaf de vluchtelingen extra bescherming. Soms twee tot drie weken duurde het verblijf daar, totdat de bewoners naar hun meestal verwoeste woningen konden terugkeren.

Het thema 'oorlog' keert overal in Picardië terug. De hoofdstad Amiens met de grootste kathedraal van Frankrijk werd voor 80 procent verwoest, in steden als Laon (met ook al zo'n mooie kathedraal) en Compiègne zijn overal de sporen te zien van vervlogen oorlogen. Langs de glooiende wegen ligt menig begraafplaats. Rijen kruizen ter ere van de hier gesneuvelde soldaten zijn te zien langs bijvoorbeeld de Chemin des Dames waar in 1917 een bittere strijd werd geleverd tussen Duitsers en Fransen. Al eeuwen her werd in Picardië zwaar gevochten. In 1430 bijvoorbeeld namen de Britten in Compiègne de fameuze Jeanne d'Arc gevangen. Deze eeuw werd nabij dezelfde stad tweemaal een wapenstilstand gesloten: in 1918 en in 1940 (mislukt) tussen Hitler en de Fransen.

Compiègne, vlakbij de autoroute richting Parijs, is ook zo'n voorbeeld van een vergeten stad die veel, zeer veel, te bieden heeft. Met zijn gigantische chateau, gebouwd tussen 1751 en 1788 kan de stad in een adem worden genoemd met Versailles en Fontainebleau. De meeste Franse koningen en keizers kwamen er regelmatig en gingen er op jacht in de bossen. De tuinen van het paleis grenzen aan uitgestrekte jachtgebieden. Zonnekoning Lodewijk de Veertiende zei het al: “In Versailles logeer ik als koning, in Fontainebleau als prins, in Compiègne als landman.”

Voor Compiègne geldt hetzelfde verhaal als voor de rest van Picardië. De bussen van de touroperators rijden hier niet af en aan. De rijkdommen in het paleis liggen vaak nog onder het stof, of verkeren in een verwaarloosde staat omdat het aantrekken van zoveel museumpersoneel voor dit gigantische paleis een te kostbare zaak betekent. Het bezoeken van de vertrekken en de originele inrichting van de verblijven van verschillende Lodewijken en Napoleons kan slechts onder begeleiding.

Met een grote sleutelbos opent de gids de deuren van riante badkamers, bibliotheken, balzalen en speciale salons. De bezoeker wordt dwars door zogenaamde boekenkasten geleid naar andere vertrekken en valt van de ene verbazing in de andere. Op het ogenblik is er in het paleis een speciale tentoonstelling, gewijd aan koetsen en rijtuigen uit het rijke Franse verleden.

De drijvende paradijsjes van Amiens

Op nog geen steenworp afstand van de kathedraal in Amiens liggen waterrijke parken en 'drijvende' tuinen met bijzondere planten. De bewoners van Amiens trekken in bootjes over de zijarmen van de Somme naar hun 'hortillonnages' die een gebied van zo'n 300 hectare bestrijken. Vroeger waren het vooral moestuinen, nu worden de eilandjes steeds meer gebruikt als siertuinen. Begin deze eeuw waren er nog zo'n duizend 'hortillons' (telers), die hun groenten aanleverden voor de Parijse Hallen. Nu is het vooral in het weekeinde en op vrije dagen druk op de tuinen, die voor een laag bedrag van de gemeente kunnen worden gekocht. Voorwaarde is dat de beschoeiïng wordt onderhouden om het 'drijven' te voorkomen. Het zijn kleine paradijsjes geworden met vele bloemen- en plantensoorten, allerlei soorten (water)vogels en soms een zelfgebouwd theehuisje. Al in de vroege ochtendmist varen tuinliefhebbers naar hun eigen 'hortus', soms met de hele familie en de boot beladen met picknickspullen. Velen doen mee aan de jaarlijkse wedstrijd om de mooiste en best verzorgde hortillonnage, een enkeling komt hier gewoon om zijn hengel uit te werpen en een palinkje te vangen. Toeristen kunnen de tuinen met een 'barque à cornet', een geluidarme punter, bekijken, een roeibootje huren of het lange wandelpad door het tuingebied aflopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden