PIANOLES VAN EEN CHINESE DAME

“Men probeert de wereld zonder het pianospel te begrijpen. Ook de besten onder de censors, zoals jij hen noemt, weten niet dat hun wiskundig toeval datgene is dat overblijft wanneer je niets van ons pianospel weet.” Zo spreekt de Chinese dame tegen de fysicus Wolgang Pauli, die brieven wisselde met Carl Gustav Jung, in 1945 de Nobelprijs kreeg, en de natuurkunde crimineel vond.

Dat schreef de fysicus Wolfgang Pauli, die ook wel 'het geweten van de natuurkunde' werd genoemd, in mei 1951 aan zijn vertrouwelinge, de Zwitserse dieptepsychologe Marie-Louise von Franz. Hij voegde er aan toe dat hij misschien als gevolg van die 'criminele' uitvinding van de atoombom een verrassende ontwikkeling 'weg van de natuurkunde in engere zin' zou doormaken.

Wolfgang Pauli, die samen met Niels Bohr en Albert Einstein tot de belangrijkste natuurkundigen van onze eeuw behoort en in 1945 de Nobelprijs kreeg voor de natuurkunde, werd toen al een tijd gefascineerd door de mogelijkheid van een radicale vernieuwing van de fysica.

De vernieuwing die Pauli voorstond, staat de laatste tijd in de belangstelling. Kort geleden verscheen Writings on physics and philosophy, een opnieuw bewerkte Engelse vertaling van een verzameling essays van Pauli uit de jaren vijftig. En naar aanleiding van een congres over Pauli werd recent de bundel Die Pauli-Jung Dialog und seine Bedeutung fur die moderne Wissenschaft uitgebracht. Daarin worden de ideeën van Pauli over ethiek en wetenschap onder meer toegepast op nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de biotechnologie.

In Nederland werkt de natuurkundige Herbert van Erkelens aan het project 'Wolfgang Pauli en de dimensie van zin'. Hij voltooide onlangs het boek Het Spel van de Wijsheid - Pauli, Jung en de Menswording van God, dat binnenkort zal verschijnen. In dat boek verbindt hij, in navolging van Pauli, de modernste ontwikkelingen in de natuurkunde met de oude alchemie, met muziek en dromen, met ethiek en religie.

Van Erkelens: “Pauli was op zoek naar een nieuwe manier om naar de natuur te kijken. Hij was ontevreden met de bestaande fysica omdat er volgens hem geen zin, geen doelgerichtheid in kon worden aangewezen. Hij vond de natuur, zoals die door de wetenschap werd voorgesteld, een kil geheel. De natuur was meer dan een reeks oorzaken en gevolgen. Om die gedachte uit te werken kon hij aansluiten bij de quantummechanica die in zijn tijd werd ontwikkeld. Want ook de quantummechanica brak met het idee dat processen in de natuur uitsluitend bepaald worden door causaliteit.”

De quantummechanica betekende zo'n grote vernieuwing binnen de natuurkunde omdat waarschijnlijkheid in die theorie een centrale rol speelt. Je kunt in de quantummechanica geen exacte voorspellingen meer doen. Bij een botsing van twee deeltjes zijn er bijvoorbeeld vijf verschillende mogelijke resultaten. De twee deeltjes kunnen opsplitsen in drie andere deeltjes, helemaal in energie worden omgezet of nog iets anders. Op elk van die gebeurtenissen bestaat een bepaalde kans, die met behulp van zogenaamde waarschijnlijkheidsamplitudes te berekenen is.

Maar meer dan die kansen kun je niet weten. Zelfs al ken je de energie en de massa van de botsende deeltjes, het is onmogelijk van te voren te bepalen wat de uitkomst zal zijn. En dat was heel iets anders dan het oude ideaal dat de fysica zo lang had gekoesterd. Daarin was de natuur een grote machine, een ingewikkelde klok waarbij alles voorspelbaar en beheersbaar was.

Pauli zag in de quantummechanica een aanzet tot de oplossing van het probleem van de 'zinloze' klassieke fysica. Dat traditionele beeld van de natuur als een uurwerk, een grote machine, leidt er toe dat deze voor de mens geen betekenis heeft. Een machine bestaat en werkt en heeft geen hoger doel omdat het wordt bepaald door oorzaak-gevolg relaties. De mens is in die gedachtengang niet meer dan een miniscule factor in de raderen van het grote, onverschillige systeem.

Zijn probleem met de klassieke natuurkunde vatte Pauli op als een religieuze kwestie. Ooit vertrouwde hij een van zijn medewerkers toe: “We leven in een cultuurloze tijd. Het christendom heeft zijn greep op de mensheid verloren. Er moet iets anders komen. Ik denk dat ik weet wat dat zal zijn.” De empirische feiten van de quantummechanica zouden het uitgangspunt gaan vormen voor deze nieuwe religieuze houding.

Om Pauli's ideeën beter in kaart te brengen heeft Herbert van Erkelens onderzoek gedaan in de wetenschapshistorische archieven van de Eidgenössische Technische Hochschule (ETH) in Zürich. Pauli bekleedde daar lange tijd een leerstoel in de theoretische natuurkunde. Naast een interessante briefwisseling tussen Pauli en de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung over natuurkunde en dieptepsychologie, trof hij daar de Klavierstunde, de Pianoles, aan.

In de Klavierstunde beschrijft Pauli wat hij beleefde tijdens een zogenaamde actieve imaginatie over de quantummechanica die in oktober 1953 plaatsvond. Actieve imaginatie is een psychologische techniek om onbewuste fantasieën op te roepen die dan als beelden in het bewustzijn opwellen. Het is een soort droom die opzettelijk op gang wordt gebracht. Pauli gebruikte deze techniek om een helderder beeld te krijgen van de nieuwe natuurkunde waar hij naar streefde.

In deze imaginatie blijkt een Chinese dame Pauli uit te nodigen voor een pianoles. Echt verbaasd is hij daar niet over want die dame was hij in zijn dromen al regelmatig tegengekomen. Pauli gaat naast haar aan de piano zitten en zegt na een tijdje: “De censors - waarmee hij zijn collega-natuurkundigen bedoelt - menen nu dat het toeval de wereld regeert, ik bedoel de besten onder de censors.” De Chinese antwoordt: “Men probeert de wereld zonder het pianospel te begrijpen. Ook de besten onder de censors, zoals jij hen noemt, weten toch niet dat hun wiskundig toeval datgene is dat overblijft wanneer je niets van ons pianospel weet.” Dit gesprek gaat een tijd door en af en toe speelt de Chinese wat op de piano.

In de imaginatie van Pauli treedt nog een tweede figuur op, de zogenaamde Meester. Hij houdt zich op de achtergrond, maar geeft af en toe met bevelende stem commando's. De Meester heeft trekken van Christus, maar ook van de duivel. De Meester wil dat Pauli zijn gezag in de natuurkunde gebruikt om een radicaal nieuw wereldbeeld te introduceren. Daarin wordt de natuur als pianomuziek, als een muzikale structuur opgevat en niet als een uurwerk of een verzameling blinde toevalligheden. Op het einde van de imaginatie belooft Pauli dat hij dat zal doen. Vriendelijker dan daarvoor antwoordt de Meester: 'Reeds lang heb ik daarop gewacht'.

Pauli zou deze belofte aan de Meester niet nakomen. Hij was, niet onterecht, bang voor de reacties van zijn collega's, die hem voor gek zouden hebben verklaard als hij deze gedachten openbaar had gemaakt. In 1955 schreef Pauli nog een paar afsluitende artikelen over religie en quantummechanica, waarin hij het achterste van zijn tong niet liet zien. Daarna richtte hij zich weer op de 'traditionele' natuurkunde. Maar daarin kwam hij niet meer tot opvallende prestaties en eind 1958 overleed hij vrij plotseling aan kanker.

Zijn Klavierstunde bleef in het archief van de ETH achter en is lang ongepubliceerd gebleven. In de al eerder genoemde bundel, Die Pauli-Jung Dialog und seine Bedeutung für die moderne Wissenschaft, is het nu voor het eerst verschenen, met een verklarend commentaar van Herbert van Erkelens en de Zwitserse dieptepsychologe Eva Wertenschlag. Daarin wordt het beeld van de muzikale natuur uit de imaginatie van Pauli uitgewerkt. Het blijkt goed te gebruiken om de quantummechanica beter te begrijpen.

Deeltjes gedragen zich volgens de quantummechanica als het ware 'muzikaal'. Ze kunnen 'kiezen' uit verscheidene gedragsvarianten, ieder met een eigen waarschijnlijkheid. Maar dat aantal varianten is beperkt, het deeltje is niet zomaar vrij te doen wat het wil. Het is noch de causaliteit noch het blinde toeval dat bepaalt wat er gebeurt. Het is iets er tussenin. Er is structuur, maar ook vrijheid. Dat is net zoals bij een muziekstuk dat wordt geïmproviseerd, dat kan zich ook op verschillende manieren ontwikkelen. Maar je moet binnen een bepaald muzikaal patroon blijven.

Van Erkelens: “De muziek is een bruikbaar beeld voor de quantummechanica, maar tegelijkertijd betekent het ook dat je uit bent op een ander soort kennis. Als je naar de natuur kijkt zoals je naar muziek luistert, ben je niet uitsluitend afstandelijk aan het meten. Het gaat dan ook om de ervaring en de betekenis van de natuur. Dat was Pauli's idee: een natuurkunde waarin het steven naar beheersing en manipulatie niet meer op de voorgrond staat.”

Om te verduidelijken wat het verschil is met een 'klassieke' visie noemt Van Erkelens het werk van de fysicus Heinz Pagels. Volgens Pagels is het heelal een boodschap, geschreven in een wiskundige code. Het is de taak van de mens deze code te kraken en zo de heerschappij over de natuur te veroveren. De wiskundige formules van de fysica zijn bij Pagels de taal waarin het boek van de natuur geschreven is.

Van Erkelens: “Volgens Pauli is de natuur geen boek dat te decoderen valt, maar een levend muziekstuk dat wordt uitgevoerd. Je kunt de natuur in wiskundige termen beschrijven, zoals je muziek met behulp van noten kunt noteren, maar de wiskunde is een hulpmiddel en niet de essentie van de natuur. Alleen wanneer je het heelal als een muzikale kosmos ziet, kun je de waarschijnlijkheden bevatten die de quantummechanica regeren. Anders zul je, om een voorbeeld te noemen, nooit kunnen inzien waarom een deeltje allerlei mogelijkheden heeft om zich te gedragen.”

Verbonden met deze kentheoretische en natuurkundige vragen, is het ethische aspect van de natuurkunde. Zoals al bleek uit zijn visie op de 'A-bommen' had Pauli ook wat dit betreft weinig vertrouwen in de natuurkunde. Sterker nog, hij noemde de natuurkunde 'crimineel'. Wat Pauli met zijn muzikale kosmos ook ter discussie wilde stellen, is de ethische houding van de westerse wetenschap tegenover de natuur. Die is gericht op het controleren van de wereld. Natuurwetenschap streeft naar macht over de materie. Maar er is ook een andere houding mogelijk, zoals het beeld van de muziek duidelijk maakt. Luisteren naar muziek betekent niet afdwingen wat je graag wilt, maar volgen en overnemen wat er al is.

Om deze houding te verduidelijken wees Pauli op de oude alchemie, waaraan hij een aantal publicaties wijdde. In de alchemie werd de materie op een respectvolle manier benaderd. Volgens de alchemisten bevond zich in de stof een geest, de zogenaamde Anima Mundi, de 'geest der materie'. Dat was een goddelijke gestalte, die de alchemisten meenden door hun werk in het laboratorium en hun meditaties en gebeden uit de stof te kunnen bevrijden. Die bevrijding van de Anima Mundi uit de stof zou tegelijkertijd de verlossing van de natuur en de mens uit dit onvolkomen bestaan betekenen.

Van een afstandelijke houding was daarbij geen sprake. De alchemist kon alleen succesvol werken als hij zich openstelde voor God - het alchemistische werk was mogelijk 'Deo concedente', als God het toestaat - of later voor het 'lumen naturale', het licht der natuur. Vooral de zestiende eeuwse alchemist Paracelsus benadrukte de rol van het 'lumen naturale'. Volgens Parcelsus wierp de natuur de mens kennis toe.

Als wij luisteren, zal de natuur tot ons spreken. Dat is, ethisch gezien, wat anders dan de huidige wetenschap die nog steeds de natuur 'door marteling tot getuigenis dwingt' zoals de zeventiende-eeuwse filosoof Francis Bacon het ooit formuleerde.

Er zijn meer parallellen tussen de alchemie en de muzikale kosmos van Pauli. De 'geest der materie' van de alchemisten bezielde volgens hen de stof. Het maakte de materie levend, waardoor de alchemist zich betrokken voelde bij zijn chemische werk. De muziek, het pianospel van de Chinese dame, maakt de natuur ook weer tot een levend geheel. Het is geen uurwerk, geen mechaniek, maar iets dat ervaren kan worden als levende schoonheid, waar een mens aan kan deelnemen. De Meester, die eigenaardige mengeling tussen Christus en duivel, lijkt sterk op de oude Anima Mundi van de alchemisten. Ook de Meester is een geest van de materie.

Volgens Van Erkelens wijst Pauli zo de weg naar een nieuwe kennis van de natuur die een mengvorm is van religie en wetenschap. Het is kennis waarin het offer centraal staat. Wat er geofferd wordt is de macht over de materie die de natuurkunde belooft. Het afzien van macht of beheersing vormt het hart van veel religies. Dat geldt ook voor het christendom - denk aan de lijdende Christus aan het kruis, een beeld van machteloosheid en overgave. Daarom is het niet vreemd dat het christendom de natuurwetenschap en haar machtsgreep altijd heeft bestreden. Lange tijd is dat als een achterlijk trekje van het christendom beschouwd.

Maar in onze tijd is duidelijk geworden dat de wetenschap, die door de beheersing van de natuur beloofde ons met minder problemen te confronteren, juist door haar eigen ontwikkeling meer problemen schept. De wetenschap, zoals die nu wordt bedreven, is door haar opvatting van de natuur in een vicieuze cirkel terecht gekomen, en haar bezigheid lijkt op die van een tovenaarsleerling, die er geen idee van heeft wat hij overhoop haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden